Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Normaal gesproken lachen we niet

Normaal gesproken lachen we niet

Pocketfilosofie

Gespreksstof nodig voor feestjes en familiediners? Behoefte aan persoonlijke ontwikkeling? In deze rubriek bespreken we kleine boeken van grote filosofen, die je tussen de onderwijsgroepen door kunt lezen. De tranen die in de vorige aflevering over Sartre centraal stonden, worden in dit stuk over Bergson vervangen door een lach.

Een stuntelige professor loopt een collegezaal binnen en struikelt over de slip van zijn lange jas. Hij zucht, gaat recht staan, duwt zijn bril weer op zijn neus en kijkt vermoeid naar de beamer. Hoewel hij talloze briljante publicaties op zijn naam heeft staan, lukt het maar niet om powerpoint op te starten. Uiteindelijk verschijnt, in plaats van de geplande presentatie, een levensgrote foto van de professor met een (zijn?) vrouw. Glunderend kijken ze de camera in terwijl ze hun glazen wijn opheffen naar een onzichtbare fotograaf.

De studenten in de collegezaal barsten in lachen uit. Waarom? Wat is er komisch aan deze situatie?

Of algemener: waarom lachen mensen? Deze vraag heeft al veel denkers bezig gehouden. Ook de Franse filosoof Henri Bergson (1859-1941) die in 1900 het boek Lachen publiceert. In plaats van de lach te definiëren, plaatst Bergson die in het brede kader van het menselijk leven. Dit past binnen zijn ambitieuze plan een ​​betere kennis van de samenleving, de verbeelding, de kunst en het leven te krijgen. 

Na kort zijn opzet uitgelegd te hebben in een voorwoord, zet Bergson een aantal feiten op een rijtje. Ten eerste is lachen iets menselijks. Ook lachen we alleen om mensen en wat ze doen. Ten tweede is een zekere onverschilligheid nodig om te kunnen lachen. En tot slot lachen mensen zelden alleen. Het heeft een sociale functie (ook hedendaags onderzoek laat zien dat met andere mensen in de buurt de kans dat er gelachen wordt met 3000 procent toeneemt).

Het eerste punt is misschien wat achterhaald. Ratten schijnen ook te kunnen lachen. Bovendien: toen mijn bordercollie - in plaats van schapen - rijdende auto’s ging ‘hoeden’ door erachteraan te rennen en in de banden te bijten, barstte ik toch echt in lachen uit. Ook het tweede punt lijkt niet altijd van toepassing. De stuntelende professor kan heel grappig zijn, maar tegelijkertijd medeleven opwekken.

De sociale functie die Bergson toeschrijft aan lachen is wel interessant. Normaal gesproken kenmerkt het leven zich volgens de filosoof door flexibiliteit: een mens weet zich aan te passen aan zijn situatie. Wanneer iemand dat niet lukt (denk aan de stuntelende professor) schieten de omstanders in de lach. Ze voelen zich superieur en straffen met hun gegrinnik het falende object. Door het gelach zal de professor zichzelf namelijk zo snel mogelijk in het gareel brengen en beginnen met zijn presentatie. Hij schikt zich naar de norm, de gebruikelijke flexibiliteit. Is dan de griezelige consequentie dat er geen gelach meer klinkt in een wereld waar iedereen zich volgens de norm gedraagt?

Iris Fraikin

 

 

Henri Bergson

Lachen

Amsterdam: Boom, 2010

133 p. €9,90

 

De serie Pocketfilosofie verschijnt eens in de drie weken en bespreekt de reeks Kleine Klassieken van Uitgeverij Boom

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)