Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Feestdagenleed deel 1: Het kerstdiner dat uit de hand liep

Feestdagenleed deel 1: Het kerstdiner dat uit de hand liep

De hel, dat zijn de anderen, vond de twintigste eeuwse Franse filosoof Jean Paul Sartre. Met kerst en oud en nieuw lijkt dat meer waar dan ooit. Temeer omdat de verwachtingen altijd hooggespannen zijn en de werkelijkheid dan altijd weer zo tegenvalt. Observant tekende een aantal waargebeurde verhalen op. Hieronder een kerstdiner dat eindigde in tranen en geschreeuw.

Nee, de ene dochter had er sowieso geen zin meer in. “Elk jaar weer dat stuk in de auto, en steeds weer hetzelfde ritueel, iedereen tettert door elkaar heen, niemand heeft aandacht voor je en Adriaan wordt dronken en dan moet hij altijd zo nodig met mij ‘discussiëren’.” Ze spuugt het woord eruit. “Wat vooral betekent dat hij gelijk wil hebben. Echt, ik heb het altijd ver-schrik-ke-lijk gevonden. Ik ben nu 26 en ik wil het niet meer.” Haar stem klinkt schril.

Pa Eric hoort het met enige irritatie aan. “Luister nou Marijke, als het over rijden gaat, jij zit al in de Randstad, wij moeten godbetert uit Maastricht komen. En het is ‘t enige wat we nog doen aan onze kant van de familie. Verder zien we ze nooit. En zo erg is het allemaal toch ook niet?”

Ze, dat is dus Adriaan, Erics tot dominant gedrag neigende oudere broer, tweede helft vijftig, en zijn vrouw Babs. En hun twee zonen natuurlijk, met hun vriendinnen.

Marijke: “Ja, dat is ook nog zoiets, iedereen heeft iemand en ik moet dan weer alleen. Dat voelt gewoon niet fijn, niet veilig.” Marijke is kwetsbaar, de laatste tijd, en veel met haar gevoel bezig. Het is haar kompas, ze probeert er naar te leven.

Eric: “Nou ja, als je dat zo’n punt vindt, kun je dan niet een vriendin meenemen?”

Marijke, vol sarcasme: “Ha, nu mag het ineens wel! Als wij vroeger eens een vriendje hadden mocht die niet mee omdat jullie niet jan en alleman bij zo’n intiem familiegebeuren wilden hebben! Je moest al half getrouwd zijn en dan kon het misschien een keertje, Jezus wat een gezeik.”

Ze vervolgt: “Zal ik je eens wat vertellen? Zodra ik straks een gezin heb ga ik nóóit meer de deur uit met kerst. Dan mag iedereen bij mij komen, of niet, kan me niet schelen, maar ik heb het gehad.”

Uiteindelijk zwicht ze: “Oké, maar het is voor het laatst.”

Eric: “Als je dat daar maar niet gaat vertellen. Dat is niet zo leuk namelijk. Ze houden het kerstdiner al sinds oma dood is en dat hadden ze ook niet kunnen doen.”

 

Het weer houdt zich aan de regels. Tweede Kerstdagweer. Een graad of zes, zeven, grijs, natte straten maar net geen regen. In de hoek van de ruime kamer en suite van Adriaan en Babs staat een plastic kerstboom. Babs tegen haar zwager Eric: “Hebben jullie nog een èchte? Ik begin er niet meer aan, al die naalden en ze zijn hartstikke duur ook. En voor het milieu is het ook niet goed, dat bomen kappen. Zie jij trouwens het verschil? Ik niet hoor. Wel? Ach, stel je niet aan.” Ze draait zich om en vult een bakje kaasstengels bij.

Iedereen – bijna iedereen want de zonen met hun aanhang laten als gewoonlijk op zich wachten - is neergestreken in de voorkamer en van drank voorzien. Babs vraagt aan niemand in het bijzonder “of we er dit jaar weer zin in hebben”. Marijke werpt een steelse blik op haar vader en gaat er eens goed voor zitten: “Nou, het is dat je het zo vraagt, ik had het er laatst met papa over …”

Eric haalt even later opgelucht adem, no harm done, Babs begrijpt het best. “Niks is verplicht, we doen de dinertjes zo lang het leuk is, verder zien we wel, hè Adri?”

Adriaan ziet het anders en bovendien houdt hij er niet zo van als mensen andere plannen maken: “Hoezo ‘we zien wel’? Het is toch altijd leuk? Kom op nicht, zo’n stukkie rijden stelt niks voor. Vind je het niet gezellig dan? Ik vind het altijd hartstikke gezellig, vooral als jij er bent. Dat gaan we niet afschaffen hoor.”

 

Aan de prachtig gedekte tafel brengt Babs het voorgerecht binnen. Had Babs een restaurantje, dan had ze een ster, daar is iedereen van overtuigd. Geen ordinaire garnalencocktail vooraf met reerug als plat de résistance. Maar wat dan wel? Eric vraagt nieuwsgierig aan Babs wat er precies op de borden ligt. Niet dat hij ook maar enige culinaire interesse heeft, maar het lijkt hem wel zo aardig, een beetje aandacht voor al dat werk, want ze heeft weer uren in de keuken gestaan. Babs begint: dit is dat en dat is dit, maar bij het derde ingrediënt gaat er kennelijk een knop om. “Jezus, wat is dat voor gedoe? Wat de boer niet kent dat vreet-ie niet zeker! Kom op zeg, je zult er echt niks van krijgen hoor!” De rest kakelt zo hard dat niemand het verder lijkt te horen.

Niet alleen het eten is exquis, de wijnen zijn dat ook. Adriaans afdeling. Hij schenkt de gasten gul bij en slaat zichzelf niet over. Dat laatste met dubbele snelheid. Hij begint harder te praten, mengt zich in de gesprekken links, rechts, aan het andere einde van de tafel. Zijn schoonzus zit naast hem en verkeert in de veronderstelling dat ze met hem in gesprek is. Tot ze beseft dat ze tegen zijn achterhoofd praat. Halverwege een zin geeft ze er de brui aan: “Hé Adri, volgens mij zat ik je net wat te vertellen!”

Adriaan doet verontwaardigd: “Maar ik luister wel, ik moest alleen even ingrijpen daar; ga door, waar waren we?”

Na het voorgerecht staan de zonen met hun vriendinnetjes op en vertrekken door de keuken naar de achtertuin, roken. Adriaan is tegen roken, en tegen dat ze weglopen. Ze staan pal voor het raam onder het balkon. Ook de vriendin die Marijke heeft meegenomen als rugdekking, Claire, maakt aanstalten. Adriaan: “Nou Claire, vind je het zo erg? Ben je voor het eerst hier en dan is het al niet meer leuk!”

Claire trekt een grimas en staat op: “Ben zo terug hoor.”

Adriaan haalt wat nieuwe flessen, Marijke brengt net een nieuw onderwerp in de conversatie: iemands geestelijke leeftijd. Heeft ze een stuk over gelezen in een tijdschrift. “Je bent dertig en voelt je vijftien, zoals Harry Mulisch, die zegt dat hij geestelijk altijd zeventien is gebleven. Ken je dat? Het kan ook dat je je ouder voelt dan je bent, dat is bij mij het geval geloof ik.”

Ja, de meesten kennen het verschijnsel wel, her en der schieten wat voorbeelden over tafel. Adriaan, net terug met de wijn, kent het niet. En hij wil het ook helemaal niet kennen. Hij vindt dat zijn nichtje zit te bazelen en daar wil hij graag over ‘discussiëren’: “Wat is dat nou voor onzin Marijke! Ik ken niemand die zo denkt! En het kàn toch ook helemaal niet! Die Mulisch is een aansteller, met z’n zeventien jaar! Hij is goddorie over de tachtig!” Plop, daar gaat een kurk.

Marijke: “Luister nou Adriaan, het kan wèl, hopen mensen hebben dat, ik ook. Het is iets wat je zo voelt.”

Gevoel, dat is geen argument in een ‘discussie’ vindt Adriaan: “Laat me niet lachen! Wat je zo voelt? Nou, dan voel je het verkéérd! Je bent zo oud als je bent, de rest is flauwekul.” Her en der klinken bezwaren: iemand verwijten verkeerd te voelen, waar moet dat heen. En tegen Marijke moet je zoiets in deze levensfase al helemaal niet zeggen. “Wat?”, roept ze uit, “ik voel het verkéérd?! Ga jij me vertellen wat ik moet voelen en of ik goed of fout voel? Jeeeezus!” Ze draait haar gezicht weg, er wellen tranen in haar ogen. Adriaan, wiens hoofd het laatste uur vervaarlijk rood is gekleurd, kijkt onzeker om zich heen maar blijft bij zijn standpunt: “Zoiets kun je niet voelen, het is onzin en onzin kan je niet voelen.”

Protest alom, zijn vrouw Babs mengt zich erin, op hoge toon: “Zie je nou wel Adri, dat doe je altijd, ook bij mij, dat vind ik zó flauw, daarmee ontken je haar gewoon, waarom kun jij mensen nou nooit eens serieus nemen?” Ze staat verontwaardigd op. Hun kinderen zijn met de verbouwereerde aanhang al weer naar de tuin vertrokken, roken. Babs gaat hen achterna. Adriaan roept: “Ja hoor, ga maar weer roken! Ik dacht dat je gestopt was!”

Als iedereen terug is probeert Marijkes zusje Gwen de gemoederen te sussen. Ze is analytisch altijd sterk, maar niet iedereen is daar van gediend. Marijke in ieder geval niet. Gillend: “Nou ga jij het weer overnemen, dat doe je altijd, bemoei je er niet mee, ik kan mijn eigen boontjes echt wel doppen hoor!” Het gevecht van Adriaan en Marijke zet zich voort, Gwen geeft ook nog een mening ten beste, Marijke voelt zich aangevallen en een kwartier later zijn beide zussen in tranen. Eric kan het tafereel niet meer aanzien en voegt Adriaan toe dat hij nou eindelijk eens op moet houden; Adriaan heeft zonder pauze georeerd over Mulisch, over Marijke, over onzin dit en flauwekul dat, en over gevoelens die kloppen of niet. Eric krijgt een sneer terug, plus de mededeling van Adriaan dat niet hij het is die ruzie zoekt, “dat zie je toch, Marijke en Gwen maken ruzie, daar kan ik toch niets aan doen?”

 

Het loopt tegen tweeën. Langzaam, een voor een, maakt het gezelschap zich uit de voeten, naar boven, naar de logeerkamers. De zonen hebben het strijdtoneel al lang verlaten

Marijkes vriendin Claire laat desgevraagd weten dat ze het een aparte avond vond.   

 

Observant

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)