Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Herman Kingma, evenwichtskunstenaar en Realpolitiker

Herman Kingma, evenwichtskunstenaar en Realpolitiker

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes Fotografie

De oude en tegelijkertijd nieuwe voorzitter van de universiteitsraad, prof. Herman Kingma, is vooral iemand van de resultaten. “Als je moet kiezen tussen zichtbaarheid voor de kiezers en effectief optreden, kies ik voor het laatste.”

 

Hij wil nog wel even wat kwijt over het bericht van vorige week in Observant, over zijn herbenoeming. Dat het een gesloten procedure was bijvoorbeeld, geen andere kandidaten, waardoor het net leek op handjeklap, dat hij zo nodig dóór moest. Kingma: “Ik was zelf wel voor een open procedure geweest, maar zo staat het nu eenmaal in de reglementen. En ik heb van te voren gezegd: als er maar één lid is dat niet wil dat ik doorga, stop ik. Dat was ook twee jaar geleden bij mijn eerste benoeming zo, ik wil de steun van iedereen. Je staat in dienst van de raad, dat moet je niet tegen iemand zijn zin doen.”

En de opmerking van de voorzitter van de vertrouwenscommissie in datzelfde bericht dat hij soms wat te veel de positie van het college van bestuur verdedigt?

“Dat was naar aanleiding van mijn vraag aan de commissie: wat is jullie kritiek, wat kan ik beter doen? Toen kwam dit: dat er mensen waren die vonden dat ik sòms de ìndruk wekte dat ik iets meer het collegebeleid verdedigde. Ik zie dat zelf anders maar zo’n beeld is natuurlijk belangrijk. Ik moet dus duidelijker maken wat en hoe ik met het college bespreek, zonder hun vertrouwen te beschamen.”

Wat doet hij er wel mee, met de dingen die hij vertrouwelijk van het college hoort? Kingma: “In eerste instantie vraag ik of zo’n onderwerp niet toch gewoon naar de raad kan, als dat er zich naar mijn mening voor leent. En als dat niet zo is kan ik altijd, zonder echt iets te verklappen, de raad suggereren om eens vragen over dit of dat te stellen. Wat mij betreft wordt er zo min mogelijk in achterkamertjes geregeld.”

 

Balanceren

“Maar, zegt hij ook, “soms lopen onderhandelingen beter als je dat in rust en beslotenheid kunt doen”.

Het is een doorlopend thema in het gesprek: de spanning die er bestaat tussen het werk achter de schermen en de openheid die hoort bij een democratisch gekozen orgaan als de universiteitsraad. Balanceren, daar weet Kingma als medisch specialist die zich beroepshalve met de evenwichtsorganen bezighoudt, alles van.

Het heeft met effectiviteit te maken, vindt Kingma: “Toen ik er twee jaar geleden aan begon ging het er erg formeel aan toe, er heerste wantrouwen tussen raad en college, er werden semantische discussies gevoerd over procedures. Dat wilde ik anders doen. Ook omdat er in de medezeggenschap een lange traditie is van reactief werken: het bestuur komt met iets, de raad reageert. De ontwikkeling van het beleid in eerdere stadia, daar zit je niet bij, daar heb je geen invloed op. En dat is wel het moment dat er nog van alles kan veranderen. Ligt er eenmaal een kant en klaar voorstel, dan ben je of te laat of je belandt in een conflictueuze sfeer. Daarom heb ik er hard aan getrokken om de U-raad eerder bij de besluitvorming te betrekken.”

Daar kleeft natuurlijk een gevaar aan, beseft Kingma: bestuur en raad hebben verschillende rollen en belangen, en wie in een vroeg stadium meedenkt met de bestuurders kan daarmee zijn recht op kritiek verderop in het traject verspelen. Maar de voordelen zijn groter dan de nadelen, vindt hij: “Bij de begroting hebben we het nu op die manier gedaan. Daar dreigden we pas weer in een heel laat stadium de stukken te kunnen zien, toen heb ik gevraagd of we dan niet de conceptversie konden krijgen en daar commentaar op leveren. Daar zijn iets van 85 vragen over gesteld, die zijn allemaal beantwoord en de suggesties zijn bijna allemaal uitgevoerd. Dat had nooit gekund als we pas de kant en klare versie onder ogen hadden gekregen.”

 

Zichtbaarheid

Herman Kingma heeft na twee jaar zijn stempel gedrukt. “Twee jaar is kort. Je hebt een jaar nodig om er een beetje in te komen, om contacten te leggen en om te weten bij wie je waarvoor moet zijn. Daarna kun je gaan afmaken waar je aan begonnen bent, dus ik ben blij dat ik verder mag.”

En vooral verder mag op zijn manier: pogen om resultaten binnen te halen, ook al lijdt de zichtbaarheid van het democratische proces daar wel eens onder. “Het punt is, zit je er voor de zichtbaarheid of voor wat de kiezers willen? Wanneer moeten ze blijer zijn, als ze zien wat je doet maar zonder resultaat, of met het resultaat?”

Retorische vragen, zo veel is duidelijk. En soms is er toch nog iets zichtbaar van ‘s voorzitters aanpak, bij toeval. Zo was de verslaggever vorige week getuige van een mooi staaltje Kingma-en. Voor de deur van de vergaderzaal, waar de raad zoals gebruikelijk al een uur in beslotenheid voorvergaderd had, stond een paar minuten voor aanvang van het openbare gedeelte een drietal mannen te praten. Twee leden van het college van bestuur, en Herman Kingma. Uit alles bleek dat daar een deal werd gesloten. Kingma: “Inderdaad, want weet je wat er gebeurde? Op de agenda stond de hoogte van het instellingscollegegeld, iets waarover twee weken eerder al in een raadscommissie was gesproken en waar de studenten geen bezwaar tegen hadden. Daar was dus een positief advies uit gerold, maar er waren wel vragen gesteld over de betalingstermijnen, die voor studenten ongunstig zouden uitpakken. Het college had intussen schriftelijk geantwoord dat het vasthield aan het oorspronkelijke voorstel. Nu, tijdens de voorvergadering van de plenaire U-raad, bleek dat de studenten het positieve advies van de commissie wilden terugdraaien als er niets aan de betalingstermijnen werd gedaan. Dan werk je volgens het conflictmodel, je wilt een stok achter de deur voor als je je zin niet krijgt, dat leek me niet zo vruchtbaar. Temeer daar de U-raad formeel helemaal niets over die termijnen te zeggen heeft. Waarom dan niet even apart met het college gesproken buiten de officiële vergadering om? Dus ik loop naar buiten, Martin Paul en Gerard Mols stonden al voor de deur, en in een paar minuten was het geregeld dat de zaak door een werkgroep wordt bekeken en dat de studenten in ieder geval geen nadeel van de regeling moeten ondervinden. Ja, dan kun je zeggen dat de buitenwereld, de kiezers, niet ziet hoe de vertegenwoordigers in de raden het doen, maar ik vind dat we er voor de resultaten zitten.”

 

Chagrijn

Een andere les uit dit voorval: het commissiewerk is niet goed gedaan, “het had dáár al geregeld moeten zijn”, zegt Kingma.

Er gaat vaker iets mis in de voorbereidende commissies. Dan krijgt een voorstel van het college van bestuur groen licht dat vervolgens een week later in de plenaire U-raad weer wordt ingetrokken. Het levert begrijpelijkerwijs veel chagrijn op bij het college. Zou de kwaliteit van de besluitvorming in de commissies niet beter moeten, zouden vooral de voorzitters van de commissies niet sterker moeten zijn? Die kwestie klemt te meer nu de commissievergaderingen in de praktijk steeds meer de plek zijn waar de echte discussie plaatsvindt en de U-raadsvergadering zelf veel minder debat kent. Kingma: “Over de voorzitters van de commissies heb ik niets te zeggen, die benoemt de U-raad. Er zijn drie commissies en elke geleding levert een voorzitter, het wetenschappelijk personeel, het ondersteunend personeel en de studenten. Dat is traditie.”

 

Kingma is lid van een landelijk overlegorgaan dat de universitaire medezeggenschap tegen het licht houdt. Dit in het kader van Sofokles, een ‘sociaal fonds voor de kennissector’ gedragen door universiteiten, umc’s en onderzoekinstellingen. Op de agenda van de UM staan nu twee pilots, door Kingma voorgesteld en straks hopelijk door Sofokles gesubsidieerd, die er beide op gericht zijn om de twee centrale medezeggenschapsorganen, de universiteitsraad en het Lokaal Overleg van vakbonden met het college van bestuur, tot enige samenwerking te bewegen. Kingma: “Het voorstel is dat de raadscommissie financiën en personeel van de U-raad voortaan samen met het LO vergadert met het college van bestuur, onder leiding van een technische voorzitter. Dan hoeft het college niet dezelfde onderwerpen, reorganisaties bijvoorbeeld, aan twee onderhandelingstafels te bespreken, en kunnen wij als medezeggenschapsorganen van elkaars expertise leren. Het is een hot item hè, wanneer iets een reorganisatie is. Want dan moet het proces voldoen aan bepaalde wettelijke eisen. Terwijl als je telkens kleine stapjes zet het steeds net geen formele reorganisatie is. Dat proces kun je beter in de gaten houden als je het gezamenlijk doet. En de tweede pilot gaat over personeelsbeleid, daar zijn veel mensen niet tevreden over: te weinig loopbaanbeleid en –ontwikkeling, geen goed seniorenbeleid, promovendi die meteen vertrekken na de promotie. Ook daar willen we samen met het LO en de directeur HRM plus het college om de tafel gaan zitten om te kijken of er niet iets beters mogelijk is. Op die manier bouw je meer draagvlak dan als je afwacht waar het college en de HRM-directeur mee komen.”

 

 

Wammes Bos

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)