Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Met dank aan pelgrims en soldaten

Met dank aan pelgrims en soldaten

Photographer:Fotograaf: Archief Regionaal Historisch Centrum Limburg

Boek over de geschiedenis van de gezondheidszorg in Maastricht

Over tweehonderd jaar zullen artsen versteld staan van de huidige medische behandelingen, net zoals wij ons verbazen over zinloze praktijken als aderlaten. Dat zegt Harry Hillen, onder wiens redactie het boek ‘Van godshuis naar academisch ziekenhuis’ tot stand kwam, een historische schets van de gezondheidszorg in Maastricht.

Maastrichtenaren die in de late middeleeuwen te horen kregen dat ze naar het Sint Antoniuseiland in de Maas dienden te vertrekken, wisten precies wat dat inhield: ze hadden de pest onder de leden en werden afgezonderd. Het eiland, ter hoogte van de huidige Griend, was genoemd naar de antonieten die zich om de zieken bekommerden.

Pestuitbraken troffen de stad regelmatig tussen 1470 en 1670. Vele honderden Maastrichtenaren lieten daarbij het leven. Gebeurde dat thuis, dan gingen kleren en beddengoed subiet in de hens, net als eventuele huisdieren die daarna als kadaver in de Maas dreven. Het huis werd door een zogeheten pestdokter ontsmet en zes weken gesloten, als merkteken prijkte een witte lat op de voordeur. In de omliggende straten en trottoirs stak men pektonnen in brand om de bedorven lucht te verdrijven die - zoals men geloofde – de besmettelijke ziekte had veroorzaakt.

De slachtoffers werden in doeken gewikkeld en begraven. In de stadstuin van de paters kapucijnen tussen de Bogaarden- en Capucijnenstraat zijn omvangrijke massagraven gevonden, net als op de Maagdendries waar de tuin van de zusters van Sint-Andries lag.

Het valt allemaal na te lezen in het rijkelijk geïllustreerde Van godshuis naar academisch ziekenhuis, dat licht werpt op de geschiedenis van de lokale gezondheidszorg. Tien historici en medici, soms met een Maastrichtse achtergrond, hebben meegewerkt aan het boek dat oorspronkelijk als relatiegeschenk moest dienen. “De eerste druk telde maar zeshonderd exemplaren”, zegt emeritus hoogleraar en oud-decaan van de medische faculteit en FHML Harry Hillen. “Al snel, mede door de tentoonstelling in het ziekenhuis, kwamen er tientallen telefoontjes en bleek de belangstelling onder het personeel groot. Er komt nu een herdruk.”

Hillen, die in 2008 afscheid nam van de universiteit, is al zijn leven lang geboeid door de geschiedenis van de geneeskunde. Om het hobbyisme te overstijgen heeft hij (samen met Jos van Engelshoven, een van de medeauteurs) aan de Universiteit van Amsterdam de mastercursus medische geschiedenis gevolgd.

 

Kruidendokters

Wat de oud-decaan het meest opviel, is dat de geneeskunde bepaald geen autonome ontwikkeling heeft doorgemaakt maar constant beïnvloed is door de omstandigheden in de stad, in de samenleving. In Maastricht drukten twee groepen een stevig stempel op de gezondheidszorg: pelgrims en soldaten. 

Al vanaf de vijfde eeuw stroomden pelgrims toe om de vermeende beenderen van bisschop Servatius te bewonderen. Van de bisschop - heilig verklaard – werd beweerd dat hij tijdens een voettocht de sleutel van Petrus had ontvangen waarmee de hemel kon worden geopend. Bedevaartskerken waren verplicht om pelgrims op te vangen in een domus hospitalis, een gasthuis of hospitaal. Sommigen raakten gewond bij berovingen onderweg, anderen werden ziek door de ontberingen, en weer anderen waren al ziek bij aanvang, zij gingen juist op bedevaart om beter te worden.

Het oudst is het Sint-Servaasgasthuis, ooit gelegen tussen de huidige Platiel- en Bredestraat. “Het was te vergelijken met het gasthuis in Beaune (stadje in Bourgondië, red.). Misschien iets kleiner maar wel mooi ingericht. Pelgrims brachten immers veel geld in het laatje. Aardig is dat we het reglement hebben teruggevonden waardoor we een goed beeld krijgen van het dagelijks leven in de 12e eeuw. Wie wel en niet behandeld werd, wie over het geld ging, wie de verzorging deed. Het verschilt verrassend weinig van de manier waarop wij dat doen.”

De gezondheidszorg stelde tot 1600 niets voor. De meeste zieken werden thuis verzorgd door familie en buren. Wie het kon betalen, nam een van de vele kruidendokters in de arm, die zich presenteerden op jaarmarkten. Vanaf de 17e eeuw groeide de kennis en kwamen deskundige artsen naar het zuiden, wederom als gevolg van de maatschappelijke omstandigheden: in 1680 werd Maastricht een vestingstad.

 

Calvariënberg

Waarom een vestingstad? Omdat Maastricht het dichtst bij Frankrijk lag, het land waar de meeste militaire dreiging van uitging. Op het hoogtepunt waren er 11 duizend soldaten gelegerd, op een inwonertal van 18 duizend. Een en ander mondde uit in het eerste garnizoenshospitaal van Nederland, in het huidige Regionaal Historisch Centrum Limburg in de Sint Pieterstraat, vroeger een kloostercomplex van de minderbroeders.

Het hospitaal trok academisch geschoolde doktoren aan, afkomstig van de universiteit van Leiden. En tegelijk waren deze professoren, onder wie Pelerin en Vrijthoff, verbonden aan de Illustre School; een in de Kapoenstraat gelegen gymnasium dat studenten voorbereidde op een universitaire studie. “Een MUMC+ avant la lettre, als je bedenkt dat de studenten les kregen op de school en de praktijk leerden kennen in het hospitaal.”

In 1815, na de Franse overheersing, gaf Willem I aan elke stad met een Illustre School toestemming om een universiteit op te richten. “Amsterdam maakte van de gelegenheid gebruik, Maastricht liet de kans lopen. Geldgebrek werd als reden opgevoerd. De wederopbouw van de stad kreeg voorrang.” Had de geschiedenis hier een andere loop genomen dan was de UM nu voorbereidingen aan het treffen voor het tweehonderdjarig jubileum.

De tweede helft van de 18e eeuw, als de medische kennis ontluikt, vindt Hillen de meest interessante periode. Hij stuit in het Regionaal Historisch Centrum op een affiche over een anatomische les (“nooit verwacht dat die ook in de provincie werden gehouden”) en duikt in de nagelaten bibliotheek van garnizoensarts Vrijthoff, mede vanwege zijn eigen voorliefde voor oude boeken. “De collectie bestond uit vierhonderd boeken waaronder prachtexemplaren met tekeningen van Vesalius.”

Alles overziend tekent zich een rode draad af. “Die loopt van de pelgrims die veel geld in de stad achterlieten, naar de soldaten die expertise en kennis meebrachten, tot de eerste ziekenhuizen na de Franse bezetting, die met behulp van dat kapitaal en die kennis tot stand kwamen. Toen de Franse troepen vertrokken hebben ze alle bezittingen achtergelaten bij wat later heette het ‘Burgerlijk Armbestuur’, een soort college van deskundigen dat alle armen- en ziekenzorg financierde. Daar zijn het ‘gebrekkigenhuis’, krankzinnigengesticht en ziekenhuis Calvariënberg uit voortgekomen, maar evengoed het Sint-Annadalziekenhuis en het psychiatrisch centrum Vijverdal.”

 

Maakbaarheid

De geneeskunde heeft indrukwekkende resultaten geboekt, vindt Hillen. “In de Romeinse tijd was de levensverwachting 25 jaar, nu 79. Tegelijk is de onvrede over de geneeskunde groter dan ooit, zie de aandacht in kranten voor medische fouten. Toch denk ik dat het ongenoegen niets te maken heeft met de onkunde van artsen maar met de soms ongevoelige, soms arrogante bejegening van patiënten. Daarom is het belangrijk dat we studenten niet alleen de techniek bijbrengen maar ook gevoelig maken voor de maatschappelijke context van het vak, voor de cultuur, de tijdgeest, de voorgeschiedenis.”

De geneeskunde is steeds een spiegel van de samenleving. “In onze tijd overheerst de maakbaarheidsgedachte, die ook de gezondheidszorg in zijn greep houdt. Alles ligt vast in ons DNA maar handig gesleutel zou alles mogelijk maken. Dat leidt tot overspannen verwachtingen, alsof je alle ziekten uit de wereld kunt helpen. Ik dacht het niet.”

Het schrijven van een geschiedenis heeft een relativerend effect, meent Hillen. “We kijken nu met een zeker dédain naar een behandeling als aderlaten die tot begin 19e eeuw werd toegepast. Volkomen zinloos en schadelijk. Maar artsen zullen zich over tweehonderd jaar net zo verbazen over onze behandelingen. Van kanker bijvoorbeeld. We weten nog steeds niet wat er precies gebeurt en daarom stoppen we met een chemokuur de celdeling in het hele lichaam. In de toekomst zullen ze veel gerichter te werk gaan. Het is een illusie om te denken dat wij op de top van de piramide zitten.”

 

Maurice Timmermans

Lees hier over de tentoonstelling

Het boek ‘Van godshuis naar academisch ziekenhuis’ is een relatiegeschenk en niet verkrijgbaar in de vrije verkoop

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)