Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Het minst begrepen jongetje van de klas

Het minst begrepen jongetje van de klas

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes Fotografie

Teun Dekker (1980, Utrecht), docent politieke filosofie sinds 2007, vice dean academic affairs sinds 2011, woont in Maastricht. Alleenstaand, “maar geïnteresseerd”  

Als ik in de spiegel kijk… moet ik erg om mijzelf lachen.  Elke week een schoon overhemd? Nee zeg! Elke dag. Vers gestreken en het liefst in een zuurstokkleur. Ik speel een rol als filosoof, als docent en daar hoort bij dat ik mij op een bepaalde manier kleed. Ja, dat klinkt inauthentiek, maar ik voel me goed in deze kleding, in deze rol. Het is mijn praktische identiteit, om te spreken met Kant. Ik weet wat ik wil uitstralen; niets autoritairs hoor, eerder vriendelijk, vrolijk en verzorgd.     Slimste jongetje van de klas? Poeh. Het minst begrepen jongetje van de klas. Op de lagere school hield ik van mooie toneelstukken, mooie boeken. Daar hadden de meeste klasgenootjes niets mee. Ik had ook allemaal ideeën over hoe we de wereld kunnen structureren. Ik ben niet voor niets filosoof geworden. Mijn klasgenoten vonden me vooral raar en dat kan ik me goed voorstellen. Ik probeerde ze dingen uit te leggen die voor mij heel logisch waren, maar zij zagen het niet. Ik twijfelde niet aan mijzelf, ik wilde mijn ideeën ook niet opgeven. Ik vond dat ik ze beter moest uitleggen. Je moet je voorstellen dat ik op de basisschool de enige was die De ontdekking van de hemel had gelezen, op de middelbare school een paar met mij en op de universiteit iedereen. Mijn ouders vertrouwden er altijd op dat het goed zou komen.     Als ik bij de frietkraam sta, bestel ik… goudgele friet, maar de mayo maak ik zelf.     Studenten vinden mij… - ik hoop – intellectueel en cool, en dat ik die twee dingen kan verbinden. Onder cool versta ik speels, een beetje beschouwend, afstandelijk en heel streetwise, ik weet waar mensen mee bezig zijn, wat er speelt in de belevingswereld van de jeugd en de studenten.     Humor is… zelfspot. De Amerikaanse componist Stephen Sondheim heeft ontzettend veel humor. Hij doet prachtige dingen met woorden. Dan denk ik: ‘Wauw, kan taal dit mogelijk maken?’ In zijn Invocations and Instructions to the Audience geeft Sondheim instructies aan het publiek. [Uit zijn hoofd trakteert Dekker ons op een aantal zinnen.] Please don’t fart, there’s very little air and this is art, en dat tettert zo maar door. Als je teksten uit het hoofd leert, begrijp je ze beter, kun je er mee werken. Woorden zijn tools, je gebruikt ze om een boodschap mee over te brengen, om een performance te geven. Wat dat betreft is Sondheim een enorme inspiratiebron.     Mijn tic: Het pootje van mijn bril in mijn oor stoppen.     Maastricht is Oxford aan de Maas: Ja. Zowel in Oxford, waar ik ben gepromoveerd, als in Maastricht is het oké om te dromen, om gekke dingen te doen. Het is weer carnaval in Maastricht, zingen in een collegezaal is prima. Er is plaats voor creatieve uitspattingen. De stad Maastricht is behoudend, maar wel heel tolerant. Jazeker, want Maastrichtenaren twijfelen niet aan hun eigen ideeën, aan de dingen waar ze voor staan, dus kunnen anderen net zo goed gek doen. Maastricht is het mooiste wat me is overkomen.     Merk auto: Ik heb geen auto, zelfs geen rijbewijs. Mijn PhD halen vond ik genoeg.     Mijn hond heet… Had ik er maar eentje, dan zou ik ‘m Bubbles noemen. Ik was vroeger allergisch voor honden, of althans dat dachten we. Bovendien denk ik dat een hond zou lijden onder mijn filosofisch bestaan. Het is me één keer overkomen dat ik op een bankje zat en dat er opeens, baf, een compleet artikel aan mij verscheen. Ik rende – een wonder dat ik niet ben overreden – naar de bibliotheek en zat dagenlang achter de tekstmachine. Ik heb bijna niet gegeten en geslapen. Een hond zou totaal verwaarloosd worden.     Als mijn huis afbrandt, red ik… de computer. Daar staat alles op.     Op mijn nachtkastje ligt… John Kenneth Galbraith, over de monetaire geschiedenis van de Verenigde Staten. Ik heb het boek, uit 1972, van mijn grootvader geërfd. Het is het beste boek ooit over de economische cultuur. Ik lees elke avond één hoofdstuk. Alles waar we nu mee bezig zijn in de wereld, de paniek et cetera: het staat er allemaal in. En dan denk ik: ‘Meneer Galbraith, dat heeft u goed gezien.’ Het is fascinerend dat de fouten die in 1929 zijn gemaakt, ook in 1972 en vandaag de dag worden gemaakt.     Kleren koop ik in… een winkel waar ik al 15 jaar kom, bij mijn ouders in het dorp, in Bilthoven.     Zonder mijn bril… voel ik me naakt. Ik ben er erg aan gehecht, het is een bijou.     De UM is beneden mijn academische stand: Gelul. We hebben heel goede studenten en mijn talenten als docent zouden minder goed tot uiting komen op een universiteit waar voornamelijk colleges worden gegeven. Het pgo-systeem is een bron van vrolijkheid, ik vind het fantastisch om hier te werken.     Grootste frustratie: Docenten die hun onderwijs afraffelen, niet netjes omgaan met de studenten, maar er wel veel geld voor vragen. Ze lopen ook hier op het UCM rond, they know who they are.     Mijn laatste etentje: Dat is lang geleden. Ik herinner me een etentje in Utrecht, in het restaurant Wilhelminapark. Ik werd diep geraakt door de ingetogenheid waarmee chefkok Jon Sistermans kookte. Heel zuiver, heel precies, ieder gerecht had een juiste touch die het geheel liet bewegen. Het hoofdgerecht was gebraden kip. Het braden van een kip is lastig; kipfilet en bout zijn andere types vlees en vragen een andere garing. Hij had de kip gevuld met een tapenade van olijven en steranijs. Die steranijs, dat zoete toefje, maakte van een boers recept een transcendental experience.     De echte intellectuele studenten zitten bij het UCM: Ja. De intellectuelen vinden elkaar bij het College. Wat wij doen, is ervoor zorgen dat die innernerds uit de kast mogen komen. Het allerleukste aan mijn werk? Vertrouwen geven aan die paar studenten die, net als ik vroeger, prachtige ideeën hebben, maar niet worden begrepen. Aan het UCM is een sfeer gecreëerd waarin ze zich niet hoeven te schamen.     Liefde van mijn leven: Nog niet gevonden, maar ik ben wel geïnteresseerd.     Ik was liever als vrouw geboren: Nee, maar ik ben wel jaloers op een aantal dingen. De manier bijvoorbeeld waarop vrouwen zich meer mogen uitdrukken dan mannen, qua kleding, qua gedrag. Ze kunnen ook hun grote emoties voelen en tot uitdrukking brengen. Mannen worden geacht in control te blijven.

 

 

Wendy Degens

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)