Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Het is handel, maar móóie handel

Het is handel, maar móóie handel

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes Fotografie

Tefaf 2011: goedkope studentenkaartjes komen er niet

Na de ingang even doorlopen, de hoofdgang in die versierd is met brede stroken rode bloemen aan de wand, voorbij het Place de la Concorde – de ‘straten’ en ‘pleinen’ hier dragen beroemde namen – en daar hangt hij dan, Portrait of a Man with Arms Akimbo, man met handen in de zij dus, het duurste stuk op deze vierentwintigste TEFAF, voluit The European Fine Art Fair in het Maastrichtse Mecc.

Een Rembrandt uit 1658 die 34 miljoen moet opbrengen. En die niet aan een Nederlander verkocht gaat worden, zei de New Yorkse galeriehouder Otto Naumann afgelopen weekend tegen een verslaggever van Radio 1, omdat hij de btw-verhoging voor kunst door de huidige regering van 6 naar 19 procent zo belachelijk vindt dat hij “niet wil dat de Nederlandse staat meer winst maakt op een transactie dan ik zelf”. Het is op het eerste gezicht geen spectaculair maar wel een intrigerend portret van een dertiger met een enigszins naar binnen gekeerde blik en in een uiterst zelfverzekerde pose. Typisch een Rembrandt in die zin dat het zijn geheimen pas prijsgeeft als je er de tijd voor neemt, iets wat overigens niet veel mensen doen deze dinsdagmorgen. En tja, die ietwat onbeholpen rechterhand van de geportretteerde; geen zin meer om daar nog veel werk van te maken. Dat kennen we eveneens van de meester. Ook echt Rembrandt, maar dan in het huidige tijdsgewricht: de absurde prijzen. Het schilderij is eind 2009 nog door Christie’s in Londen geveild voor 23 miljoen, ruim een jaar later komt daar ruim 50 procent bovenop. Als iemand het er voor neertelt natuurlijk. Dat laatste is niet ondenkbaar want, zo meldt de Tefaf triomfantelijk op gezag van de Ierse cultureel econoom Clare McAndrew die een rapport schreef over de Aufschwung van de internationale kunst- en antiekhandel in 2010: er zit weer veel meer geld in de markt. Het meest recente dieptepunt was in 2009 toen de kunstmarkt wereldwijd 28,3 miljard euro waard was. Een jaar later zitten we al weer op 43 miljard. En meest in het oog springend: de opkomst van de Aziaten en vooral de Chinezen. China heeft zelfs Groot-Brittannië van haar tweede plaats op de ranglijst na de Verenigde Staten gestoten. En wat betreft de zeer rijken, een groep waar een beurs als de Tefaf het toch in belangrijke mate van moet hebben, ook daar zijn de globale verhoudingen aan het schuiven. Men heeft er een mooie term voor bedacht, de High Net Worth Individuals (HNWI’s). Daarvan zijn er nu in Azië evenveel als in Europa (“voor het eerst in de geschiedenis”) maar “hun rijkdom is groter”, heet het.

 

Duur volk

Hoe dan ook, ze komen naar Maastricht, zo veel is duidelijk. Nooit rijden er meer Maserati’s, Porsches en andere gemotoriseerde juweeltjes rond in Maastricht als tijdens de Tefaf. En de organisatoren kunnen er maar geen genoeg van krijgen. Hoe meer duur volk en hoe duurder het volk, hoe beter. Het leidt tot een wat hijgerig persbeleid waarin eerst wordt aangekondigd dat de Tefaf een ‘vliegende start’ heeft gemaakt door in het eerste weekend reeds voor miljoenen te verkopen, aangevuld met de mededeling dat er al 75 privéjets zijn geland op het regionale vliegveld Maastricht-Aachen. Twintig minuten later volgt er dan een ‘rectificatie’: “Het getal van 75 is onjuist, het betreft 125 privéjets.” Dat weten we dan ook weer.

Wie niet met een jet komen zijn de Maastrichtse studenten. Hooguit met de fiets, in de stalling bij het Mecc stonden een paar studentikoze fel opgeverfde bijna-wrakken. Ze zijn er dus wel maar niet in groten getale, en dat heeft vermoedelijk alles te maken met de toegangsprijs: 55 euro, inclusief catalogus. Een kaartje zonder catalogus, die apart 20 euro kost, is niet te krijgen. Vraag een willekeurige in kunst geïnteresseerde student wat die daarvan vindt en het antwoord is voorspelbaar: balen. De vraag dus maar voorgelegd aan de perswoordvoerders van de Tefaf. Die antwoorden per mail dat het echt niet zo veel is, dat bedrag, je krijgt er immers kunst van wereldniveau voor – dat is waar – en let wel, een dagkaart voor Pinkpop kost 75 euro dus waar hebben we het over? Oké, maar de vraag is of je het niet eerder met een museum moet vergelijken. Ter plekke op de beurs blijkt een gesoigneerde persdame haast te hebben. Ze denkt: “Ik heb ècht geen zin in een kansloos gesprekje met deze meneer over de toegangsprijs.” Ze zegt: “Ik heb over twee minuten een presentatie en ben de rest van de dag met veel belangrijkere dingen bezig dan dit soort kwesties, dat begrijpt u toch wel?” En ze benadrukt dat de Tefaf bedoeld is voor de handel en de handelaren. Heeft men misschien ook niet zo’n trek in shabby studenten tussen al het tamelijk chique publiek? “Nee, we kijken niet naar het uiterlijk. Iemand met een spijkerbroek kan best een kapitaalkrachtige kunstkoper zijn.” En tot slot: “Er komt geen collegekaartkorting. We hebben het ooit gedaan maar dat leverde nauwelijks meer toestroom van studenten op. Toen zijn we er weer van afgestapt. Wie echt wil komen zal het er voor over moeten hebben. Er is wel een korting voor groepen van meer dan veertig personen, dat is misschien een optie.” En weg is ze.

 

Munch en Warhol

Eén ding is zeker: wie bereid is het bedrag te betalen zal er geen spijt van krijgen. Dat vinden ook twee middelbare vrouwen die bij de stand van de Italiaanse kunsthandel Moretti een schilderij van Frans Francken de Jongere bewonderen, Het feest van Balthazar. “Ongelooflijk, wat een kleuren, wat een licht, en zo mooi bewaard, al die eeuwen. De entreeprijs meer dan waard.” Ja, dat vindt haar vriendin ook. Frans Francken de Jongere? Inderdaad, dat is het boeiende van deze beurs, je vindt er naast de grote namen (van Rembrandt en Frans Hals tot Picasso en Miró) schilders die voor het grotere publiek onbekend zijn, zoals deze Vlaming uit de eerste helft van de 17e eeuw. Of neem de toch evenmin overdonderend beroemde Alfred Stevens, een 19e eeuwse Brusselaar die de speciale belangstelling geniet van John Mitchell Fine Paintings uit Londen. Ze hebben zelfs in 2004 een tentoonstelling aan Stevens gewijd, waarvoor de huidige eigenaar Peter Mitchell een boekje heeft geschreven over zijn leven en werk en de schilderijen voor de gelegenheid overal uit (vaak Amerikaanse) musea zijn geplukt: wie denkt dat kunsthandelaren echt alléén maar aan geld denken ziet hier het bewijs van het tegendeel.

Een liefhebber, dat blijkt ook David P. Tunick uit New York. Hij heeft een paar indrukwekkende Edvard Munchs hangen, andere dan die eeuwige De Schreeuw. Wie daar stilhoudt en in een notitieblokje wat aantekeningen maakt wordt door hem aangesproken en meegenomen naar de andere kant van de wand, want daar hangt De Schreeuw maar dan in de versie van Andy Warhol. Tunick zag de combinatie van deze twee kunstenaars ooit op een tentoonstelling in Scandinavië en was verkocht, zegt hij: hij moest en zou werk van deze twee tezamen in zijn galerie aanbieden. Op papier, want dat is zijn specialisatie, niet zozeer een tijdperk. En dus hangt er een ets van Rembrandt, naast tekeningen van Picasso, een aquarel van Seurat.

 

Zigzagbarsten

Er zijn standhouders – stand is een te ordinair woord voor veel van de statig ingerichte ruimtes – die de kunst van het belichten tot de perfectie beheersen. Dickinson uit Londen bijvoorbeeld, waar het lijkt alsof een Fernand Léger en een paar Magrittes zelf licht geven, bijna alsof het om lampionnen gaat.

Maar het is niet alleen oudere kunst die de Tefaf siert. Er is een grote afdeling modern tot zeer modern werk, er is Chinees porcelein, je kunt een Duits 15e eeuws harnas kopen (POA staat eronder, prijs op aanvraag, hoeveel? Voor 1,9 miljoen mag hij straks mee) er zijn vele juweliers – een van hen is zondag bestolen, de beurs moest een uur dicht –, er zijn antiquairs En omdat de handel altijd doorgaat vang je daar interessante telefoongesprekken op, zoals bij Salomon Stodel Antiquités uit Amsterdam: “Als hij het aan mij aanbiedt weet jij er zeker van, dacht ik zo…. Nee, ik heb nog niets besloten, de staat is niet best, aan de zijkant zitten van die zigzagbarsten…”

De Universiteit Maastricht doet traditioneel op bescheiden schaal mee. Als een van de participanten in een stand van de Maastrichtse regio en het Limburgse lifestyle blad Chapeau, ergens achterin. Het college van bestuur heeft een aantal gratis groepsarrangementen (inclusief catalogus, hapje en drankje) voor UM-medewerkers en hun ‘externe relaties’ ter beschikking gesteld, als dat niet genoeg is kunnen faculteiten en diensten kaarten tegen gereduceerd tarief krijgen om er hun relaties mee te verblijden. En er zijn een paar lezingen, vandaag nog een van historicus Joop de Jong over ‘vrije markt en staatsteun’ en vrijdag econoom Rachel Pownall over kunst als investering. Om 15.30 in de Maastricht School of Management, gratis toegang.

 

Wammes Bos

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)