Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Hoog of laag salaris? Als de argumenten maar goed zijn

Hoog of laag salaris? Als de argumenten maar goed zijn

Photographer:Fotograaf: iStockPhoto

NWO-onderzoek Teun Dekker

MAASTRICHT. Een white board. Dat moet er komen in de Tweede Kamer, meent politiek filosoof Teun Dekker. “Politici kunnen dan eens eindelijk helder opschrijven wat ze precies bedoelen.” De argumentatie in het politieke debat is lang niet altijd zuiver en duidelijk, concludeert Dekker die het debat over de beloningen van hoge ambtenaren, rechters en ministers onderzocht.

Iedereen kent het: iemand vertelt een verhaal en er valt geen chocolade van te maken. Neem bijvoorbeeld de praatgrage collega. Tijdens een vergadering begint ze het zoveelste verhaal af te steken over haar studenten: dat ze niet deugen, te weinig voorbereiden, te laat komen, slecht schrijven, en ga zo maar door. En dan opeens: ‘Ze moeten gewoon meer collegegeld betalen. Doen ze tenminste hun best.’ Punt. Maar wat zegt ze eigenlijk? Dat een hoger collegegeld tot beter gemotiveerde studenten leidt? Hoe weten we dat dat inderdaad het geval is? Het is een fictief voorbeeld, maar laat zien dat menigeen vaak te grote stappen maakt in de argumentatie. Het verhaal begint bij A en eindigt bij Z, maar het gaat om wat daartussen zit. En laat argumentatie nou juist iets zijn “waar filosofen erg goed in zijn”, lacht Teun Dekker (1980), filosoof in hart en nieren en docent bij het University College Maastricht. Vlak voor kerst verscheen zijn boek Paying our High Public Officials.
Met een Veni-subsidie (250 duizend euro) van onderzoeksfinancier NWO dook hij, gesteund door 14 student-assistenten, in meer dan 1300 documenten van de afgelopen twintig jaar: verslagen van parlementaire debatten, partijprogramma’s, krantenartikelen en speeches van politici. Het materiaal kwam uit 17 landen in Europa, Azië en Noord- Amerika. “Allemaal democratisch, en met een markteconomie. In een aantal opzichten moeten de landen gelijk zijn, omdat je ze anders niet kunt vergelijken. Tegelijkertijd moeten er ook verschillen zijn in hoe ze omgaan met het debat over de salarissen van hoge ambtenaren.” Singapore is bijvoorbeeld het ene uiterste. Daar verdienen topbestuurders in de publieke sector net zoveel als hun collega’s in het bedrijfsleven. Nederlanders vinden de situatie bij de Aziaten waarschijnlijk onbegrijpelijk. Met de Wet Normering Topinkomens is het salaris van topfunctionarissen in Nederland sinds dit jaar aan banden gelegd. Het maximum-inkomen (130 procent van het ministerssalaris) is €187.340 (bruto) salaris plus onkosten en pensioenbijdrage, samen €228.599. Men vindt dat de bankrekening van korpschefs, burgemeesters, universiteits- en ziekenhuisbestuurders niet gespekt hoeft te worden met belastinggeld. Daarbij merkt Dekker ook de invloed van de cultuur op. “In Singapore praten ze over zichzelf alsof ze een bedrijf zijn; het systeem is heel technocratisch. In Nederland zijn we van de deugd: het zijn van een goede politicus of ambtenaar is een kwestie van het hart, en niet van het hoofd.”

Meer geld, beter presteren
Het begon allemaal met Aart Jan de Geus. Dekker hoorde hem een aantal jaren geleden op de radio, als CDA-minister van Sociale Zaken, over de inkomens van publieke bestuurders. “Hij vond het vanzelfsprekend dat ze lager betaald krijgen dan collega’s in de private sector. Toen dacht ik, nadat ik net een artikel over de salarissen in Singapore had gelezen: ‘Wat weten we in Nederland wat ze in Singapore niet weten?’ Ze vinden beiden dat ze gelijk hebben, maar de een kan het verhaal van de ander totaal niet volgen.” Leg je argumenten op tafel, dacht Dekker. Dus ging hij er naar op zoek in honderden documenten. “Sommige argumenten kwamen wel 400 keer voorbij, andere twee of drie keer. We gooiden ze in een database en uiteindelijk kwam een zevental het meest voor [zie het kader, red.]. Die reconstrueerden we, door ze met uiterste precisie in de taal van de analytische filosofie uit te drukken, zodat hun sterke en zwakke kanten geanalyseerd konden worden.”
Dekker licht er één uit, gebruikt in Singapore, Hong Kong en Nieuw-Zeeland: een publieke functionaris die veel verdient, zal ook beter presteren. Klinkt logisch, maar is dat wel zo, vraagt Dekker zich af. “Dit argument gaat uit van de aanname dat alleen het salaris bepaalt hoe aantrekkelijk het is om ergens te werken en je best te doen. Er is reden om hieraan te twijfelen. Vaak wordt namelijk gedacht dat lagere salarissen juist bijdragen aan betere prestaties, omdat de mensen die bereid zijn voor minder loon te werken (dan ze elders zouden kunnen verdienen) wel erg gemotiveerd moeten zijn. Daarom zullen ze hun werk beter doen.” 

White board
Dan, tot slot, de Jip en Janneke-taal in de politiek. Geïntroduceerd door VVD-politicus Hans Dijkstal, zodat fractievoorzitters en Tweede Kamerleden zich helder kunnen uitdrukken in ‘gewone mensentaal’. Dekker noemt het “een prachtig streven, maar de uitvoering laat nog wel eens te wensen over. Blijkbaar hebben de meeste politici Annie M.G. Schmidt helemaal niet gelezen, want zij kon juist heel belangrijke en subtiele dingen duidelijk overbrengen. Ze liet niets impliciet! Ze zouden in Den Haag een white board moeten hebben. Want door op te schrijven wat je zegt en wat je bedoelt, maak je het verhaal helder. Daarom ben ik ook zo’n voorstander van ons probleemgestuurd onderwijs. Studenten moeten meedenken, ze worden aangesproken op hun actief vermogen. Iets dat bij een college veel minder gebeurt. Ik geloof dat kritisch nadenken over wat je vindt, goed is. Je kunt betere beslissingen nemen.”
Twee weken stond Dekkers boek centraal in NRC Handelsblad. Columniste Rosanne Hertzberger gaf ironisch commentaar op zijn onderzoek: Mag ik iets vinden van die salarissen?” En: “Het blijkt hoogst onverantwoord om hier zomaar zelf een mening over te vormen als burger”. Dekker: “Zo heb ik het niet bedoeld. Ik wil beleidsmakers en politici een spiegel voorhouden. Ik wil het niet beter weten, maar mensen helpen hun eigen emoties en meningen zo helder en precies mogelijk uit te drukken, net zoals ik met mijn studenten doe. Maar dat betekent niet dat ik ook maar iemand het recht ontneem om een mening te hebben.”   

Daarom verdienen ze zoveel, of zo weinig

De zeven meest voorkomende argumenten in het debat over de bezoldiging van publieke bestuurders. Dr. Teun Dekker reconstrueert ze stap voor stap in zijn boek Paying our High Public Officials.
 

Vijf argumenten die een bescheiden salaris rechtvaardigen:

1. Het is belastinggeld, dus kalm aan ermee.

2. Ze worden ook non-cash beloond, zoals met lange vakanties, leuk werk en een baan voor het leven.

3. Door minder te betalen, trekken we mensen aan die betrokken zijn bij de publieke zaak, en daardoor hun werk beter doen.

4. Ze moeten weten wat de gewone mens bezighoudt en om daar achter te komen moeten ze ook leven als de gemiddelde burger – en dus net zoveel verdienen.
5. Geef het goede voorbeeld, zeker in tijden van bezuinigingen.

Twee argumenten pro een hoog salaris

1.Met een hoog salaris, net zo hoog als in de private sector, krijg je betere resultaten.

2. Ze zullen minder snel verleid worden tot corruptie.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)