Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Weg met haesitaritis psychologicus!

Oratie over de moeizame relatie tussen artsen en psychologen

Het botert niet tussen artsen en psychologen in de zorg. En dat komt mede omdat psychologen zich te bescheiden opstellen en onvoldoende daadkracht tonen. Dat betoogde klinisch neuropsycholoog Rudolf Ponds afgelopen vrijdag in zijn oratie Komt een psycholoog bij de dokter.

“Buiten de muren van het ziekenhuis weet iedereen het: de psyche speelt vaak een rol bij lichamelijke ziekten. Je ziet het elke dag op tv, je leest het in tijdschriften, in kranten, overal, maar in een ziekenhuis zijn het nog steeds gescheiden werelden. Artsen voelen vaak een drempel om de hulp van een (medisch) psycholoog in te roepen. Als ze geen lichamelijke oorzaak kunnen vinden, dan blijven ze zoeken, omdat ze denken dat ze iets over het hoofd hebben gezien. Artsen zijn in wezen reparateurs, die net als monteurs het probleem van allerlei kanten benaderen. Intussen zitten psychologen zich te verbijten en vinden dat artsen veel sneller hun hulp moeten inroepen. Zij klagen dat artsen hen niet zien staan.”

Dat kan kloppen, vervolgt klinisch neuropsycholoog Rudolf Ponds, want veel psychologen in ziekenhuizen of verpleeghuizen zijn ook volstrekt onzichtbaar. In die zin dat ze veel te bescheiden zijn, weinig overtuigend, onduidelijk, aarzelend. In zijn oratie schrijft hij: “Het weifelen van de psycholoog kan welhaast een aandoening worden genoemd: haesitaritis psychologicus.”

Iets wat artsen ruimschoots herkennen, zegt Ponds, tevens hoofd van de afdeling medische psychologie in MUMC en voorzitter van de sectie neuropsychologie van de landelijke belangenvereniging NIP. Laatst nog stond hij voor een zaal met verzekeringsartsen en werd hij aangekondigd als een spreker die hopelijk handvatten zou aanreiken om psychologische rapporten beter te begrijpen.

Tuchtrecht

Wat is er aan de hand met die rapporten? Op de eerste plaats zijn ze vaag. Tekenend volgens Ponds, en tegelijk zijn stokpaardje, is de mededeling dat de patiënt ‘gespannen lijkt’ tijdens de test. Wat moet je met zo’n observatie als arts, vraagt kersverse hoogleraar. Had de psycholoog dat niet even kunnen vragen aan de patiënt? De onduidelijkheid groeit als even verderop in het rapport staat dat ‘de mogelijke gespannenheid de testresultaten nadelig kan hebben beïnvloed’. Artsen haken vervolgens af als ze in de conclusie lezen dat ‘de vage klachten het gevolg kunnen zijn van ouderdomsdepressie maar dat dementie evengoed een rol kan spelen’. Zeker als dat nu juist de vraag was van de arts.

“Ik zou weleens een kilo medische dossiers naast een kilo psychologische rapporten willen leggen en analyseren op taalgebruik. Het woord ‘lijken’ zul je in de rapporten oneindig veel vaker tegenkomen. Dat hangt natuurlijk samen met de complexiteit van de psyche, maar als er geen eenduidige conclusie valt te trekken, dan zeg dat dan. Wees in ieder geval helder. Het is niet handig om alle opties te presenteren en de keuze bij de arts te leggen. Ook in een medisch team zie je psychologen soms een vaag verhaal houden terwijl artsen maar één ding willen weten: wat betekent dit voor de behandeling?”

In een ziekenhuis of kliniek is duidelijkheid geboden. “Er moet hoe dan ook een traject worden uitgestippeld, ook als je niet honderd procent zeker weet of je goed zit. Alsof artsen altijd volledig overtuigd zijn van hun keuzes. Niet dus. Zij kennen net zo goed onzekerheidsmarges. Sommige psychologen zijn beducht voor tuchtrechtelijke procedures in het geval van een verkeerde diagnose. Maar het tuchtrecht heeft alleen betrekking op verwijtbare fouten. Zodra je verantwoordelijkheid neemt voor je keuzes en kunt uitleggen waarom je behandeling x hebt geadviseerd, dan kan je weinig gebeuren. En ter geruststelling: als je fout zit, wat geheid een keer zal voorkomen, dan zal de patiënt niet overlijden.”

Gestuwde gevoelens

Opvallend is dat artsen een wonderlijk soort schroom aan de dag leggen, wanneer ze een rapport op hun bureau krijgen dat niet aan hun wensen voldoet. “Ze denken: ‘Ik snap er niets van maar het zal wel aan mij liggen, ik weet te weinig van psychologie.’ Terwijl ik zou verwachten dat ze de tekst terugsturen met het verzoek om een duidelijker oordeel. Net als in een garage. Als ik 800 euro moet betalen en ik weet niet waarom, dan betaal ik niet en eis ik een heldere uitleg.”

Een ander probleem, dat volgens Ponds eveneens voortkomt uit onzekerheid, is de lengte van psychologische rapporten die niet zelden een waslijst van vragenlijsten en testen bevatten. “Psychologen reageren daar kribbig op maar het mag echt wel wat minder. Als je als criterium neemt dat een extra test de kwaliteit van de diagnose wezenlijk dient te verbeteren, dan valt er een hoop af. Het belast ook de patiënt minder en het getuigt van professionaliteit.”

En dan is er nog het vakjargon. Artsen krijgen doorgaans ‘gestuwde gevoelens’ voorgeschoteld, en ‘verborgen tendenties, sociale inadequatie, performaal IQ’. Allemaal termen waar een arts weinig mee kan. “Het is misschien niet altijd makkelijk maar het lijkt me wel belangrijk dat je je bevindingen in normale taal kunt uitleggen. Niet alleen tegenover artsen maar ook patiënten. Hoe vaak ik niet patiënten spreek die, voordat ze bij ons komen, een jaar in therapie zijn geweest en niets kunnen vertellen over wat daar is gebeurd. Ondanks dat patiënten veel vergeten, moeten ze toch een paar thema’s kunnen noemen die regelmatig aan bod zijn geweest. Ik vrees dat daar een jaar lang heel onduidelijk is gecommuniceerd. Terwijl juist een patiënt gebaat is bij een psycholoog die de zaken op een rijtje zet en in eenvoudige bewoordingen uitlegt wat er aan de hand kan zijn, wat oorzaak en gevolg is. Dat is de helft van de behandeling. De patiënt krijgt het gevoel dat hij in goede handen is.”

Twijfel

Ook artsen moeten de indruk krijgen dat ze op psychologen kunnen bouwen. Die moeten kordater optreden en zichzelf beter verkopen. “Ze hebben een enorme hoeveelheid kennis tot hun beschikking en die moeten ze inzetten. Bij de gemengde aandoeningen waar zowel lichamelijke en psychologische oorzaken in het geding zijn, is de vraag aan de orde wie de regie neemt. Het ligt voor de hand dat de psycholoog dat doet op afdelingen waar gedragsproblemen en cognitieve stoornissen op de voorgrond staan, zoals op psychogeriatrie-afdelingen in verpleeghuizen of hersenletselafdelingen in revalidatiecentra.”

Ponds haalt ook zijn Nijmeegse collega Jan Derksen aan, die vaststelde dat psychologen steevast laag scoren op zelfbeeld. Derksen spreekt van een tekort aan narcisme wat de daadkracht niet ten goede komt. Een goede samenwerking wordt volgens Derksen, arts én psycholoog, verder belemmerd door de hogere status van de arts. De hoogleraar klinische psychologie heeft weleens geopperd om artsen en psychologen stages te laten lopen bij elkaar zodat ze elkaars vakgebied beter leren kennen.

Waar komt de haesitaritis psychologicus vandaan? Is het een nawee van de studie? Ponds denkt van wel. ‘Twijfel aan alles’ en ‘gedrag kent vele verklaringen’ wordt psychologiestudenten met de paplepel ingegoten, schrijft hij. “Deze twijfel houdt ons scherp en maakt ons tot goede onderzoekers. Ook later is het goed dat een psycholoog kritisch blijft kijken naar zijn behandelmethoden. Maar op het individuele niveau van een patiënt ligt dat beslist anders. Die is niet gebaat bij academische twijfel. Die wil een eenduidig antwoord en geholpen worden.”

Ponds pleit zelfs voor een onderwijsmodule ‘Klinische daadkracht  voor psychologen’, niet aan de UM maar in postdoctorale beroepsopleidingen. Hij is zich ervan bewust dat het enigszins schertsend klinkt maar hij meent het wel.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)