Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Algemeen condoomverbod

Beste Truusje,

Het is zover. Over een weekje kijkt hij nog één keer rond op zijn donkerbruine rectorskamer, geeft de snikkende Patrice en Len een aai over hun bol, snuit zijn neus van ontroering en stapt dan ferm het licht tegemoet, de monumentale trap af, de hal door, met een zware tas onder de arm die hem zal hinderen bij het openduwen van de glazen vestibuledeur en vervolgens de buitendeur. Hij neemt de eerste met de schouder, de tweede zwaait toevallig open vanwege een gehaaste Chinese student die te laat is voor zijn onderwijsgroep en luid “solly” roept. De oud-rector, een bereisd man, doet een stap opzij en buigt met een beleefd “ni hao”, dan haast hij zich door de opening voordat de deur weer dichtvalt. Hij knippert met z’n ogen tegen het zonlicht als ineens een oorverdovend gejuich en applaus losbarst. Op het kleine pleintje voor de ingang hebben zich zijn fans verzameld. Hij loopt de paar treden af die hem scheiden van de steile helling die hij zo vaak bestegen heeft, meestal per lichtblauwe Rover (lichaamsbeweging moet je niet overdrijven) en de laatste tijd per inktzwarte PC Hooft-tractor (1op2; hij wilde wel eens wat hoger zitten op de snelweg). De menigte wijkt uiteen alsof ze de Rode Zee vormt, de ambtenaren van de Berg links, studenten en dankbare wetenschappers rechts, hij ziet een zevenspringende Gijselaers, hij ziet de decanen, hij ziet een Dompeling die hem de hand wil opleggen, hij ziet promovendi die vrolijk met hun werknemerscontract zwaaien, hij ziet zelfs een redacteur van zijn favoriete universiteitsblad, hij knipoogt naar een vrouw die verdacht veel op jou lijkt, Truusje, en hij zucht. Alles is niet voor niets geweest. Minzaam glimlachend, met die typische woestijngang waarbij de voeten wat naar buiten wijzen, loopt hij de berg af terwijl hij niet probeert te struikelen over de ongelijke steentjes in het plaveisel. Onderaan staat hij stil, kijkt nog een keertje om en ziet hoe de menigte zich alweer verspreidt. “Sic transit gloria Molsi”, mompelt hij, wat zoiets betekent als “morgen is er weer verse vis”, en verdwijnt om de hoek.

Op datzelfde moment sprint een pezige man met toegeknepen ogen op diezelfde helling naar boven. Een atleet, dat zie je zo, iemand die de omgeving van het Jekerdal regelmatig onveilig maakt. Hoewel, zien we daar niet iets van een buikje? Hij stormt de grote deur binnen, holt de trap op, schiet langs de verbouwereerde secretariële staf en ploft achter zijn bureau op de donkerbruine rectorskamer. Daar begint hij te schrijven. Een opiniebijdrage over het temmen van hoogleraren, want het management van een universiteit verschilt niet zo veel van dat van een dierentuin; een geliefkoosd thema van de nieuwe rector. Daarna schrijft hij nog een stukje voor de lol, over het omgekeerde verband tussen prestaties op een EK en de staatschuld van de deelnemende landen, vervolgens roept hij een vergadering bijeen van de decanen die hij opdraagt om creatiever te zijn rond het valorisatiegebeuren: hij doet ze de dringende suggestie om hun toga’s in het vroege voorjaar te verhuren aan de Tempeleers. ’s Avonds spreekt hij de studentenverenigingen toe. Hij houdt ze voor dat elke vereniging een kleine huwelijksmarkt is, dat demografische analyses laten zien dat Limburg leeg loopt maar dat jonge gezinnetjes er gelukkig zijn, en dat dus de verenigingen seks en geboorte in eigen gelederen dienen te bevorderen. Hij bepleit daarom een algemeen condoomverbod. De volgende morgen krijgt hij bezoek van verontwaardigde soa-bestrijders die hij dronken voert met Belgisch bier, Kwak genaamd. ’s Middags is hij in Brussel om daar op Europees niveau het stemrecht voor kleuters te bepleiten nu de babyboomers alle politieke vernieuwing verstikken. In het weekend trekt hij een uurtje uit voor samenspraak met zijn vrouw die hem vraagt of hij, nu hij rector is, niet wat moet oppassen met die overvloed aan buitenissige en provocerende ideeën. “Buitenissig?” zegt hij. “Provocerend? Overvloed? Moi?”

Albert Bergbroeder

 

Beste Albert,

Ik ben weer sprakeloos,

Je Truusje Tintemans

 

Albert Bergbroeder en Truusje Tintemans

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)