Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Een echte Hollander met niet zoveel eelt op de ziel

Een echte Hollander met niet zoveel eelt op de ziel

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

Wiebe Bijker (61)

Hoogleraar techniek en samenleving, ontving op 5 oktober de Leonardo da Vinci Medal van SHOT (The Society for the History of Technology)

Woont in Eijsden

Getrouwd met Tonny, samen drie dochters: Sanne (31), Else (28) en Liselotte (24)

Ik doe thuis de boodschappen. Ja, bijna altijd en altijd op de fiets. Op zaterdag rij ik vaak twee keer. Eerst naar de bakker en de groenteboer, daarna nog een keer naar de Plusmarkt. We hebben wel een auto, maar ik vind het oenig om die voor één kilometer te gebruiken.     Ik ben heel bescheiden.  Ik denk dat dat wel klopt. Mijn vader zei zo’n vijftig jaar geleden tegen me: ‘Wacht tot je ergens voor wordt gevraagd. Dring jezelf niet naar voren.’ In zijn werk - hij was hoogleraar kustwaterbouwkunde en werkte mee aan het Deltaplan – had hij een nare ervaring gehad met iemand die veel met zijn ellebogen werkte. Ik vind dat nog steeds een goed advies, al moet dat je niet weerhouden om kansen te grijpen. Valse bescheidenheid vind ik ook een slechte eigenschap.    Mijn vader was/is mijn voorbeeld.  Was. Hij is zes maanden geleden overleden. 88 jaar. Hij was net zo’n schoolmeester als ik en, zo bleek tijdens de crematie, heel geliefd bij zijn promovendi en studenten. Zijn wereld was sinds een paar jaar, na een herseninfarct, klein geworden. Hij had afasie en vond dat heel moeilijk, gênant zelfs. Hij wilde bijna alleen nog zijn drie zonen zien. Ik verwachtte een bescheiden plechtigheid, maar het was heel druk. Ik kreeg e-mails uit Japan, Maleisië, Israël. Sommigen hadden hem dertig jaar niet gezien. Heel ontroerend. Ik hoop dat ik op hem lijk. Ik kan het goed vinden met mijn studenten en promovendi. Ik heb wel iets vaderlijks. [Grinnikt] Of is het paternalisme?    Leraar? Een hondenbaan. Nee! Ik zou nog steeds leraar op een middelbare school zijn als ik er niet ooit was uitgegooid vanwege een teruglopend leerlingenaantal. Ik heb zeven jaar voor de klas gestaan en dat heeft me ontzettend geholpen. Ik kan ingewikkelde zaken eenvoudig uitleggen. Laatst in Kopenhagen, na de prijsuitreiking, kreeg ik daar nog complimenten over.    Een ‘bijker’ heeft veel met bijen.  Een bijker is een imker. Maar ik ben de enige Bijker die bijen houdt. Ik ga nu met drie volken de winter in,  elk zo’n 20 duizend bijen.  Midden in de zomer heb ik zes volken. Soms gaat het mis en dan zit er opeens een zwerm op het terras van de buren. Dan trek ik mijn pak aan en probeer ze in mijn korf te krijgen. Gelukkig heb ik heel aardige buren. Ik verkocht mijn potjes honing tot voor kort via de bakker in Eijsden. Die is nu weg, maar ik heb ook veel minder honing dan voorheen. De afgelopen twee jaar waren slechte bijenjaren. Het voorjaar van 2012 was nat en koud. Ik gebruik mijn honing nu weer vooral voor cadeautjes.    Wat denk je dat god tegen je zegt aan de hemelpoort?    [Grinnikt] ‘Tja, ik besta dus toch Wiebe. Maar ik vergeef het je, want je hebt je goed gedragen.’ Ik ben een atheïst, maar ik ben er wel van overtuigd dat religie belangrijk is. Bovendien voel ik me op mijn gemak bij religieuze rituelen, de sociale dimensie van de kerk waardeer ik echt. Ik mocht graag met de Eijsdense harmonie– de rode, je bent onderdeel van een familie – tijdens de Bronk spelen. Ik moest stoppen vanwege mijn ogen die slechter werden. Heel jammer.    Mijn kinderen schamen zich als ik …  Ze schamen zich tegenwoordig niet meer zoveel voor mij. Ze hebben er wel een hekel aan als Tonny en ik kibbelen. En ze houden niet van mijn ‘zie-je-nou-wel’. Ik hoop dat ik dat alleen in gezinsverband zeg, niet in het openbaar.    India is mijn land.  Ik doe er al tien jaar onderzoek en ik vind het een fascinerend land. Wij hebben er als gezin veel goede vrienden, het is een verrijking van zowel mijn professionele als persoonlijke leven, maar ik blijf tot in mijn merg Hollander. Mijn carrière en mijn persoon zijn heel erg verweven met het naoorlogse Nederland: de opbouw van het land, de kritiek van de jaren zestig en zeventig, nu de herijking van de democratie en de nieuwe plaats van wetenschap en techniek. Ik pas in alle clichés: ik ben een handelaar (in ideeën), ik ben een bruggenbouwer en een schoolmeester.    Als mijn vrouw één ding mocht veranderen dan …  Zou ze willen dat ik meer thuis was en minder tijd aan het werk. Ik vind zelf dat het wel meevalt, als het echt nodig is, ben ik er.    Echte liefde? [Glundert] Absoluut. Tonny en ik kennen elkaar vanaf twee gym. Het is aangeraakt in de zesde. Zij ging studeren in Groningen, ik in Delft. Maar dat konden we aan. Wat is het ergste dat je ooit is overkomen?  Het is al heel lang geleden, ik was leraar op een middelbare school in Rotterdam. De rector wilde me naar een cursus leerlingbegeleiding sturen. Een heel chique cursus. Ik was vereerd en wilde heel graag. Tot dat mijn decaan achter mijn rug om bonje ging maken. Hij verspreidde roddels, heel onaangenaam, wilde blijkbaar niet dat ik me verder zou professionaliseren. Ik denk dat hij zich bedreigd voelde door zo’n jonge gast. De cursus werd afgeblazen. Het was zo gemeen, zo’n aanval op de persoon, dat paste helemaal niet in mijn wereldbeeld. Ik ben beschermd – in de goede zin van het woord – opgegroeid. Ik heb daar nog drie jaar les gegeven, maar had geen contact meer met die decaan. Het is me daarna nooit meer gebeurd, maar ik zou nu weer verrast zijn. Ik heb niet zoveel eelt op mijn ziel, ik ga er vanuit dat mensen het goede bedoelen.   Studenten hoef je niet te betuttelen. Mee eens. Het zijn jongvolwassenen die veel meer aankunnen dan wij denken. Ik vind bijvoorbeeld dat ze in het eerste blok van jaar één meteen in het diepe van het pgo moeten worden gegooid. De overgang van middelbare school naar universiteit mag duidelijk gemarkeerd zijn.   Grootste blunder? [Stil] Het beeld zit in mij vastgehecht. Ik was een jaar of tien en we hadden een uitvoering van de gymnastiekvereniging voor de ouders. Ik was voor de pauze aan de beurt geweest. Na de pauze hield de voorzitter een toespraak waarin hij vertelde dat een ‘meester’ het erg goed had gedaan. Ik dacht dat het een vraag was, riep ja en begon te klappen. Maar het was geen vraag. Iedereen zag me, ik stond naast mijn moeder die net als de rest van de zaal zat. Ik kon wel door de grond gaan. Ik kijk nu nog altijd om me heen voor ik ga klappen.

 

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)