Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Kritiek onder de gordel, daar kan ik niet tegen”

 “Kritiek onder de gordel, daar kan ik niet tegen”

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes Fotografie

Gerard Mols neemt afscheid na acht jaar en acht maanden rectoraat

Opeens zal het stil zijn. Geen mailtjes, geen telefoontjes, geen iPad, geen overvolle agenda, en geen secretaresse die dat alles in goede banen leidt en koffie brengt. Dat realiseert de scheidende rector Gerard Mols zich maar al te goed. Maar hij zal na de opening van het academisch jaar op 3 september niet in een zwart gat vallen. “Ik word een tijdje visiting professor aan de Law School in Yogyakarta, ga les geven aan de Law School in Denpasar op Bali, en reis daarna door naar Kuala Lumpur, Maleisië, voor een paar lezingen over de afschaffing van de doodstraf in Europa. Als ik in november terugkom, ben ik gewend aan mijn nieuwe status. Dan ga ik onderzoek doen, schrijven en ben ik een dag in de week directeur van The Maastricht Forensic Institute.”

Stel: over twintig jaar wordt de geschiedenis van de UM geschreven. Als wat voor soort rector ga jij de boeken in?

“Iemand die niet alleen een groot vertrouwen geniet bij het wetenschappelijke en ondersteunend personeel, maar ook pal staat voor de academische waarden – denk aan integriteit, respect voor elkaars professionaliteit, ruimte voor debat en afwijkende meningen. Ik kan goed tegen kritiek, mits niet onder de gordel of op de persoon. Daar kan ik niet tegen, maar gelukkig gebeurt dat niet vaak. Ja, misschien in de wandelgangen, er wordt hier heel wat afgeroddeld, maar dat laat ik van me afglijden. Ik heb geen eelt op mijn ziel, maar ik draag wel een gladde jas. Met de berichtgeving in Observant heb ik wel eens moeite, ik heb er last van, krijg allerlei vragen uit het land. Oprechte kritiek raakt me. Ik kan lang nadenken over foute beslissingen of over een te snelle reactie mijnerzijds. Een voorbeeld? Nee, dat hoeft van mij niet in de krant.”

Wat zijn je wapenfeiten van de afgelopen acht jaar?

“Geen. Kun jij er een noemen?” 

Misschien Leading in Learning, het project dat het probleemgestuurd onderwijs een nieuwe impuls moet geven?

 “O ja, dan weet ik er nog een: de interfacultaire samenwerking op het gebied van onderwijs en onderzoek. En ik heb mensen van diverse faculteiten bij elkaar gebracht zodat ze hun best practices kunnen delen. Neem de voorzitters van de examencommissies. Sommigen kenden elkaar niet eens.” Even later, we zijn al bij de volgende vraag, valt hem nog iets in: “De oprichting en inrichting van de graduate schools en de verbetering van de PhD-opleidingen.”

En wat heb je niet kunnen bereiken?

“Een heel mooi minors-programma. Dat loopt niet goed, niet iedereen doet mee. Jammer, want zo’n minor verbreedt de horizon van studenten. Ter compensatie heb ik Studium Generale misbruikt door hen collegereeksen te laten organiseren die de student een certificaat opleveren.”

Ook het academisch debat, toch een van je stokpaardjes, is niet van de grond gekomen. Hoe komt dat?

“De mensen hebben het hartstikke druk, dat is één. Dan twee: de debatten vinden binnen de onderzoeksscholen plaats, en drie: het zit niet zo in onze cultuur om een keer per maand vanuit diverse disciplines een maatschappelijk probleem uit te pluizen.”

Hoeveel macht heeft een rector? Wie bepaalt de onderwijs- en onderzoekkoers van een faculteit? De rector? Of heeft de decaan het laatste woord?

“Een rector heeft best veel macht, maar het is niet zo dat als de rector ‘A’ zegt, de decaan antwoordt: ‘goed, dan doen we dat’. Dit is geen autofabriek. Er is voortdurend overleg, maar de decaan heeft het laatste woord over onderwijs en onderzoek, en dat hoort ook zo. Hij heeft er het meeste verstand van en het is ook zijn primaire verantwoordelijkheid. De rector kijkt meer naar de studeerbaarheid van het curriculum, de kwaliteit van onderwijs en onderzoek, hij houdt overzicht.”

De oude en nieuw voorzitter van de KNAW, Dijkgraaf en Clevers, waarschuwden onlangs dat het onderzoeksvizier van de universiteiten te veel gericht is op innovatie op korte termijn, en te weinig op fundamenteel onderzoek. Belangrijkste boosdoener: de politiek die zich mede door het aanwijzen van topsectoren te veel met de koers van het onderzoek bemoeit. Oud-collegevoorzitter Jo Ritzen pleitte tijdens zijn oratie in dit verband voor meer intellectueel leiderschap. Hij vroeg zich af waarom het rectorencollege van de verenigde Nederlandse universiteiten, VSNU, niet meer van zich afbijt als de politiek weer iets verzint.

“Hier lopen een paar zaken door elkaar. De oorzaak van de geringere ruimte voor fundamenteel onderzoek is niet het aanwijzen van topsectoren, maar de terugloop in de bekostiging die (mede) daarmee gepaard gaat. Een deel van het beschikbare landelijke onderzoeksgeld wordt immers herverdeeld over die sectoren. De enkele omstandigheid dat je in een topsector werkt, betekent niet dat je geen fundamenteel onderzoek kunt doen. Je hebt fundamenteel onderzoek overigens nodig om überhaupt tot oplossingen te komen.

“En wat het rectorencollege betreft: dat heeft geen formele status. De macht binnen de VSNU ligt bij het algemeen bestuur waarin doorgaans de collegevoorzitters zitting hebben. En, Jo Ritzen weet dat ook, die laten zich vaak weinig gelegen liggen aan de adviezen van het rectorencollege. Als een oud-voorzitter nu gaat roepen dat er een tekort is aan intellectueel leiderschap, dan moet dat tekort toch vooral gezocht worden bij diegenen die tot voor kort dachten dat zij de dienst moesten uitmaken.”

Waar heb je spijt van?

“Eigenlijk heb ik nergens spijt van. Ik heb voor alles bewust gekozen, soms gaat het goed, soms minder. That’s life, nobody is perfect.”

Ook niet van de zaak Fokke Fernhout? De oud-rechter en universitair hoofddocent werd (hij is nooit veroordeeld. Zijn zaak ligt nu bij het Europese Hof voor de rechten van de mens) beschuldigd van het in bezit hebben van kinderporno. Hij was in 2002 aangesteld door de toenmalige decaan Mols die hem een “briljant jurist” noemde. Hij zou moeten vertrekken, zo stond in zijn contract, als zijn zaak tot gevangenisstraf zou leiden. Toen Fernhout in 2004 in eerste aanleg veroordeeld werd, wilde het toenmalige college van bestuur (Ritzen, Flierman en Mols) van hem af – hij zou een slecht voorbeeld voor studenten zijn. De staf van rechten kwam in opstand, Fernhout ging in hoger beroep.

“Ik heb hem heel bewust benoemd in mijn tijd als decaan. Ik ben hier altijd achter blijven staan. Maar er waren brommers in de organisatie die mij in diskrediet brachten en zaken anders interpreteerden. Voor mij was er geen affaire Fernhout. Ik heb altijd mijn rug recht gehouden.”

Maar de persverklaring die verkondigde dat Fernhout moest vertrekken, was toch ondertekend door het hele college van bestuur, inclusief rector Mols?

“Het college is één en ondeelbaar. Je komt net als bij de rechterlijke macht met een mond naar buiten. Dat is collegiaal bestuur. Als jij vindt dat iemand twee jaar moet krijgen en de rest vindt 3,5, dan wordt het 3,5. Dan ga je niet naar buiten brengen dat je 2 jaar genoeg vond. Je kunt niet met iedere zaak naar buiten komen waarmee je het niet eens bent, dat werkt niet.”

En de zaak Peter Debye? De Maastrichtse Nobelprijswinnaar wiens naam niet meer aan een universitaire prijs gekoppeld is vanwege zijn omstreden verleden  – hij droeg in 1938 Joodse leden van het Deutsche Fysikalische Gesellschaft op hun lidmaatschap op te zeggen en ondertekende de brief met ‘Heil Hitler’. Ook nadat Debye in 2008 eerherstel kreeg van een commissie onder leiding van oud-minister Jan Terlouw – op basis van een NIOD-onderzoek - bleef Mols bij zijn besluit.

“Daar sta ik nog steeds voor honderd procent achter. Het is een conflict tussen mijn verantwoordelijkheid als rector die staat voor integere wetenschapsbeoefening, de stad Maastricht die het gevoel heeft dat ‘eine van us’ wordt afgeserveerd en enkele UM-wetenschappers die eerherstel willen. Ik hoop dat het nieuwe college van bestuur mijn besluit respecteert. Er is immers nog voortdurend druk van zowel binnen als buiten de universiteit.” Dan met een glimlach: “De kans dat ik ooit de erepenning van de stad Maastricht krijg, acht ik nihil.”

Toen je aantrad als rector noemden collega’s  je rebels, dwars, geen meeloper, very much his own person, recalcitrant. Hebben we de afgelopen acht jaar genoeg van die rebel gezien? Of is die vermorzeld in het concept van collegiaal besturen en toch maar bestuurder geworden?

“Ja en nee. Maar die rebel is er nog, vraag maar aan de NVAO of de staatssecretaris. Wij zijn een eigenwijze universiteit die vaak buiten de gebaande paden gaat. Een recent voorbeeld: we hebben ons Science Programme er tegen de stroom in doorgedrukt. We zijn tegendraads, maar ook diplomatiek, want onze acties moeten wel vruchtbaar blijven. We hebben veel via stille diplomatie geregeld, en dat weet men ook in den lande. We gaan goed met elkaar om. Het bewijs? Kijk maar eens hoeveel (oud-) rectoren er volgende week naar de rectoraatsoverdracht komen.”

Wat heb je het meeste gemist in die 8 jaar en 8 maanden rectoraat? Heeft deze baan je persoonlijk leven erg beïnvloed?

“Ik heb niet veel gemist, daar had ik geen tijd voor, mijn agenda was overvol. Ik heb zoveel indrukken opgedaan, zo divers, zo indrukwekkend. Ik ben een stuk rijker geworden, niet financieel, dan had ik beter advocaat kunnen blijven, maar wel intellectueel. Vanmorgen recenseerde ik voor de Universiteitsbibliotheek onder andere Goelag van Ann Appelbaum: een geschiedschrijving van de duizenden strafkampen in de voormalige Sovjet-Unie. Prachtig boek over een zwarte bladzijde uit de Russische geschiedenis. Onlangs zat ik aan een lunch met de voormalige president van Litouwen en zijn vrouw. Wat bleek? Zijn echtgenote was vroeger naar een van die kampen in Siberië gedeporteerd. Zij heeft het als een van de weinigen overleefd omdat ze piano speelde en daardoor geen bevroren vingers mocht oplopen. Ze hoefde niet in ijskoud water te werken en had het dus relatief gezien beter dan de rest. Dat komt allemaal op je pad.”

 

 

 

 

 

 

 

Riki Janssen

Greep uit cv Gerard Mols (61)

1979-1986: advocaat en procureur

1982: promotie in Utrecht

1988 - nu: hoogleraar strafrecht aan UM

1992-1994 en 1997-2003: decaan faculteit rechtsgeleerdheid

1998 – nu: oprichter en hoofdredacteur Nieuwsbrief Strafrecht

2002 – nu: oprichter en redacteur Strafblad

2003-2004: decaan algemene wetenschappen

2004- 1 september 2012: rector magnificus UM

2006 – nu: plaatsvervangend raadsheer Gerechtshof Den Bosch

2012 – nu: wetenschappelijk directeur TMF

Tijdens diesviering 2012: benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)