Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Blijf bij jezelf”

“Blijf bij jezelf”

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes Fotografie

Op zoek naar de goede studie

Het tweede blok: het traditionele moment waarop de collegezaal een stukje leger raakt. De universiteit valt tegen, de vakken worden niet gehaald en de motivatie verdwijnt. Redenen genoeg voor veel studenten om te stoppen. Maar wat dan? Hoe kies je de tweede keer wel goed? En was de eerste keus eigenlijk wel fout?

“Tja, waarom heb ik voor International Business gekozen? Moeilijk uit te leggen…”, zegt Ilse van den Bighelaar (18). “Ik twijfelde tussen dit en bedrijfscommunicatie in Nijmegen. De decaan van de middelbare school vond IB beter bij mij passen.” Maar dat viel tegen. “De vakken waren echt verschrikkelijk. Al dat gereken, cijfertjes en gedoe. Ik werd gillend gek. Op de middelbare school vond ik wiskunde al moeilijk, dus waarom deed ik dit?”. Van den Bighelaar stapte naar loopbaanadviseur Mieke Jansen. “Via haar heb ik de workshop ‘Past deze studie bij mij?’ gedaan. Wat ik daar hoorde, bevestigde dat dit niets voor mij is. Ik ben gestopt met de studie.”

Voor Jansen is het verhaal van Van den Bighelaar niet nieuw. “Veel studenten die twijfelen, weten niet goed hoe ze hun keuze hebben gemaakt. Wanneer iemand niet weet wat hij wil, ziet hij door de bomen het bos niet meer. Er zijn zoveel studies. Ik vertel ze dat ze meer van zichzelf moeten uitgaan. Wat vinden ze leuk? Of je een studie volhoudt, ligt voor een groot deel aan of je er plezier in hebt.” Jansen raadt twijfelaars ook aan naar de carrières van mensen die ze bewonderen te kijken. “Vaak hebben die iets gedaan wat ze graag wilden doen. Vraag je ook af waarom je iets leuk lijkt. Heb je er al ooit iets mee gedaan? Als jij denkt dat je de journalistiek in wil gaan, maar je hebt nog nooit iets geschreven, vind je het misschien toch niet zo leuk.”

Wael El Allouche (19) heeft de tips van Jansen opgevolgd, nadat hij na een paar weken stopte met gezondheidswetenschappen. “Ik twijfelde al voordat ik begon, ik wilde eigenlijk tandheelkunde doen en had niet zo nagedacht over een alternatief. Ik had vooral gekeken naar welke studie me wel makkelijk leek. Nu zoek ik iets wat ik leuk vind en de rest van mijn leven zou willen doen.” Dat hoeft niet per se in de gezondheidszorg te zijn. “Mijn ouders willen dat ik dokter word. Ik zou graag naar de Design Academy willen of bouwkunde studeren. Misschien loot ik nog mee voor geneeskunde of tandheelkunde, ik twijfel nog.”

 

Overgang

Lang niet alle twijfelaars hebben de verkeerde studiekeuze gemaakt. Soms blijken de overgang van middelbare school naar universiteit, de nieuwe leermethodes of de plotselinge zelfstandigheid het probleem te zijn. Studieadviseurs Wim Bogaert, Robert Pans en Daniëlle Rietdijk van de School of Business and Economics organiseerden vorig jaar een project voor studietwijfelaars gericht op het aanleren van nieuwe studievaardigheden. “Studenten deden het goed op hun vorige school, maar nu op de universiteit niet meer. Ze weten niet wat er van hen verwacht wordt”, zegt Rietdijk. “Dergelijke studenten vallen vaak terug op vaardigheden die ze al hebben, maar dat werkt niet meer”, zegt Bogaert. “Ze blijven slechte punten halen, ook al doen ze hun best. Zo verliezen ze hun motivatie.” Pans: “Vaak wordt dan gedacht; ‘ik red het niet, dus ik ga maar wat anders doen’.” Tijdens de workshop, waarbij studenten vaardigheden als time management leren, wordt gebruik gemaakt van peer coaching. “Ze zien dat er meer studenten zijn in dezelfde situatie. Dat schept een veilige omgeving om problemen in te bespreken”, aldus Bogaert. “Het was prettig om te merken dat er meer studenten waren met een goed middelbare schooldiploma, maar die toch problemen hadden met de overgang naar de uni”, zegt een van de cursisten in de evaluatie. “Ik weet nu dat slagen een kwestie is van strategie en structuur en niet alleen van talent”, zegt een ander. Overigens zijn sommige deelnemers alsnog gestopt. “Het kan natuurlijk toch dat de studie niet bij je past, maar dan hebben we ze in ieder geval een grotere toolbox meegegeven”, zegt Bogaert.

Hij en zijn collega’s zouden ook graag meer weten van het keuzeproces van de student. “We weten nu waar hij terecht is gekomen, maar niet hoe dat gebeurd is”, zegt Pans. “We benaderen nu middelbare scholieren voor een nieuw project. We willen dat aspirant-studenten een helder beeld krijgen van wat de studie inhoudt.” “Peer coaching kan ook hier een rol spelen. Een eerstejaars kan aan 6-vwo’ers vertellen hoe de studie bevalt”, denkt Bogaert.

Die scholieren moeten die informatie dan wel opzoeken, vindt Nick Azarang (23), net gestopt met economie. “Ik heb dat helemaal niet gedaan. Ik heb twee jaar college gedaan in de Verenigde Staten en daar vond ik de business courses leuk. Dus wilde ik International Business studeren, maar daarvoor kon ik me niet aanmelden met Studielink. Toen werd het economie, dat leek er op. Er was genoeg informatie, maar ik heb me totaal niet verdiept in het programma. Toen bleek dat het vooral wiskunde was. Ik vind managen en organiseren leuk, maar ik haat wiskunde. Het enige vak dat ik in de States niet leuk vond, was accounting. Ik had dus kunnen weten dat deze studie niks voor mij was en international business ook niet, de eerste blokken zijn precies hetzelfde.” Nu gaat hij het anders aanpakken. “Ik heb nu de tijd om een nieuwe studie te kiezen en die ga ik ook gebruiken. Ik ga een workshop volgen, open dagen bezoeken, meelopen en misschien een stage doen.”

 

Minder uitval

Voldoende informatie verzamelen en goed nadenken over een studie; het werkt, maar is geen garantie op succes. Bij studenten van het University College (selectieprocedure met onder andere motivatiebrief en persoonlijk gesprek) en geneeskunde (loting en vaak lang gekoesterde wens) slaat de twijfel soms ook toe. “De werkdruk kan toch tegenvallen”, zegt Judith Buddenberg, Coordinator Office of the Dean van UCM. “En soms vinden studenten een vak dat ze hier volgen zo leuk dat ze niet meer ‘lastig gevallen’ willen worden met andere vakken.”

De weinige twijfels bij geneeskundestudenten hebben vaak te maken met het patiëntencontact. “Ze merken dat ze daar minder voldoening uit halen dan gedacht”, zegt hoofd studieadviseurs Guido Tans. “Dat is een heel pijnlijke ontdekking. Vroeger nog des te meer omdat ze pas in het vijfde jaar voor het eerst met patiënten in aanraking kwamen. Nu hebben we het wat naar voren gehaald, naar jaar drie.”

Dewi van Deurssen is een van die studenten. “Al in het eerste jaar had ik mijn twijfels toen we skills oefenden met patiënten. Dat vond ik gewoon niet zo leuk om te doen. Maar omdat ik de theorie wel heel interessant vond, ben ik doorgegaan. In het derde jaar behandelen we één patiënt per week. Dat ging nog wel. Toen ik in het vierde jaar echt met patiënten ging werken, was het meteen duidelijk. Ik haal er te weinig voldoening uit en ik zag mezelf ook niet als arts werken. Daarna is het heel snel gegaan, het ene moment liep ik co-schappen en het andere moment woonde ik weer thuis.” Voor de mensen in haar omgeving kwam Van Deurssens beslissing niet echt als een verrassing. “Ik had er natuurlijk al 3,5 jaar over gepraat.” Spijt van de studie heeft ze niet. “Ik kan nu nog steeds praktisch iedere master doen die ik wil en ik heb de medische theorie altijd leuk gevonden.” Die kan ze nu toepassen bij haar werk bij Medisch Contact, een vakblad voor artsen. “Dat bevalt erg goed, ik vind het leuk om met nieuws bezig te zijn.”

 

Begeleiding

Dat hulp zoeken bij een studie- of loopbaanadviseur helpt, daar zijn de studenten het over eens. Zo kwam Renée Geuze (22) er na drie jaar rechten achter dat de manier waarop je bij deze studie moet denken, niet bij haar paste. “Bij rechten weet je de uitkomst al en moet je beargumenteren hoe je daar komt. Ik vind het veel leuker om vanuit een hypothese naar een oplossing te gaan zoeken. Daar liep ik bij tentamens ook steeds tegenaan. Ik schreef net niet de goede dingen op, waardoor ik bleef steken op een vijf.”

“Ik voelde me heel verloren, zat niet lekker in mijn vel”, zegt Ilse van den Bighelaar. “Toen was het heel prettig om met de adviseur te praten. De gesprekken waren heel persoonlijk. In de collegezaal voelde ik me meer een nummer.” Dat gevoel had Anneke de Ruiter (19) ook. “Je wordt op de universiteit echt in het diepe gegooid. Ik kom van een kleine school en hier ben je opeens een van de vele studenten. Niemand kent je naam. Daar word je in de zesde niet op voorbereid.” De Ruiter kwam bij een loopbaanadviseur terecht nadat ze haar eerste jaar rechten met de hakken over de sloot haalde. “Ik had 34 punten, precies genoeg om door te mogen gaan. Ik was al eerder naar de studieadviseur geweest, maar de ene zei dat ik moest stoppen en de ander juist niet.” Door de gesprekken en de cursus ‘Past deze studie bij mij?’ voelde De Ruiter zich wel geholpen. “Ik heb daar veel over mezelf geleerd. Zo ben ik erachter gekomen dat rechten toch de goede studie voor mij is.” Maar meer begeleiding is volgens haar wel nodig. “In mijn tweede jaar heb ik een nieuwe manier van leren geleerd. Dat heeft me veel geholpen. Je kunt niet in je eentje rechten leren, het zijn grote hoeveelheden stof die je moet kennen. De cursus die ik heb gevolgd, was maar beschikbaar voor twintig mensen. Eigenlijk zou het een vanzelfsprekend deel van het programma moeten zijn. Ook een workshop als ‘Past deze studie bij mij?’; het hoeft niet verplicht te worden, maar wel meer gepromoot. Ik was graag veel eerder bij de loopbaanadviseur uitgekomen.”

 

Cleo Freriks

De naam van Anneke de Ruiter is op verzoek van de geïnterviewde gefingeerd.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)