Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Over de kunst van ‘cognities uitdagen’

Over de kunst van ‘cognities uitdagen’

Photographer:Fotograaf: ThinkStock

UM-psychologen over de vraag: neemt het effect van cognitieve gedragstherapie af?

Voor de zomer verscheen een opmerkelijk artikel in Psychological Bulletin, het huisblad van de American Psychological Association. Cognitieve gedragstherapie zou nog maar half zo effectief zijn bij de behandeling van depressie dan in de jaren tachtig. “De eerste trials werden gedaan met excellent opgeleide therapeuten, nu passen ook veel mindere goden haar toe.”

In cognitieve gedragstherapie - in de jaren zestig ontworpen door de Amerikaanse psychiater Aaron Beck - draait het meestal om de aanpak van (negatieve) gedachten die uit de pas lopen met de werkelijkheid. Ook wel het ‘uitdagen van cognities’ genoemd. Die gedachten worden beschouwd als bron van de klachten, of het nou gaat om depressie, angst, paniek, agressie of wanen. Geen behandeling die zo succesvol is gebleken als cognitieve gedragstherapie.

De auteurs van de publicatie in Psychological Bulletin probeerden te achterhalen of dat succes bij depressie, waarmee het ooit begon, nog steeds zo groot is. In een meta-analyse hielden ze zeventig studies tussen 1977 tot 2014 tegen het licht. Wat bleek: de behandeling werkt nu nog maar half zo goed als in de begindagen. Hoe kan dat? De onderzoekers denken dat de behandeling in de loop der jaren misschien minder strikt is toegepast, of dat het vertrouwen erin is afgenomen.

Belangen

“Als iets nieuw is, zijn de verwachtingen bij onderzoekers en patiënten hoog, zeker als duidelijk is dat er winst te behalen valt', zegt Frenk Peeters, hoogleraar behandeling van stemmingsstoornissen. “Die mix van enthousiasme, geloof en hoop is natuurlijk niet iets neutraals. We weten dat de eerste testresultaten van nieuwe behandelingen altijd gunstiger zijn dan de bevindingen in latere controlestudies, uitgevoerd door wetenschappers die niet bij het initiatief betrokken waren. Je ziet dat nu ook bij deep brain stimulation [waarbij stroomstootjes via elektroden worden geleid naar specifieke hersengebieden]. De uitkomsten van de eerste studies, nog geen tien jaar geleden, waren buitengewoon indrukwekkend. De helft van de proefpersonen, met zware depressies, had er baat bij. En nog niet zo lang geleden kwamen de effect sizes in een onderzoek niet boven placebo uit. Om diezelfde reden is laatst zelfs een studie halverwege al gestaakt.”

Niet alleen psychotherapie maar ook antidepressiva doen het overigens minder goed als ze worden vergeleken met een placebo, zegt Peeters. "Dat komt ook omdat de proefpersonen in de afgelopen dertig jaar zijn veranderd. Vooral in de VS, waar veel mensen zonder verzekering zitten, doen patiënten met onderzoek mee om überhaupt een behandeling te krijgen. Sommigen overdrijven daarom hun klachten en zijn in feite niet representatief voor de populatie. En daarbij hebben ook onderzoekers hun belangen. Zij proberen soms zoveel mogelijk proefpersonen te werven als omdat ze dan meer subsidie opstrijken.”

Blootstelling

Terug naar cognitieve gedragstherapie. Het zou prof. Anita Jansen niet verbazen als de minder strikte naleving van het behandelprotocol ook een rol speelt. “De eerste trials werden gedaan met excellent opgeleide therapeuten. Naarmate de therapie meer gemeengoed wordt, passen ook veel mindere goden haar toe, waardoor de resultaten als vanzelfsprekend afnemen.” 

Jansen, die de meta-studie nog niet heeft gelezen, ziet meer en meer therapeuten die zeggen dat ze cognitieve gedragstherapie geven, maar dat in feite helemaal niet of slechts een beetje doen. “Ze weten inmiddels dat deze behandeling de beste papieren heeft, dus zegt iedereen nu fanatiek aan cognitieve gedragstherapie te doen. Maar als je nagaat wat er precies in hun behandelingen gebeurt, kun je je vaak afvragen of dat wel het geval is.” 

Samen met haar collega Sandra Mulkens geeft Jansen vaak workshops over cognitieve gedragstherapie bij eetstoornissen en obesitas. “Wij doen dat onder andere voor behandelaars die nota bene aangesloten zijn bij de vereniging voor gedragstherapie en cognitieve therapie (VGCT). Laatst vroegen we aan een volle zaal: ‘Wie heeft er wel eens een gedragsexperiment uitgevoerd.’ Welgeteld ging er één vinger omhoog, terwijl gedragsexperimenten er toch echt bij horen. Net als blootstelling [aan de verleidelijke dan wel angstige prikkel], maar ook dat is in de eetwereld geen vast ingrediënt. En dan hebben we het nog niet eens over de manier waarop cognities uitgedaagd worden, veel therapeuten hebben daarbij nog aardig wat te leren.”

Zorgvuldiger

Lotte Lemmens, die twee weken geleden promoveerde op behandeling van depressie, is sceptisch. Ze denkt dat het kelderend effect van cognitieve gedragstherapie eerder te maken heeft met de kwaliteit van de huidige studies, waarin ook grotere aantallen proefpersonen meedoen. Ze heeft zelf een experiment gedaan met 182 proefpersonen die qua behandeling werden verdeeld in drie groepen: cognitieve (gedrags)therapie, interpersoonlijke psychotherapie [klachten verhelpen door relaties met anderen te verbeteren] en geen behandeling. Cognitieve en interpersoonlijke psychotherapie bleken even effectief. Eenderde van de patiënten knapte volledig op, eenderde eindigde met milde in plaats van ernstige klachten, en eenderde reageerde nauwelijks.

Lemmens zegt dat haar bevindingen vergelijkbaar zijn met gecontroleerde studies van eind jaren tachtig. Ze is dan ook kritisch over het artikel in Psychological Bulletin. “Wat ik niet handig vind, is dat de onderzoekers zowel gecontroleerde als niet-gecontroleerde studies op één hoop gooien. Het onderzoek heeft inmiddels veel losgemaakt waaronder een hoop kritische reacties. Volgens mij zijn ze de data nu opnieuw aan het bekijken.”

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)