Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Karl Dittrich: “Nieuw keuringsstelsel moet tijd krijgen om zich te bewijzen”

Karl Dittrich: “Nieuw keuringsstelsel moet tijd krijgen om zich te bewijzen”

Photographer:Fotograaf: archief NVAO

Meer gele kaarten dan ooit voor hoger onderwijs

Het ergste is voorbij in het hoger onderwijs, zegt NVAO-voorzitter Karl Dittrich. En het toezicht werkt zoals het hoort. “Er zijn binnen één jaar al meer negatieve accreditatieoordelen gegeven dan in de afgelopen zes jaar.”

Sinds de affaire bij de Hogeschool Inholland, in de zomer van 2010, hoeft er maar dát mis te gaan bij een hogeschool of universiteit of er wordt hardop getwijfeld aan de kwaliteit van het hele hoger onderwijs. Het vertrouwen is lager dan ooit en de roep om meer toezicht was nog nooit zo sterk. Grote vraag is telkens: deugt de kwaliteitskeuring wel? Die is in elk geval verbeterd, vindt Karl Dittrich, voorzitter van de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie en oud-voorzitter van het Maastrichtse college van bestuur.

In 2011 werd het nieuwe keuringsregime van kracht. Wat is het grote verschil met het oude? “We mogen opleidingen tegenwoordig een herkansing geven als ze niet goed genoeg zijn. Paradoxaal genoeg maakt dat het systeem strenger. In het vorige stelsel moesten opleidingen meteen de deuren sluiten als ze werden afgekeurd. De panels van deskundigen schrokken daarvoor terug en dachten: we komen nog wel een keertje terug en hopen dat er in de tussentijd veel verbetert. Nu voelen de deskundigen zich vrijer om kritisch te zijn, omdat een streng oordeel niet meteen de doodsteek betekent. Het leidt dus tot eerlijkere eindoordelen. Dat blijkt ook uit de eerste resultaten: er zijn nu in één jaar tijd al meer negatieve oordelen gegeven dan in de zes jaren daarvoor, en er zitten er nog een paar in de pijplijn.

Het afstudeerniveau van studenten is zwaarder gaan wegen en de panels mogen tegenwoordig zelf kiezen welke scripties ze willen inzien. In het verleden hadden opleidingen op dat punt een te grote vinger in de pap, waardoor de commissies soms een te positieve selectie te zien kregen.”

Had dit niet eerder moeten worden aangepakt? “Er is nog maar één accreditatieronde geweest. Die ging in 2004 van start en is vooral gebruikt om de echte ‘wrakken’ van de weg te halen. Dat is ook gebeurd, met name in het particuliere onderwijs. Er werd vooral naar de procedures gekeken en minder naar de inhoud. Het feit bijvoorbeeld dat afgestudeerden een baan vonden, gold als een aanwijzing dat de opleiding van voldoende niveau was. Tussentijds zijn de normen wel aangescherpt, maar eigenlijk iets te weinig. Dat kwam mede doordat panels vaak voor meer dan de helft bestonden uit medewerkers van visitatiebureaus met te weinig vakinhoudelijke kennis. Ook dat is veranderd, want de NVAO heeft nu meer invloed op de samenstelling van de panels.”

Waarom zijn die voor de hand liggende verbeteringen nu pas doorgevoerd? Lagen de instellingen dwars? “Nee, er was geen tegenstand. Het vorige stelsel is aan de tekentafel bedacht zonder de praktijkervaringen mee te kunnen nemen.”

Zullen er nu meer opleidingen worden afgekeurd, ook van de universiteiten? “Zeker. Al twee universitaire masteropleidingen moeten zich revancheren in een hersteltermijn. Maar het kwaliteitsprobleem is in het wetenschappelijk onderwijs minder groot dan in het hbo. Universiteiten hebben zich minder laten meeslepen door bepaalde onderwijskundige vernieuwingen, en gelukkig maar. Het hbo is weliswaar veel flexibeler, maar dat brengt ook risico’s met zich mee.”

Ligt de nadruk nu niet te sterk op het eindniveau? “Nee, die nadruk is volkomen terecht. De kwaliteit van een opleiding moet je aan de eindstreep terugzien. Of dat nu de vorm heeft van een thesis of een portfolio, het moet goed genoeg zijn. Ik ga er vanuit dat het eindwerkstuk toch de ultieme toets is. Als daar gebreken blijken, moet je kijken of het onderwijs wel deugt.”

De NVAO krijgt veel kritiek sinds de affaire-Inholland. Staat haar positie op de tocht? “Dat kan ik me niet voorstellen. Het probleem van Inholland was niet de accreditatie. De Tweede Kamer viel over ons heen toen de kwestie in 2010 aan het licht kwam, maar die opleidingen waren tussen 2005 en 2007 gekeurd. Wij kunnen niet in de toekomst kijken.

Het probleem bij Inholland was ook heel anders dan dat bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen of de Hanzehogeschool Groningen. Bij Inholland zat er iets helemaal fout in de cultuur, ook bij de docenten. Mensen hebben dingen gedaan die je niet verwacht van een professional en die ze nooit hadden mogen doen, óók niet als dat van bovenaf wordt opgedragen.”

Toch besloot de staatssecretaris al vrij snel dat de Onderwijsinspectie een grotere rol krijgt. Wat wordt precies de taakverdeling tussen de NVAO en de Onderwijsinspectie? “Grofweg controleert de inspectie het naleven van wet- en regelgeving en beoordeelt de NVAO de kwaliteit. Dat we ergens in elkaars vaarwater komen is evident, en daar zullen we afspraken over moeten maken. We zijn nog in gesprek.”

Jullie zijn er nog niet uit? “Nee. We zijn er nog niet uit. Maar goed, wij controleren opleidingen iedere zes jaar. Ik snap wel dat men ook tussentijds toezicht wil hebben. Dat de inspectie wat scherper op risico’s gaat letten, vind ik prima. Als de inspecteurs iets over de inhoudelijke kwaliteit en het niveau van een opleiding willen weten, moeten ze ons erbij roepen.”

Al dat extra toezicht zorgt ook voor administratieve druk, zeggen onderwijsbestuurders. “Klopt. Ik ben het daarmee eens. Een paar jaar geleden was dat thema nummer één: de administratieve rompslomp moest teruggedrongen worden. Dat is nu helemaal verdwenen vanuit de drang om risico’s uit te bannen. Dat zie je overigens in de hele samenleving. Het aantal toezichthouders neemt snel toe en de regels worden niet eenvoudiger. Mijn stelling is dat meer regelgeving wel eens tot meer fouten kan leiden en dus tot grotere problemen.”

Moeten we de instellingen dan maar vertrouwen? “Ja, en dat kan ook best. We zijn door het dal heen. Het dieptepunt in het hbo lag rond 2007, toen het besef doordrong dat door al het competentiegerichte onderwijs de kennis was weggezakt. Mark Rutte was toen staatssecretaris van hoger onderwijs en zwengelde deze discussie aan. Sinds die tijd is er weer meer structuur gekomen in de opleidingen. Zeker in de eerste studiejaren is het aantal contacturen verhoogd en er zijn meer hbo-docenten met een masteropleiding bijgekomen. Het gaat dus de goede kant op in het hbo. Daarom vind ik dat we nu niet moeten doorslaan in de kritiek.

Instellingen mogen op hun beurt ook wat meer laten zien dat ze dat vertrouwen waard zijn. Ze zouden zich wat minder defensief moeten gedragen en gewoon wat transparanter zijn. Als we vragen naar de rendementen van opleidingen komen ze met allerlei verschillende definities en uitzonderingen aanzetten. Zo ingewikkeld hoeft het niet te zijn. Wees als instelling zo verstandig om te bedenken in welke cijfers de samenleving geïnteresseerd is. Dat is simpel: hoeveel mensen starten een opleiding, hoeveel maken deze af en hoeveel komen elders in het onderwijs terecht?”

Is het accreditatiestelsel nu af? “We zullen de komende periode ongetwijfeld nog wel een keer iets tegenkomen waarvan we denken: hoe konden we dit over het hoofd zien? Maar grosso modo is het stelsel erg verbeterd. We horen gelukkig ook van docenten dat de visitaties weer over hun vak gaan en minder over protocollen en procedures.

Een minpuntje is dat het voorlopig niet lukt om de administratieve druk te verminderen. Dat komt door twee dingen: de angst van opleidingen dat ze te weinig informatie geven en daardoor denken risico’s te lopen. En de panels willen nogal veel documenten zien. Dat moet er nog uit.

Maar laten we niet op korte termijn weer allerlei wijzigingen doorvoeren. Toen de affaire-Inholland aan het licht kwam riep de Tweede Kamer meteen dat het allemaal anders moest, terwijl het nieuwe accreditatiestelsel juist een half jaar eerder door het parlement was goedgekeurd. Het stelsel moet nu de tijd krijgen om zich te bewijzen. Dan pas kunnen we er de resultaten van zien.”

 

 

HOP, Marijke de Vries en Hein Cuppen

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)