Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Promovendus mag werknemer blijven

De universiteit stopt met alle pogingen om promovendi als studenten door het leven te laten gaan. Het blijven in principe werknemers. Dat zei rector Gerard Mols vorige week ten overstaan van de commissie Onderwijs, Onderzoek en Internationalisering van de universiteitsraad.

Of dit beleid ook voor de langere termijn geldt, staat echter te bezien. In de nota die het college van bestuur aan de universiteitsraad voorlegt over het promovendibeleid wordt een slag om de arm gehouden met de formulering “..gelet op de huidige stand van zaken..”.  Daarmee wordt verwezen naar heersende opvattingen in politieke en rechterlijke kringen, die de grootscheepse invoering van studentpromovendi met een beurs, de zogeheten bursalen, in universitair Nederland voorlopig verhindert. Het college vindt, net als andere universiteiten, dat de UM belang heeft bij beurspromovendi in plaats van werknemers (aio’s); op die manier kunnen er meer worden aangesteld voor hetzelfde geld. Juridisch is het laatste woord hierover echter nog niet gesproken; er lopen nog steeds procedures. Zo zal vermoedelijk pas tegen het einde van dit jaar vonnis worden gewezen in het hoger beroep dat de Groningse universiteit aanspande tegen een rechterlijke uitspraak die het aanstellen van beurspromovendi verbood.

Toch is het niet zo dat alle promovendi straks werknemer zullen zijn. De UM-nota, die uitdrukkelijk bedoeld is om orde te scheppen in de vele aanduidingen en categorieën, onderscheidt drie soorten: de promovendus-werknemer, de ‘buitenpromovendus’ en ten slotte nog steeds de promotiestudent. Landelijke cijfers (voor de UM geeft de nota ze niet) laten zien dat die laatste groep 5,5 procent omvat. Het gaat dan om mensen die van derden (overheden, internationale instellingen, particuliere subsidiegevers) een beurs krijgen. Het hoogste percentage (48) is dat van de buitenpromovendi: zij promoveren op eigen kracht en voor eigen rekening. De meesten doen niet of nauwelijks beroep op de faciliteiten van de universiteit. De promovendus-werknemersstatus tenslotte geldt voor 46 procent.

Voorzover er problemen zijn spitsen die zich hoofdzakelijk toe op de promotiestudent. Ook in de U-raadscommissie werden er kritische vragen over gesteld. Raadslid Arkady Kudryavtsev, zelf promovendus, suggereerde zelfs dat de UM met deze categorie via de achterdeur toch weer aanstuurt op een bursalenstelsel. Rector Mols ontkende dat: “De nota beschrijft de werkelijkheid en daar horen deze beurspromovendi nu eenmaal bij.” Hij verheelde overigens niet dat de UM deze categorie graag vergroot: “Wij mikken op kandidaten uit India, China, Turkije die met regeringsbeurzen in het buitenland gaan promoveren. Op die manier kunnen we toch de nodige extra onderzoekers binnenhalen.”

Toch is er met de beurspromovendi in zijn algemeenheid wel een probleem, althans, als hun (externe) beurs via de UM wordt uitgekeerd. In dat geval schrijft de fiscus voor dat de UM loonheffingen inhoudt en afdraagt. De UM wil van die ‘kassiersfunctie’ af: een suggestie daartoe van U-raadsvoorzitter Herman Kingma kreeg de steun van Mols. Het streven is er dus op gericht dat alle beurzenverstrekkers hun geld rechtstreeks aan de promovendus overmaken. Wel zal de UM in de toekomst eisen dat beurzen niet lager zijn dan die van uitwonende studenten, inclusief het collegegeld dat deze promovendi ook moeten betalen. Dat komt neer op een beurs van 934 euro per maand.

 

Wammes Bos

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)