Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Bestaan UM goed voor stad Maastricht

Eenderde van de Maastrichtse beroepsbevolking is hoogopgeleid, 18 procent van de banen is te vinden in het hoger onderwijs. De aanwezigheid van de universiteit en hogeschool werkt voor Maastricht als een economische motor, aldus een gisteren verschenen rapport van onderzoeksbureau TNO.

Onderzoeksbureau TNO keek in opdracht van de stichting Kences (kenniscentrum voor studentenhuisvesting) naar de twaalf universiteitssteden plus Den Haag en berekende de impact van universiteiten, hogescholen, academische ziekenhuizen en onderzoekscentra op de lokale economie. En die is groot. Van de 14,5 miljard die in 2005 werd besteed aan hoger onderwijs kwam 10,9 miljard in de dertien steden terecht. Omgerekend betekent dit dat een student de lokale economie gemiddeld €25.000 per jaar oplevert. Voor een stad als Maastricht ging het in 2005 om 654 miljoen euro ofwel 14,2 procent van de totale stedelijke economie. De kennissector is hier, net als in Leiden, Nijmegen, Groningen, Utrecht en Delft, een grote bedrijfstak.

In het kleine Wageningen is de invloed van de hoger onderwijsinstellingen en research & development-bedrijfjes nog groter: hun omzet is goed voor 37,5 procent van de totale economie van dit stadje. Meer dan de helft van de werkgelegenheid zit in deze sector. Tilburg merkt het minst van zijn – relatief kleine - universiteit, die slechts 5,7 procent van de werkgelegenheid voor haar rekening neemt. In grote steden als Amsterdam en Rotterdam is de rol van de aanwezige universiteiten en hogescholen ook relatief klein (zo’n 6 procent van de totale economie).

Groningen telt naar verhouding de meeste studenten: één op de vier inwoners is student. Utrecht en Nijmegen komen dicht in de buurt (23 procent en 21 procent). In Maastricht is 13 procent van de inwoners student. Rotterdam zit als enige universiteitsstad onder de 10 procent.

Al die studenten en werknemers zorgen voor afgeleide banen. Denk aan barkeepers, kantoorboekhandelaren en kruideniers. Negen banen in het hoger onderwijs en R&D leveren gemiddeld twee afgeleide banen op. In sommige steden (Wageningen) is dat effect sterker dan in andere. Maar door de bank genomen is de invloed minder dan bijvoorbeeld een nieuwe V&D-vestiging of een nieuwe bowlingbaan zou hebben, staat in het rapport. Het belangrijkste product van hoger onderwijs is immers human capital: een hoogopgeleide bevolking. Het effect daarvan is niet gemakkelijk te meten.

 

Riki Janssen/HOP

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)