Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Over het trauma van het gifgroene corduroy-pak

Over het trauma van het gifgroene corduroy-pak

Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder

Niko Cobben (64, Roermond), informatiespecialist UB, sinds 1981, en fotograaf; woont in Maastricht, samen met vriendin Marly

Luik of Maastricht? Luik. Het is net als met het verschil tussen Brugge en Gent. Brugge is een openluchtmuseum, net, burgerlijk. Gent is een dynamische stad waar je ‘de uitersten van het leven’ treft. Ik was ooit in het restaurant Tap en Tepel, waar grote boerenbroden en stukken kaas van de ene tafel naar de andere gingen. Waar je wijn per fles kocht en waar meterslange geverfde planken in de open haard werden geschoven. Luik is ook zo’n stad die steeds weer verrast. Het kan altijd volkser, absurder. Al zou ik er niet willen wonen. Ik ben blij dat ik niet dagelijks in die ongelooflijke rotzooi hoef te zitten. Ik bedoel niet alleen de rommel maar ook de afgeleefdheid, van de gebouwen, van de mensen.     Eindelijk stoppen met werken! Ik werk twee dagen per week, dus als ik in augustus vervroegd uittreed, zal ik niet het gevoel hebben dat het roer ineens omgaat. Ik zie er niet tegenop. Al denk ik wel dat ik dan behoefte heb aan vrijwilligerswerk, om een zekere structuur te behouden. Dus werk waarbij je ingeroosterd wordt en af en toe een cursus doet. Ik weet nog niet wat. Ik heb een paar jaar geleden bij een hospice gewerkt. Als er een leuk baantje of project bij de UM opduikt, zal ik dat ook niet afslaan.     Jeugdtrauma? Dat ik op zondag, voordat ik naar de kerk ging, altijd chique kleren aan moest. En dat gevecht steeds, want ik wilde die kleren niet aan. Ik weet ook nog dat ik met mijn ouders naar de kledingwinkel ging. Ze vroegen nooit of ik iets leuk vond. Het merk Bleyle kan ik me nog herinneren, spullen van kriebelwol waren dat. Een paar jaar later, op m’n zeventiende, mocht ik alleen naar de winkel. Ik kwam een keer terug met een gifgroen corduroy-pak. Ik moest het meteen omruilen. Tot op de dag van vandaag mijd ik pakkenwinkels. Ik heb niet eens een pak.     Favoriete gerecht? Pompoensoep. Van eigen pompoenen. Met linzen, gierst, ui. Ik kook graag, meestal vegetarisch. In een restaurant wil ik nog weleens een stuk vlees nemen. Laatst had ik ‘jodenhaas’, een stuk rundvlees dat joden vroeger vaak aten. Het mocht nu niet meer zo genoemd worden, zei de kok van Le Grand Petit, bij Eijsden over de Maas. Leuk restaurant, met ouderwetse of minder populaire gerechten op de kaart.      Grootste angst? Dat je op je oude dag verbitterd terugkijkt op je leven. Ik mopper weleens maar dat is wat anders dan een diepe ontevredenheid. Dat je nergens meer van kunt genieten, dat over alles een zwarte deken ligt.     In welk tv-programma zou je willen optreden? Ik hou van absurde programma's zoals Benidorm Bastards. Ik zag een aflevering waarin een oude vrouw in het park aan iemand vraagt of ze zijn telefoon mag gebruiken waarmee ze dan naar een heroïnedealer of een sekslijn belt. Ik hoef daar zelf geen rol in te spelen, maar het lijkt me heerlijk om dit soort dingen te verzinnen. Ik vind dat de Belgen betere programma’s maken, mensen mooier portretteren. In Nederland word je meteen onderbroken als je even niet uit je woorden komt.     Wat is schoonheid? Dat heeft voor mij met verval te maken, met de eindigheid der dingen. Daar gaat een zekere ontroering van uit. Ik hou ook van het simpele, zoals de schilderijen van Rothko, die tegelijk een sterke intensiteit in zich dragen. Ik heb niks met zo’n diamanten schedel waar iedereen mee wegloopt, egotripperij. Vaak loop ik ergens en trekt iets mijn aandacht. Op de rommelmarkt in Luik werd ik geraakt door een lijst met daarin een verzameling pasfoto’s, allemaal van dezelfde vrouw. Ik vraag me dan meteen af of de vrouw misschien geadoreerd is door haar man.     Laatste vakantie? Een weekje Venetië, tien jaar geleden. Ik hoef niet zo nodig weg. Ik geniet evenveel van een dagje Namen of Seraing. Toen ik klein was gingen we nooit op vakantie, we gingen niet eens een dagje met de trein weg. We fietsten naar de dichtstbijgelegen beek waar we dammen bouwden en jonge glasalen vingen.    Vader of moeder? Vader, omdat ik me in hem het meest herken. Wat ik me vooral herinner zijn die dagen dat we fietsen uit mekaar haalden en weer in elkaar zetten. Hele rituelen waren dat. Ook de liefde voor de natuur heb ik van hem. Hij verzamelde zweefvliegen, ze lijken soms op wespen, soms op hommels, en kunnen doodstil in de lucht blijven hangen. Die prikte hij in zo’n platte vitrinekast, met eronder de naam op een kartonnetje.     Een brief of een tweet? Een brief. Een e-mail kan ook nog, maar dan houdt het op. Ik heb niks met Facebook of LinkedIn. Als ik zie van welke onzin de kinderen van mijn broer de wereld kond doen! Ze vragen zich ook niet af of de wereld daarop zit te wachten. Ze willen zich etaleren, daar gaat het om. Ik moet ook denken aan zo’n hoogleraar in Tilburg die de boel oplichtte. Dat is geen eenling of een halve gek, maar iemand die past bij de tijd, die aandacht wil, in de schijnwerpers!     Vrienden of familie? De familie van vaderskant is vrij hecht, zonder dat we elkaar vaak zien of verplichte nummers als verjaardagen. Dat hoeft voor mij niet. Ik werd laatst uitgenodigd voor een feest, in de grotten van Geulhem. Een oude vriend van de HBS was 65 geworden. Vroeger zou ik daarheen zijn gegaan, durfde ik geen nee te zeggen, maar nu ben ik niet gegaan. Te massaal ook. Ik maak liever met z’n tweeën een boswandeling en drink daarna nog ergens een biertje.

 

Maurice Timmermans

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)