Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Mannen konden beter omgaan met zoiets als openlijke masturbatie”

“Mannen konden beter omgaan met zoiets als openlijke masturbatie”

Photographer:Fotograaf: archief

Proefschrift over het vak van psychiatrisch verpleegkundige van 1830 tot 1980

Er zijn weinig ‘vrouwenberoepen’ waarin mannen zo’n cruciale rol hebben gespeeld als in de psychiatrische verpleging. Dat betoogt Cecile aan de Stegge die vorige week is gepromoveerd op het proefschrift Gekkenwerk. Tegenwoordig worden ze node gemist, zegt de promovenda. “Wil je meer mannen, dan moet je hogere salarissen bieden.”

De dag van de promotie, 16 maart, is bepaald niet willekeurig geprikt. Op die dag – precies 175 jaar geleden, in 1837 – hield geneesheer Schroeder van der Kolk zijn befaamde rede over de mensonterende manier waarop Nederland met zijn krankzinnigen omging. Ze verbleven in stinkende hokken met louter een houten krib om op te zitten en werden 'gevoederd' via een gat in de deur, waardoor een knecht een lange houten lepel naar binnen schoof. Van der Kolk pleitte voor wetgeving die de overheid zou dwingen om fatsoenlijke gestichten te bouwen, met daarin ook onderwijsvoorzieningen voor het personeel. Een paar jaar later, in 1841, was het zover: de eerste Krankzinnigenwet werd aangenomen.

“En precies op die dag promoveer ik. Leuk hè. Je bent een vakidioot, of je bent het niet.”

Die gedrevenheid komt niet in de laatste plaats tot uiting in de omvang van haar proefschrift, een van de dikste ooit aan de Universiteit Maastricht: 1088 pagina's. Toch is ze geen studeerkamergeleerde; ze werkte van 1979 tot 1983 als psychiatrisch verpleegkundige aan de Sint Bavo kliniek in Noordwijkerhout. “Het heeft een tijd geduurd voordat ik inzag dat, ook al doen verpleegkundigen hetzelfde, het toch uitmaakt welke terminologie je hanteert. In de negentiende eeuw heetten ze ‘oppasser’, wat suggereert dat ze gevaarlijke mensen bewaken. Later verandert dat in ‘verpleegster’, een term die je associeert met de zorg voor zieken.”

Gekkenwerk schetst de ontwikkeling van het beroep van psychiatrisch verpleegkundige van 1830 tot 1980, onderverdeeld in opleiding, arbeidsmarkt en de praktijk oftewel de omgang met patiënten. Dit alles met behulp van enquêtes, archiefwerk, literatuuronderzoek (waaronder handboeken), interviews - niet zelden met negentig-plussers die het vak van lang geleden kenden.

 

Zelfexpressie

Van alle tijden is dat het metier gebukt gaat onder een onduidelijk, gespleten profiel. Het zwaartepunt schuift steeds heen en weer tussen verzorgen/behandelen, en opvoeden. Eind negentiende eeuw stond zorg voorop. Verpleegkundigen beschouwden patiënten als ontoerekeningsvatbaar, als kinderen die niet wisten wat ze deden. Schreeuwen, schelden, spugen, het viel hen niet aan te rekenen. Boos worden was helemaal verboden. Zelfbeheersing was belangrijk; wie dat niet kon, moest maar een ander vak kiezen. De omgangsvormen waren overigens formeel; men sprak patiënten aan met de achternaam.

In de jaren twintig van de vorige eeuw keerde het tij volledig en stak er een idealistische wind op in de gestichten. Verpleegkundigen hielden patiënten nu verantwoordelijk voor hun gedrag en voedden hen op via beloning en straf, op grond van hun persoonlijke voorkeuren. Mede daarom moest de staf zich meer verdiepen in de patiënt. De ‘hondenhokken’ buiten de inrichting werden gesloopt ten gunste van inpandige isoleercellen. Nadeel was dat dwangbehandelingen daardoor minder schrijnend oogden en vaker werden toegepast.

In de jaren vijftig kwam hier nog een schep bovenop en draaide alles om de persoonlijkheidsontwikkeling van de patiënt. Sleutelwoord: zelfexpressie. Door de opmars van de verzorgingsstaat ontvingen patiënten een inkomen en door de nieuwe psychofarmaca konden de chronische bewoners een eigen leven opbouwen en terugkeren naar de maatschappij.

Vanaf de jaren zeventig – de hoogtijdagen van de antipsychiatrie – werden patiënten nog autonomer en mondiger, en eisten zij een humanere behandeling (dan elektroshocks) en een betere rechtspositie. Jonge verpleegkundigen beklommen de barricaden en pleitten voor vernieuwingen in de opleiding. De omgang met patiënten verliep informeel, net als in de jaren twintig en dertig. Men tutoyeerde elkaar, praatte minder verkrampt over seksualiteit en er ontstonden zelfs relaties met patiënten.

 

Zenuwzieken

Behalve met een onduidelijk profiel is het vak ook van meet af aan behept met een ambivalent soort maatschappelijke waardering. Burgers moesten er niets van hebben en voelden vooral afkeer en angst voor krankzinnigheid. Artsen in reguliere ziekenhuizen deden psychiatrie aanvankelijk af als ‘armenzorg’ en schamperden bovendien over de lage afkomst van de verpleging, ook meestal uit de arbeidersklasse. Tegelijk wilden artsen niets liever dan deze verplegers binnenhalen in het algemene ziekenhuis, vooral omwille van de zorg van chronisch zieken. Er zijn zelfs pogingen gedaan om de hele opleiding in te lijven maar dat is nooit gelukt.

Opvallend is dat het vak steeds aan professionaliteit wint wanneer patiënten van de betere klassen in de gestichten belanden. “Voor het eerst gebeurt dat rond 1907. Mede door de opkomst van de industrie ervaart men het leven als druk en jachtig, wat leidt tot een grotere opname van zenuwzieken. Dat waren doorgaans rijkere en mondigere patiënten. Je ziet dat psychiaters dan hogere eisen stellen aan hun personeel, voor wat betreft observatie, begeleiding en communicatieve vaardigheden. Al was het maar om deze patiënten van repliek te dienen als ze kritisch waren over de artsen of de faciliteiten.”

Niet alleen artsen maar ook psychiaters spreken vaak met dubbele tong, zegt Aan de Stegge. “Ze laten niet na te benadrukken hoe belangrijk verpleegkundigen zijn voor de behandeling, maar in de arbeidsvoorwaarden zie je daar niets van terug. Ook niet in de huidige CAO. Een psychiater krijgt bijvoorbeeld zesduizend euro scholingsgeld per jaar, terwijl een verpleegkundige moet soebatten om een congres te bezoeken.”

Hoeveel verpleegkundigen zijn er nodig op hoeveel patiënten? Niemand die het weet, want bezettingsnormen zijn tot op de dag van vandaag nooit afgesproken, zegt Aan de Stegge. “Wel voor een psychiater, één per tweehonderd patiënten. De huidige inspecteur-generaal van de gezondheidszorg, Gerrit van der Wal, is niet erg populair, maar hij is wel de eerste die aandringt op een bezettingsnorm voor verpleegkundigen op gesloten afdelingen van psychiatrische inrichtingen. Alleen daarom al verdient-ie alle lof.”

 

Arbeidstherapie

De mannen zijn cruciaal geweest voor de ontwikkeling van het vak, betoogt Aan de Stegge. “Ik was zeer verbaasd toen ik ontdekte hoeveel mannen in de psychiatrische verpleging hebben gewerkt. Ik dacht eerst dat ik verkeerd had geteld. In 1911 bleek ruim eenderde man. En van de groep verpleegkundigen met een diploma was vanaf de jaren dertig zelfs de helft man. Terwijl in de vooropleiding tweederde vrouw was. Zij moesten echter volgens de wet – tot 1957 - stoppen met betaald werk als ze gingen trouwen. Verpleging werd in hun geval beschouwd als ‘tijdelijk liefdewerk’, bij wijze van voorbereiding op het huwelijk.

Dit betekende echter niet dat mannen het rijk voor zich alleen hadden. Vrouwen – ongehuwden en nonnen - bleven de verpleging claimen als hun territorium en bezetten de leidinggevende posities. Mannen kregen weliswaar beter betaald omdat ze kostwinner waren, maar hadden geen enkel carrièreperspectief. Een gunstig neveneffect was dat ze in actie kwamen: ze richtten vakbonden op en ijverden voor betere arbeidsvoorwaarden. In de jaren vijftig waren het eveneens de mannen – met hun langdurige werkervaring - die zich sterk maakten voor verdieping. Ze organiseerden stafcursussen en studiegroepen, en schreven vanaf de jaren zestig handboeken.

Het grote aandeel van mannen was uniek voor Nederland. In de Verenigde Staten lag dat percentage in de hele twintigste eeuw op 3 procent. Daardoor ontwikkelde het beroep zich in Nederland anders dan in het buitenland. Lag in de VS de nadruk op ‘tender loving care’, in Nederland stond ‘opvoeding’ hoog in het vaandel. En dat kwam doordat de mannen liever patiënten begeleidden bij de arbeidstherapie, bij het timmeren, wagens repareren.

Veel mannen in de psychiatrische verpleging: dat moet te maken hebben met de agressie in de mannenvleugels, hoort Aan de Stegge vaak. “Dat is maar ten dele waar. In de eerste helft van de twintigste eeuw werden gewelddadige patiënten al snel met pillen gekalmeerd. Bovendien heerste er op de vrouwenafdeling niet minder agressie. Daar ging het juist gemener aan toe: haren uittrekken, bijten, uitschelden. Ik denk dat mannen eerder van pas kwamen vanwege het ontremde seksuele gedrag van patiënten. Ze konden beter omgaan met zoiets als openlijke masturbatie.”

 

Denktank

Tegenwoordig worden mannen node gemist, zegt Aan de Stegge. “In de opleiding draait het steeds meer om zorg, om assisterende taken. Daarom komen mannen niet meer. Ze houden meer van begeleiding en zitten nog wel in de daklozenopvang of het werk met zware criminelen. Aan de afwezigheid van mannen kun je zien dat de status van het vak is gedaald. Hadden veel verpleegkundigen in de jaren zeventig een hbo-achtergrond, nu is dat voornamelijk mbo. Wil je meer mannen, dan moet je hogere salarissen bieden.”

Over het gebrek aan personeel in het algemeen maakt Aan de Stegge zich grote zorgen. Ze heeft onlangs een denktank opgericht, waarin onder meer de directeur van GGZ Nederland zit. “Door de bezuinigingen komen zo’n zevenduizend mensen op straat. En dat zullen vooral jongeren zijn, heeft de directeur me verteld. Last in, first out. En dat is dramatisch. De jonge aanwas verdwijnt terwijl de beroepsgroep al aan het vergrijzen is. Over tien jaar hebben we een massief probleem. Veel expertise vloeit weg, straks is er niemand meer die psychiatrisch verpleegkundigen kan opleiden. Van de algemene dagopleiding (hbo-v) schijnt nog geen 5 procent voor de psychiatrie te kiezen. Hoe dat kan? Psychiatrie komt in de opleiding, met daarin onder meer psychogeriatrie en zorg voor verstandelijk gehandicapten, nauwelijks aan bod. Bovendien denkt iedereen steeds dat het om gevaarlijke gekken gaat. Dat schrikt af.”

 

 

Maurice Timmermans

 

‘Gekkenwerk’ is te verkrijgen bij boekhandel De Tribune of bij www.cecileaandestegge.nl; kosten 49,50 euro

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)