Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Roddelen is als vlooien

Roddelen is als vlooien

Econoom Ad van Iterson doet onderzoek naar roddelen

Roddel is verwoestend, een vorm van indirecte agressie die op de werkvloer maar al te vaak ontaardt in een cultuur van angst. Helemaal niet, meent hoofddocent Ad Van Iterson. Het is vooreerst een gezonde vorm van communicatie, die de sociale cohesie versterkt. Kent u die: de universitaire klusjesman die de wc-bril van koningin Juliana een uur lang warm hield?

Het zijn er niet veel maar ze zijn er wel, zegt Ad van Iterson, hoofddocent bij de vakgroep organisatie en strategie. Hij doelt op mensen die nooit roddelen. “Mijn oude baas was er zo een. Die sprak werkelijk nooit over persoonlijke aangelegenheden van anderen, altijd over de zaak zelf, het werk. Ik bewonder dat wel. Zelf laat ik me op gezette tijden royaal leeglopen, gister nog tijdens een feestje. Het is heel verleidelijk, het is iets dat sterker is dan jezelf, zeker als anderen al op dreef zijn.”

Van Iterson heeft onlangs een artikel afgerond over roddelen op de werkvloer, dat deze maand verschijnt in de bundel Handbook of Organizational Culture and Climate. “Het is een onderwerp waarvoor economen helemaal geen en bedrijfskundigen heel weinig aandacht hebben gehad. Wel raken de laatsten meer en meer geïnteresseerd in alles wat met taal te maken heeft. Zelfs onder accountants, die zich doorgaans beperken tot droge cijfers, groeit de belangstelling.”

Meer studies richten zich tegenwoordig op roddels, grappen, small talk, retoriek (in jaarverslagen, presentaties), en op collectieve verhalen of mythen. Zo kent iedereen aan de Nijmeegse universiteit de fratsen van neuroloog Prick, zegt Van Iterson. “Die begon elk college met ‘goede ochtend heren’, de dames volledig negerend. Op een dag hadden de studenten bekokstoofd dat alleen de dames in de zaal zouden verschijnen. Prick kwam binnen en zei: ‘Ik zie dat er niemand is vandaag, ik ga maar weer’. Dit is zo’n verhaal dat zogenaamd verschrikkelijk is maar ondertussen vinden we het maar al te stoer dat die neuroloog dat durfde. Het is een heldenverhaal.”

In Maastricht circuleren ze ook. “Wie kent niet de anekdote van Co Greep, de eerste geneeskundedecaan, die boos wegliep uit een vergadering maar voordat-ie verdween het licht uitdeed en de rest in het donker achterliet. Of van klusjesman Jules Zeguers die tijdens de ondertekening van de universitaire oprichtingsbul in de koude St. Janskerk de wc-bril een uur lang heeft warm gehouden, voor het geval koningin Juliana moest plassen.”

Of die laatste roddel klopt? Van Iterson denkt van niet, maar het waarheidsgehalte doet er voor hem weinig toe. Het belangrijkste kenmerk van een roddel is het evaluatieve karakter, de afkeuring of goedkeuring die eruit spreekt. Wat betekent dat roddels niet louter negatief zijn. Wel draait het vaak om een driehoek: twee mensen die het hebben over een afwezige derde.

De voordelen van roddelen zijn evident. “Wie roddelt, hoort erbij, heeft de kans om geestig uit de hoek te komen, of in ieder geval niet saai. En tegelijk leid je de aandacht af van jezelf en voorkom je dat jij het mikpunt wordt. Zie het als een pre-emptive strike.”

De inhoud ligt bij voorkeur op het vlak waar het persoonlijke en het professionele elkaar overlappen. Meest geliefde categorie: lichamelijkheid en seks. “Bekend zijn natuurlijk de verhalen van medewerkers die getrappeerd worden in de bezemkast. Ik kende een collega die onder de lunch naar de hoeren ging. In de Witmakersstraat zat toen een bordeel. Iemand heeft ‘m een keer naar buiten zien komen terwijl die een hap nam van een broodje.”

 

Slachtoffer

Organisaties beschouwen roddel doorgaans als een probleem dat zo snel mogelijk de wereld uit moet. Soms is dat hard nodig maar in de regel niet, meent Van Iterson. Ruimer beschouwd is het een vehikel voor gedeelde emoties, overtuigingen en meningen in een organisatie. In de literatuur is het weleens vergeleken met het vlooien zoals apen dat doen. De functie is hetzelfde: het versterkt het saamhorigheidsgevoel. “Al roddelend trekt men cirkels, en bepaalt wie er wel en niet bij hoort. Degenen die buiten de boot vallen, hebben een probleem. Aan de andere kant kan het afvallige schapen weer bij de kudde trekken. Wie bijvoorbeeld de kantjes ervan af loopt, krijgt dat dan via een omweg te horen. Ook is roddel handig om nieuwkomers in te wijden in de bedrijfscultuur.”

Tegelijk doet het dienst als uitlaatklep. Dat geldt in het bijzonder voor slachtoffers van een reorganisatie of bezuinigingen, en die geen invloed hebben op de besluitvorming. Maar ook in het leven van alledag is het nodig om stoom af te blazen. “Elke ochtend zitten hier beneden op een muurtje de schoonmakers een sigaretje te roken. Ik vang weleens wat flarden van gesprekken op en die gaan toch vaak over de ‘hoge heren die weer iets bedacht hebben’. Of uitspraken als: ‘Wat maakt het uit of je door de hond of de kat wordt gebeten.’ Het maakt het makkelijker om je te schikken in je lot. Dat moet je niet onderschatten. Bovendien heb je het toch maar mooi durven zeggen, die lelijke opmerking over Ritzen of welke baas dan ook. En ben je voor even een kleine held in jouw kringetje, ook al zal Ritzen het nooit ter ore komen.”

Dit geroddel is goed voor een organisatie. “Het is net als carnaval. Je laat ze even uitrazen en woensdag lopen ze weer keurig in het gareel. Gemopper van onderop is niet schadelijk voor een bedrijf. Je moet pas op je hoede zijn als het van boven komt. Als managers roddelen, dan hebben ze daar vaak een bedoeling mee. Hoewel die zich net zo goed slachtoffer kunnen voelen, als ze bijvoorbeeld niet af kunnen komen van een medewerker.”

 

Dagboek

Voetstappen op de gang. Van Iterson blikt door het gat van zijn kamerdeur en ontdekt een secretaresse die “wereldkampioen roddelen” is. Niet dat hij vrouwen actiever acht dan mannen op dit ‘onderdeel’, maar secretaresses zijn wel een geval apart omdat ze dichtbij de macht zitten en veel horen. “Ze geven geen onderwijs, schrijven geen papers, hebben geen formele macht waardoor het verleidelijk wordt om te roddelen. Ook omdat het aanzien oplevert.”

Er zijn bedrijven waar secretaresses zulke krachtige netwerken vormen dat het bestuur er handig gebruik van maakt als ze snel informatie onder het personeel willen verspreiden. Ook kan roddel aan het licht brengen waar de weerstand zit tegen bestuurlijke plannen, en van wie steun te verwachten valt. Het kan ook als alarmbel dienen en tijdig een grote onvrede blootleggen waardoor zelfs stakingen en demonstraties kunnen worden voorkomen.

Toch is roddelen pas sinds kort onderwerp van onderzoek en dat komt deels omdat het lastig is om het te bestuderen. Van Iterson haalt de Amerikaanse schrijver E. B. White aan die over humor schreef: “(…) het analyseren van humor is als het ontleden van een kikker. Weinig mensen zijn erin geïnteresseerd en de kikker gaat dood.” Hetzelfde geldt voor het bestuderen van roddel, schrijft Van Iterson. Zodra je het gesmiespel noteert, uit zijn context haalt, ontstaat er een zekere vervreemding. Het authentieke, vluchtige karakter gaat verloren. Er zijn weleens vragenlijsten ontworpen maar het probleem daarbij is dat mensen, gelet op het onderwerp, geneigd zijn om sociaal wenselijke antwoorden te geven.

De Britse antropoloog Robin Dunbar nam in de jaren negentig simpelweg willekeurige gesprekken op in een mensa; tweederde van de opnames bleek over eigen ervaringen en sociale relaties te gaan en een groot deel hiervan - de helft - over afwezige derden. Toch had slechts 5 procent van deze gesprekken een ongunstige strekking. Maar ja, dat kan ermee te maken hebben dat de gesprekken en plein publique plaatsvonden.

Van Iterson bereidt een studie voor waarbij hij studenten een dagboek laat bijhouden over hun roddelgedrag. "Er zijn ook al scripties verschenen over geroddel in de onderwijsgroep, over de tutor, over studenten die zich drukken tijdens opdrachten. Ik ben nu vooral benieuwd naar de route die de berichten afleggen. Wie krijgt het allemaal te horen, wie vertelt het door? Vanwege tijdsdruk treden studenten in dit soort experimenten meestal op als proefpersoon. Het liefst zou ik een studie willen doen bij Vodafone, de gemeente of liever nog in het ziekenhuis. Een waar roddelnest. Ook omdat het persoonlijke en het lichamelijke er zo zichtbaar zijn. Niet voor niets dat er zoveel doktersromans zijn.”

 

 

Maurice Timmermans

 

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)