Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Ik schijt al drie weken in m’n broek”

“Ik schijt al drie weken in m’n broek”

Student Research Conference

Onthoud je negatieve plaatjes beter dan positieve plaatjes? Verstrijkt tijd voor je gevoel anders als je naar links kijkt? En kunnen kinderen kenmerken van narcisme en psychopathie hebben? Deze en andere vragen werden afgelopen jaar onderzocht door bachelorstudenten. Zestig van hen presenteerden hun onderzoek afgelopen woensdag in Utrecht tijdens de jaarlijkse Student Research Conference (SRC), door de VSNU in het leven geroepen om bacheloronderzoek te promoten. Vijftien van de zestig presentaties komen van de Universiteit Maastricht.

De UM levert sinds de eerste conferentie in 2010 ieder jaar de meeste aanmeldingen. Het leeuwendeel daarvan komt van psychologie, deze keer negen van de vijftien. De rest is verspreid over de andere faculteiten. Een rondje langs de studenten leert dat dit vooral te danken is aan Arie van der Lugt, universitair hoofddocent geschiedenis, filosofie en onderwijs bij de vakgroep cognitieve neurowetenschappen en lid van de beoordelingscommissie van de SRC. “Arie zei dat ik me echt moest opgeven, dat het heel leuk en leerzaam is”, is een veel gehoord antwoord op de vraag ‘waarom doe je mee?’. “Ik word er zelf heel blij van. Om te zien hoeveel je uit een student kunt halen”, zegt Van der Lugt. Onderzoek tijdens de bachelor is volgens hem van belang omdat studenten zo meer inzicht krijgen in een vak en hoe de kennis daarover tot stand komt. “Het geeft studenten de kans iets te doen met hun eigen nieuwsgierigheid en te kijken of het onderzoek iets voor hen is. De SRC is een prachtige etalage voor hun werk. Ook leren ze daar hoe je een praatje moet houden, hoe vaker je dat doet, hoe beter je er in wordt.”

Die presentatie, daar is UCM-student Hannah Boeijkens nog behoorlijk zenuwachtig voor. “Ik schijt al drie weken in m’n broek.” Zij deed onderzoek naar de beleving van tijd. “Het schijnt zo te zijn dat mensen een intern systeem hebben om tijd te visualiseren. Als ze zich voorstellen hoe tijd verstrijkt dan doen ze dat van links naar rechts. De theorie is dat wanneer je aandacht getrokken wordt door iets wat links staat je de neiging hebt tijdsduur te onderschatten en wanneer rechts je aandacht trekt de tijdsduur te overschatten.”

Boeijkens wilde dit onderzoek (de interne tijdlijn loopt van links naar rechts) herhalen, kijken of er gradaties bestaan (hoe meer iets naar links staat hoe meer mensen de tijd onderschatten) en proberen de tijdlijn bij mensen om te draaien, bijvoorbeeld door een voorwerp van rechts naar links te laten bewegen. Ze vond geen significante resultaten. “Mogelijk zijn we in staat om de interne tijdlijn om te keren, dus van rechts naar links, maar de verschillen waren niet groot genoeg.” Tijdperceptie blijft haar wel boeien. “We gaan het in een nieuw onderzoek omdraaien. Mensen krijgen eerst een bepaalde tijdsduur en vervolgens kijken we of de aandacht meer naar links of meer naar rechts gaat.”

Vrolijke plaatjes

Kelly Vullings, nu masterstudent forensische psychologie, deed haar onderzoek in Canada toen ze daar op uitwisseling was. Zij keek of een positieve of negatieve emotie invloed heeft op hoe goed mensen iets onthouden. Het onderzoek ging uit van het directed forgetting effect. “Je kunt niet alles onthouden, dus maak je een selectie. Waar je je auto vandaag parkeert wil je onthouden. Waar hij gisteren stond wil je eigenlijk vergeten, die informatie is niet meer nuttig.”

De proefpersonen in haar onderzoek kregen 144 plaatjes te zien. Na ieder plaatje werd gezegd of ze het wel of niet moesten onthouden. De plaatjes hadden een positieve (lachende mensen), neutrale (een boom) of negatieve lading (iemand komt met een mes op je af). De controlegroep moest alle plaatjes proberen te onthouden. Daarna kregen ze de plaatjes weer onder ogen, samen met andere foto’s en moesten ze aangeven welke ze al eens hadden gezien.

“We dachten dat mensen meer moeite zouden hebben om de negatieve plaatjes te vergeten”, zegt Vullings. “Maar het maakte niets uit. De testgroep en de controlegroep onthielden evenveel. Dat is vreemd, want uit andere studies bleek wel dat mensen negatieve dingen eerder onthouden.” Vullings’ begeleider in Canada vond het zo opvallend dat ze erover wil publiceren in een vakblad. “Daar zijn we nu mee bezig. Het is superleuk om dat hele proces mee te maken. Als het lukt heb ik al een publicatie op mijn naam staan terwijl ik net aan de master ben begonnen!” Of ze ook verder wil in het onderzoek weet ze nog niet zeker. “Ik weet niet of ik het zo leuk vind dat ik er continu mee bezig wil zijn. Ideaal zou zijn als ik het kon combineren met klinisch werk.”  

Narcisme

Hebben kinderen ook kenmerken van narcisme en psychopathie? Dat vroeg psychologiestudent Cynthia van de Wauw zich af. Samen met studiegenoot Naomi Daniëls vroeg ze 172 Belgische kinderen tussen de 9 en 12 jaar naar narcisme, psychopathie, ‘globale’ en ‘contingente’ zelfwaardering en stress. Globale zelfwaardering zegt iets over hoe tevreden mensen met zichzelf zijn. Contingente zelfwaardering is de waardering die afhangt van het oordeel van anderen. Van de Wauw keek specifiek naar de verschillen tussen jongens en meisjes, Daniëls onderzocht of stress samenhangt met narcisme en psychopathie. “De kinderen kregen vragenlijsten. Daarin stonden vragen als ‘Speel je liever alleen of met vrienden?’ en ‘Voel je je wel eens beter dan je vrienden of klasgenoten?’, zegt Daniëls.

Uit het onderzoek bleek dat meisjes meer zelfwaardering (zowel globale als contingente)hebben dan jongens en dus eerder naar narcisme neigen. “Bij jongens hangt de zelfwaardering meer af van het commentaar van anderen en hun prestaties op school”, zegt Van de Wauw. Opvallend: in andere onderzoeken waren het de jongens die een hogere zelfwaardering hadden. Waardoor het resultaat anders is, weet Van de Wauw niet precies. Daniëls ontdekte dat kinderen die meer stress en een hoge globale zelfwaardering hebben ook eerder narcistische of psychopathische trekken vertonen.

Onderzoek doen en het werken met kinderen is de dames goed bevallen. “Voor mijn master ga ik kijken wat de invloed is van de opvoedingsstijl bij autistische kinderen. Ik zou graag later het onderzoek in gaan”, zegt Van de Wauw. Daniëls gaat onderzoeken hoe hypersensitiviteit samenhangt met autisme. “Ik twijfel nog wat ik later ga doen. Ik neigde eerst meer naar de klinische kant, maar nu ik zo bezig ben met onderzoek vind ik dit ook wel heel fijn.”

Marble-projecten

De studenten deden hun onderzoek in het kader van de Marble-projecten (Maastricht Research Based Learning). Iedere faculteit binnen de UM doet op haar eigen manier Research Based Learning. Derdejaars en goede tweedejaars studenten die kennis willen maken met onderzoek kunnen zich opgeven voor één van de projecten. Ze worden geselecteerd op basis van hun studieresultaten en hun motivatiebrief.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)