Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

De taal uitkleden tot op het bot

Wijlen Martin Bril was een groot bewonderaar van Amerikaanse schrijvers als Joan Didion, E.B. White, en Raymond Carver. Wie hun werk kent, begrijpt waarom. Die korte zinnetjes, die uitgebeende taal. En, in het geval van Carver: die aandacht voor het alledaagse, en hoe onalledaags dat kan zijn.

Carver (1938) had een late start. Pas in 1977, toen hij de alcohol vaarwel zegde en de liefde van zijn leven ontmoette, begon hij in een ijltempo verhalenbundels, poëzie en essays te publiceren.  Elf jaar later overleed hij.

What We Talk About When We Talk About Love is een verhalenbundel uit 1981. Zeventien korte tot zeer korte verhalen staan er in – soms maar drie of vier pagina’s lang. Plaats van handeling is het middenwesten van Amerika, de personages zijn meestal eenvoudige dronkelappen of lellebellen. Groots en meeslepend wordt er nergens geleefd, en er staat ook geen woord te veel in.

“Een man zonder handen kwam aan de deur om me een foto van mijn huis te verkopen”, luidt de eerste regel van het verhaal ‘Viewfinder’. “Afgezien van de chromen haken was het een heel normale man van een jaar of vijftig.”

De verteller laat de fotograaf zonder handen binnen en biedt hem koffie. Na wat gebabbel geeft hij hem opdracht hem te fotograferen terwijl hij op het dak van de garage staat. Daar liggen stenen die kinderen uit de buurt er ooit op hebben geworpen; de man neemt een steen, gooit ‘m van het dak, wil dat de fotograaf die actie vastlegt.

“Ik weet het niet”, hoorde ik hem roepen. “Ik doe niet aan actiefoto’s.”

“Nog eens!” schreeuwde ik, en ik pakte nog een steen.

Daarmee is het verhaal uit. Er is helemaal niets gebeurd, en ook heel veel. Carver bouwt werelden die licht en ijl zijn als kaartenhuizen maar die een onuitwisbare indruk achterlaten. Iets vreemds, iets ongrijpbaars blijft je najagen; en het knappe is dat jij altijd meer woorden nodig zal hebben om dat ‘iets’ te omschrijven dan hij ooit in zijn verhalen stopte.

Carver kleedt de taal uit tot op het bot en het geraamte blijkt wondermooi te zijn. En ergens in het Amsterdam van begin jaren tachtig raakte een jonge, beginnende schrijver daar zeer van onder de indruk.

 

 

Lynn Berger

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)