Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

UM goed in snel afstuderen, veel minder in doorstroming naar 2e jaar

De Universiteit Maastricht staat landelijk aan kop als het gaat om de snelheid waarmee mensen afstuderen. Maar met de doorstroming van bachelorstudenten van het eerste naar het tweede jaar is het veel slechter gesteld. Daar komt Maastricht op de zesde plaats.

Dat blijkt uit het rapport Bachelor survival and completion rates dat het college van bestuur naar de universiteitsraad heeft gestuurd. Survival rates betreffen de doorstroming naar het tweede jaar, completion rates zijn gedefinieerd als het percentage studenten dat binnen vier jaar de bachelor haalt nadat ze het eerste jaar hebben ‘overleefd’. Op dat laatste aspect doet Maastricht het in 2006, het laatste onderzochte jaar, met 73,8 procent veel beter dan alle anderen. Alleen de Universiteit Utrecht komt met 68,1 procent in de buurt, de rest blijft onder de 60 procent met als absolute uitschieters naar beneden - maar dat is een bekend gegeven - , de drie technische universiteiten. Bij twee daarvan haalt slechts een kwart van de studenten in vier jaar de eindstreep, behalve in Twente dat relatief beter scoort met 36,2 procent. Alle universiteiten samen komen op gemiddeld 48,9 procent.

De doorstroming naar het tweede jaar (survival) blijkt problematischer. Daar blijft de UM in het peiljaar 2009 weliswaar boven het landelijke gemiddelde van 69 procent, maar moet ze met 71 procent vijf andere universiteiten voor laten gaan. Wageningen voert de lijst aan met 81,9 procent, gevolgd door Twente, Nijmegen,Groningen en Delft. Twee jaar eerder stond de UM nog op de vierde plaats: er blijken twee procentpunten ingeleverd te zijn. Ook ten opzichte van de eigen interne UM-norm (benchmark) van 75 procent is de doorstroming te gering. De benchmark voor afstudeerders ligt op 70 procent en wordt dus wel gehaald.

Dat de doorstromingscijfers tussen 2007 en 2009 lager uitkomen kan een gevolg zijn, zo meldt het rapport, van verscherpte selectie in het eerste jaar en een strenger gebruik van het bindend studieadvies. Als dat zo is zouden alleen de betere studenten moeten overblijven en zouden de afstudeercijfers op termijn nog hoger moeten uitkomen, klinkt het.

Wie kijkt naar de uitkomsten op het niveau van de opleidingen ziet opvallende dingen. Vooral fiscale economie en econometrie komen met bedroevende doorstromingscijfers, respectievelijk 45 en 41 procent, ver onder het gemiddelde in die sector van rond de 60 procent. Ook de European Law School zit in beide categorieën, zowel de doorstroming als het tijdig afstuderen, onder de 60 procent. Nederlands recht doet het ook niet best, net als gezondheidswetenschappen.

Heel goed daarentegen zijn International Business, geneeskunde en het University College, alledrie op beide criteria bovengemiddeld.

Belangrijk is de restrictie die geldt bij de landelijke vergelijkingen. De UM-cijfers omvatten alle studenten, inclusief de buitenlanders, een substantieel aantal immers in Maastricht. Landelijk, in VSNU-verband, houdt men in dit soort onderzoek echter alleen rekening met studenten die een vwo-diploma hebben, vooral Nederlanders dus. Dat beïnvloedt de uitkomsten. Zo scoort de UM slechter in de VSNU-methodiek, terwijl Utrecht het daar aanzienlijk beter doet dan de UM. Maar als àlle studenten meetellen moet Utrecht bijna 10 procent inleveren in zowel de doorstromers- als de afstudeerderscategorie en belandt daarmee weer beduidend lager dan Maastricht.

 

 

Wammes Bos

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)