Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

De 110 meter Bama

Studenten die vrij reizen door Nederland en de wereld: dat was het ideaal achter het bama-systeem. Het lijkt in werkelijkheid echter meer op een hordeloop. Vier herkenbare drempels in de schijnwerpers: de strenge toelatingseisen, verhuizen of reizen naar een andere stad, de magere voorlichting, en de grote stap naar het buitenland. Per drempel geven drie betrokkenen hun visie: Hidde Terpoorten, voorzitter van het Interstedelijk Studentenoverleg (ISO), Willem Hooglugt, woordvoerder van de Radboud Universiteit en Daan Oudbier, studieadviseur sociale wetenschappen in Tilburg.

1) Strenge toelatingseisen

ISO-voorzitter Hidde Terpoorten: "Ik ken een Groningse student met een bachelordiploma Nederlands recht die overstapte naar de Rotterdamse master Nederlands recht. Tien weken moest hij wachten op de juiste documenten. Dat is natuurlijk belachelijk. Universiteiten zijn te onduidelijk over de toelatingseisen die ze stellen voor hun masters. Studenten moeten vaak eerst individueel getoetst worden door een toelatingscommissie. Plasterk kan beter hier iets aan doen, dan een keiharde knip invoeren. Veel studenten weten nu niet waar ze welke master onder welke voorwaarden kunnen doen. De minister is op dit punt veel te vrijblijvend. Plasterk moet universiteiten dwingen tot een heldere toelating."

RU-woordvoerder Willem Hooglugt: "Zo'n Groningse student die vertraging heeft in Rotterdam, dat is een kwestie van afstemmen. Tussen opleidingen, en tussen opleidingen en studenten. Die hebben trouwens ook zelf de verantwoordelijkheid om dit uit te zoeken. In mijn studietijd ben ik na mijn kandidaats theologie in Utrecht overgestapt naar het doctoraal in Nijmegen, dat heb ik gewoon zelf gedaan."

Studieadviseur Daan Oudbier: "Het klopt dat je soms vakken moet inhalen. Dat komt ook omdat studenten vaak pas laat bedenken wat ze willen, ze zijn er in het begin van de bachelor niet zo mee bezig. Terwijl je dan wel al een minor kunt kiezen waarmee je later soepel kunt doorstromen naar bepaalde masters. Maar studenten die echt een andere master willen doen, die intrinsiek gemotiveerd zijn, nemen die inhaalslag op de koop toe. Laatst moest een student die van sociale wetenschappen overstapte naar een economische master acht vakken inhalen, geen probleem. Ik vraag me sowieso af of het problematisch is dat de meerderheid van studenten kiest voor een master die nauw aansluit. Je bent nu eenmaal opgeleid in die richting. Als je de slagersopleiding doet, stap je ook niet zomaar over naar de bakkersopleiding."

 

2) Verhuizen of reizen

Oudbier: "De sociale omgeving is heel belangrijk. Daar hoort ook de relatie met docenten bij, studenten die daar tevreden over zijn kiezen eerder voor de eigen master. Maar ook voetballen met een vaste club vrienden telt mee. Toch is ook hier mijn ervaring: studenten die overtuigd zijn van hun keuze, kunnen deze gevoelens opzijschuiven. Overigens kan het ook omgekeerd werken: ik ken een student die vanwege nare ervaringen elders juist naar Tilburg wilde verhuizen voor zijn master."

Terpoorten: "Het is de verantwoordelijkheid van de student zelf om zijn leventje los te laten. Dat is best moeilijk, je bent gewend aan je eigen stad, je vrienden, je sportclub, je jaarclub. Maar in een nieuwe omgeving kun je ook een sociaal netwerk opbouwen. Als je een leuke student bent, lukt het vast om ergens anders ook een leuke club mensen te vinden. Het is jammer als studenten om deze reden niet de master kiezen die ze het liefst willen."

Hooglugt: "Deze persoonlijke motieven spelen een belangrijke rol. De helft van de Nijmeegse studenten blijft in Nijmegen voor hun master mede vanwege dit soort praktische zaken."

 

3) Magere voorlichting

Terpoorten: "In de voorlichting is absoluut nog een grote slag te maken. Veel universiteiten willen hun studenten binnenshuis houden, en leiden ze daarom naar hun eigen masters. Dat leidt tot eenzijdige voorlichting. Ze vrezen dat anders hun eigen masters leeglopen. Kinderachtig. De voorlichting moet opener en breder worden."

Oudbier: "Ik stel me als studieadviseur onafhankelijk op en laat de beslissing aan de student. Ook mijn collega's in de rest van het land kan ik niet betrappen op het eenzijdig promoten van de eigen opleidingen, we wisselen regelmatig informatie uit over studenten die naar elders willen overstappen. Wel neem ik vooroordelen weg over onze opleidingen. Zo denken sommige studenten dat je beter neuropsychologie in Nijmegen kunt doen omdat het daar in de naam van de master staat, terwijl dat hier in Tilburg ook prima kan. De voorlichting over masters vind ik niet te mager, er zijn bijvoorbeeld veel goede websites. Studenten kunnen het ook zichzelf aanrekenen als ze te weinig informatie vinden, ze moeten er wel voor gaan."

Hooglugt: "De voorlichting was enkele jaren geleden zeker een probleem. Dat bleek ook uit enquêtes onder Nijmeegse studenten. Daar hebben we lessen uit getrokken. Onze websites zijn verbeterd, de faculteiten besteden meer aandacht aan voorlichting en er is nu jaarlijks een grote voorlichtingsdag. In 2008 vond driekwart van onze studenten de informatie over de doorstroommasters voldoende en steeg de tevredenheid over de voorlichting voor andere masters van 23 naar 37 procent. Dat iedere universiteit vooral zijn eigen producten over het voetlicht wil brengen lijkt me logisch. Maar als een student denkt dat hij elders een master vindt die beter bij hem past, ondersteunen we dit net zo goed."

 

4) Stap naar buitenland

Hooglugt: "Dit probleem speelt in Nijmegen heel duidelijk en staat hoog op de agenda. We werken hard aan het intensiveren van internationale samenwerkingsverbanden. Onze rector bezoekt partners in het buitenland om te regelen dat daar behaalde studiepunten meetellen voor het bachelordiploma. Als dat in de bachelor goed geregeld is, volgt bijvoorbeeld een buitenlandse stage in de master vanzelf. Ook omdat de drempel voor studenten lager wordt. Verder starten we gezamenlijke masters, zoals die met de universiteit van Münster, dan telt je diploma zowel in Nederland als in Duitsland."

Oudbier: "Studenten die het echt willen, laten zich niet tegenhouden door een paar drempels. Een studente van ons is nu haar masterjaar in Denemarken aan het regelen. Subsidies, huisvesting, aanbevelingsbrieven, een hoop gedoe, maar ze heeft het ervoor over. Ze heeft daar al een half jaar gestudeerd en was verkocht. De master is in het Deens, maar ook die hobbel neemt ze. Voor de groep studenten met meer twijfels is de dual degree master een mooie optie. Het feit dat deze deels in Nederland georganiseerd is, haalt veel drempels weg."

Terpoorten: "Veel studenten willen wel naar het buitenland, maar de begeleiding is op de ene universiteit beter geregeld dan op de andere. Ook hier is de voorlichting van groot belang. Het Nederlandse hoger onderwijs is kwalitatief erg aan de maat. Als student wil je minstens hetzelfde niveau. Een positieve trend zijn de joint degrees, waar je een deel van de master op je eigen universiteit volgt. Dat valt beter in te schatten en is minder afschrikwekkend."

 

Stijn Dunk

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)