Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Einde

Daar zat ik dan, alleen. Te wachten, met een vreemd, hol gevoel van totale berusting en acceptatie. Gordijnen dicht, alles donker. Ik kon er maar beter vast aan wennen. Ik had foto’s van dierbaren om mij heen op de grond gelegd, geelgoud verlicht door een eenzame kaars. Harde gospel, en twee flessen jenever binnen handbereik. Ik wist dat het einde voor de poort stond, het was immers eenentwintig mei, maar meemaken hoefde ik het niet. Het oordeel, het einde van ons aardse bestaan zou zich aandienen in de vorm van een gigantische aardbeving. Gelovigen hadden geluk. Jezus had met ze afgesproken dat-ie felroze teenslippers zou dragen ter herkenning, hij zou een trap en invalidenlift naar de hemel maken en zij mochten volgen. De rest, de ongelovige betweters waaronder ik, zouden simpelweg branden in de hel. Het zij zo. Eigen schuld, ik had nooit een letter in de bijbel gelezen.

Tweeëntwintig mei word ik wakker met een onvoorstelbaar droge mond, tussen mijn foto’s in een plas jenever. Mijn bonzende hoofd doet een einde vermoeden, maar niets blijkt minder waar! Ik leef! De zon schijnt, vogels fluiten en bij de buren klinkt muziek. Het begin van een stralende zondag! Absurd, want ik wist het nu toch zeker. In 1844, én 1994 is hetzelfde voorspeld, de wereld sidderde van angst en wachtte af. Maar beide keren bleek het een vreselijke vergissing. Hoe groot is dan de kans dat duizenden wijze mensen, met een onbegrensd verstand van zaken, er nu weer naast zitten? Nul, dacht ik. Ze zouden met z’n allen toch ook ongelooflijk voor lul staan? Als al deze mensen nota bene massaal hun ontslag indienen, en hun laatste spaargeld door de plee spoelen is het toch serieus, en niet gewoon heel, heel dom? Of was het een grap? Dat zeker niet. Deze mensen houden niet van grapjes. Bovendien staat het, als je goed leest, in het grote boek. Zeven dagen om een ark te bouwen voor de zondvloed, keer duizend, plus twee maanden, en dan de zeventiende dag. Waterdicht, dat was zaterdag.

Maar ik denk dat ik weet hoe het zit. God geeft een zetje met de ondergang van rivaliserende goden op de Olympus, en Griekenland erbij. Wij vechten hiertegen, raken verwikkeld in een ziedende oorlog, en dat wordt onze ondergang. We gaan het zelf doen. Gods vreugdevuur brandt al op IJsland, precies op eenentwintig mei. Zonde van zes dagen noeste arbeid, maar Zijn wegen zijn ondoorgrondelijk. We gaan eraan.

 

 

Gijs Hendriks

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)