Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Plannen rector: applaus en kritiek

Plannen rector: applaus en kritiek

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

MAASTRICHT. Luc Soete is nu enige maanden rector magnificus. Zijn streven om “niet op de winkel te gaan passen” heeft al geresulteerd in twee opvallende acties. De eerste betreft zijn plan voor een forse groei van de universiteit, naar zo’n 25 duizend studenten. De tweede is reeds omgezet in beleid: voortaan zal de UM jaarlijks zeven eredoctoraten uitreiken, waaronder een niet-wetenschappelijk-, zeg maar een maatschappelijk eredoctoraat.

Observant vroeg een min of meer willekeurige groep hoogleraren uit (bijna) alle faculteiten naar hun mening.

 

Om te beginnen: de groeistrategie.

Hildegard Schneider, decaan rechtenfaculteit: “Je kunt best naar groei van de universiteit streven maar dan niet door de bestaande richtingen groter te maken. Veel beter is het om nieuwe opleidingen te brengen. Wij zouden iets kunnen doen op het vlak van global governance and justice, een brede bachelor voor studenten uit India, Indonesië, China. Of iets met engineering en rechten, een master om octrooigerechtigde te worden.”

Ton Hartlief, hoogleraar privaatrecht (FdR): “Ik vind dat wel héél groot klinken, 25 duizend studenten. Het staat ver af van onze dagelijkse werkelijkheid: dat we een opleiding Nederlands Recht in de lucht proberen te houden met te weinig mensen. Dat betekent dat de kwaliteit onder druk staat, we hebben 70 procent onderwijslast, iets dat weer ten koste gaat van het onderzoek. Ik zit dus niet te wachten op groei. In plaats van te denken aan nieuwe opleidingen om studenten te trekken voel ik meer voor een injectie in de huidige opleiding.”

Stan van Hoesel, hoogleraar besliskunde (SBE): “Op zich heb ik geen moeite met 25 duizend, ik zet alleen vraagtekens bij de haalbaarheid. Het gaat in tegen de demografische ontwikkelingen hier en buitenlanders werven is nog niet zo makkelijk.

Op zich is groei heel goed, het geeft ons de gelegenheid meer staf aan te nemen en dus ook meer toppers, vooral op onderzoeksgebied. Ik denk niet dat je veel nieuwe richtingen moet introduceren, al was het maar omdat het logistiek, qua huisvesting, heel ingewikkeld wordt. Je kunt beter de bestaande richtingen uitbouwen, niet te veel variatie brengen.”

Wiebe Bijker, hoogleraar techniek en samenleving (CMW): “Het argument van Soete, dat de UM als economische motor voor de regio moet fungeren, vind ik sympathiek en zinnig. Als universiteit moet je daar serieus over nadenken. Wat het concreet betekent, weet ik nog niet. Ik ben er wel voor om die groei evenwichtig over de drie categorieën, bachelors, masters en promovendi te spreiden. Een gezond bijenvolk [Bijker is amateur imker; red.] bestaat ook uit jongere en oudere bijen en darren.”

Harry Struijker Boudier, hoogleraar farmacologie (FHML): “Regionale ontwikkeling stimuleren, dat is een van de taken van de universiteit. Soetes argumentatie is dus goed. Maar je moet niet de aantallen bij bestaande studies ophogen. Beter is het om nieuwe richtingen te ontwikkelen, vooral in de bèta-hoek, daar is behoefte aan. De bestaande bèta-opleidingen in Nederland zijn niet aantrekkelijk genoeg, niet op de 21e eeuw georiënteerd.  De UM kan met nieuwe multidisciplinaire varianten en met nieuwe vormen van onderwijs de aantallen aanzienlijk verhogen. Bij vwo-leerlingen is er steeds meer interesse voor bèta-programma’s.”

Ruud Kempen, hoogleraar sociale gerontologie (FHML): “Met de vergrijzing en de krimp hier kan ik me iets voorstellen bij Soetes plan. Maar waar haal je 25 duizend studenten vandaan? Als je zo sterk op buitenlanders inzet loop je grote risico’s. Het draagvlak voor financiering van buitenlandse studenten kan wegvallen, of ze komen ineens niet meer. Je kunt beter andere markten aanboren, die van het levenslang leren, daar moeten we als UM zwaar op inzetten. Bij de FHML hebben ze daar al veel ervaring mee.” 

Madelon Peters, hoogleraar experimentele gezondheidspsychologie (FPN): “Aan de ene

kant een goed idee vanwege de maatschappelijke functie van de universiteit, maar je moet ook niet gaan opleiden voor werkloosheid. Aan 3000 psychologen erbij hebben we niets. En het docentencorps moet natuurlijk meegroeien.”

 

 

 

Meer eredoctoraten?

De UM heeft in 30 jaar precies 30 eredoctoraten uitgedeeld, meestal drie à vier bij de lustra, soms een enkele ertussendoor. In de nieuwe opzet, met zeven per jaar, zouden dat er 210 zijn geweest. Ter vergelijking, de veel grotere universiteiten van Leiden, Utrecht en Amsterdam reiken ieder gemiddeld twee à drie eredoctoraten per jaar uit.

 

 

Hildegard Schneider, decaan rechtenfaculteit: “Ik vind het wel een goed idee om elk jaar die eredoctoraten uit te reiken. Ik ben helemaal niet bang dat er te weinig kandidaten zijn, het was eerder andersom: dan hadden wij een goede kandidaat maar waren we als faculteit nog niet aan de beurt. Dan moet je maar hopen dat iemand in de tussentijd niet dood gaat. Wij geven ons eredoctoraat pas in mei, niet omdat er geen goede kandidaat was maar vanwege het tijdstip van uitreiking. Onze eredoctor, het gaat om Christine van den Wyngaert, rechter bij het Internationaal Strafhof, kon begin januari niet. Ik vind trouwens wel dat je met die aantallen de uitreiking moet spreiden, over de dies en de opening van het academisch jaar bijvoorbeeld. Anders worden het wel heel lange zittingen.”

Over het maatschappelijke eredoctoraat aan DSM-topman Sijbesma: “Ik vind het prima dat er niet alleen strikt wetenschappelijke grondslagen gelden voor een eredoctoraat. En natuurlijk loop je risico dat iemand naderhand zwaar in de fout gaat, maar dat heb je toch met wetenschappelijke eredoctoraten ook? Diederik Stapels heb je overal.”

Ton Hartlief, hoogleraar privaatrecht (FdR): “Dat maatschappelijke eredoctoraat vind ik niet zo’n punt zolang maar duidelijk is dat het om andere dan wetenschappelijke verdiensten gaat. Ik wind me meer op over die aantallen. Elk jaar elke faculteit een eredoctoraat, dat kan niet anders dan tot verwatering leiden. Bij ons in de faculteit hebben we het erover gehad, daar kwamen veel namen opborrelen maar er werden er toch ook weer veel weggestreept. Dan kun je verder kijken, in de wereld zijn veel interessante geleerden te vinden, hele grote namen, maar moeten wij die eren, als Universiteit Maastricht? Die passen niet bij onze status. Laten we alsjeblieft een beetje onze plaats kennen.”

Stan van Hoesel, hoogleraar besliskunde (SBE): “Ik vind het veel, zeven per jaar. Dat worden er 70 in tien jaar. Twee per dies zou genoeg zijn. Anders is het bijzondere er snel af, ook voor de mensen die een eredoctoraat ontvangen.

Een maatschappelijk eredoctoraat, daar heb ik vraagtekens bij. Het gaat om wetenschappelijke verdiensten, of een enkele keer om groot maatschappelijk aanzien. Een Mandela. Maar CEO’s uit het bedrijfsleven, dat zou ik niet doen. En commerciële bijbedoelingen, om een bedrijf als DSM aan je te binden; dat gaat me te ver.”

Wiebe Bijker, hoogleraar techniek en samenleving (CMW): “Ik zou het iets zuiniger aandoen. Het moet om iets bijzonders gaan en dat raakt op deze manier aan inflatie onderhevig. Elke faculteit elk jaar een briljante wetenschapper, dat wordt lastig. Verder vind ik dat je eredoctoraten voor wetenschappelijke prestaties moet reserveren. Als je mensen wilt eren om andere redenen zijn daar andere manieren voor. En wat is anders je meetlat? Nee, wetenschappers raken niet zo snel in opspraak, Stapels zijn niet overal.”

Harry Struijker Boudier, hoogleraar farmacologie (FHML): “Ik herken hier de hand van een Belgische rector. Daar worden veel meer eredoctoraten uitgedeeld dan in Nederland, wij zijn terughoudender daarin. Volgens mij doet geen enkele Nederlandse universiteit het zo ruim als de UM nu. Iets meer dan we deden kan wel, maar je loopt het risico dat het devalueert. Een maatschappelijk eredoctoraat, daar ben ik niet tegen als het om ‘grote’ mensen gaat, Gandhi, Churchill, Bill Gates, dat soort namen. Je moet de lat hoog leggen. Het kàn ook de CEO van een bedrijf zijn maar ik ga me niet uitlaten over Sijbesma. Die is lang niet de slechtste denk ik, een uitzondering in Nederland, hij heeft veel aandacht voor maatschappelijke aspecten, voor duurzaamheid. Als Hans Wijers [voorheen Akzo; red.]er een had gekregen had ik dat het college van bestuur zeer kwalijk genomen. Waar ik overigens echt tegen ben is de rol van het college hierin. Het verlenen van eredoctoraten is voorbehouden aan hoogleraren. Een college van bestuur hoort dat niet te doen.”

Ruud Kempen, hoogleraar sociale gerontologie (FHML): “Een doctoraat, en wat mij betreft ook een eredoctoraat, is een proeve van bekwaamheid in wetenschappelijk onderzoek. Dat reserveer je voor mensen die actief zijn in de wetenschap. Een enkele keer maak je daarop een uitzondering, maar dan wel nog in de sfeer van prestaties op kennisgebied. Een topman van DSM, tja, die faciliteert kennisproductie, dat kun je zeggen. Ik heb begrepen dat het een goede man is die goede doelen steunt, maar voor mij is dat niet genoeg.

En dat we er nu zo veel uitdelen, als kleine universiteit, is vreemd. Dan moet je straks je quotum halen en ga je op zoek naar kandidaten. Terwijl het toch zo moet zijn dat iemand zich aandient aan wie je wel een eredoctoraat zou willen verlenen.”

Madelon Peters, hoogleraar experimentele gezondheidspsychologie (FPN): “Eredoctoraten, dat moet een exclusief karakter hebben. Niet van ‘wat zullen we dit jaar weer eens doen?’ Dus die aantallen vind ik niet verstandig, en zeker dat maatschappelijke eredoctoraat niet. De titel doctor staat toch echt voor iets wetenschappelijks, voor betrokkenheid bij een vakgebied. Geef iemand gewoon een erepenning of zo. Er ontstaan ook snel controverses over. Toen Albert Heijn een eredoctoraat van Nijenrode kreeg was er een hoop commotie, mensen die uit protest hun doctorstitel wilden inleveren. Dat soort dingen wil je niet.”

 

Wammes Bos

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)