Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Niets te vrezen van TTIP

Niets te vrezen van TTIP

Photographer:Fotograaf: flickr.com/FaceMePLS

Opinie Bart Verspagen

Is TTIP, het vrijhandelsverdrag tussen de VS en Europa, eng? Veel mensen vinden van wel. Econoom Bart Verspagen, directeur van UNU-Merit, vindt dat we niets te vrezen hebben van het verdrag.

Het gebeurt niet iedere dag dat een onderwerp dat ik in mijn eerstejaars college over internationale economie behandel, 10.000 mensen op de been brengt in een demonstratie op het Museumplein in Amsterdam. Niet dat mijn college daar iets mee van doen heeft natuurlijk, maar het brede maatschappelijke verzet dat tegen TTIP aan het ontstaan is, is op zijn minst opmerkelijk in vergelijking met de verveelde smoelen die mij normaal gesproken aanstaren als ik op maandagochtend, 8.30 uur mijn powerpoint over vrijhandel en internationale investeringen aanklik.

In korte tijd is TTIP uitgegroeid tot een speerpunt van publiek wantrouwen, overgoten met een saus van populisme van zowel de linker- als rechterkant. En hoewel de kern van dat wantrouwen, die ligt in nog zo’n afkorting, ISDS, misschien niet helemaal onterecht is, is de maatschappelijke opwinding nogal overdreven. Voor degenen die op de vroege maandagochtend geen trek hadden in een college internationale economie, vat ik graag samen waarom een wat ontspannener kijk op TTIP aan te bevelen is.

Het Transatlantic Trade and Investment Partnership gaat over vrij economisch verkeer tussen Europa en de VS. Het is een verdrag dat de laatste restjes handels- en investeringsbelemmeringen moet wegnemen, om daarmee werkgelegenheid en welvaart te bevorderen. Dat vrijhandel en vrij kapitaalverkeer de welvaart bevorderen is een van de elementaire waarheden van de internationale economie. Als er ontwikkelde economieën zoals de Amerikaanse of de Europese in het geding zijn, valt daar weinig op af te dingen. De kern van TTIP zal positieve gevolgen hebben voor Europa en de VS, al moeten we ons daar niet al te veel van voorstellen, omdat de economische relaties tussen de VS en Europa ook zonder TTIP al behoorlijk vrij zijn.

Het Investor-State Dispute Settlement (ISDS) mechanisme is een onderdeel van TTIP dat beschrijft hoe bedrijven die vinden dat de TTIP overheden zich niet aan het verdrag houden, juridisch hun gelijk kunnen halen. ISDS zet daarbij de nationale (of Europese) rechters buitenspel, omdat die wel eens partijdig zouden kunnen zijn. En zo ontstond het schrikbeeld dat Amerikaanse boeren ons met schimmige rechtspraak hun chloorkip en hormonenvlees zullen gaan opdringen, of dat oliemultinationals een vrijbrief krijgen om in Nederland naar schaliegas te kunnen gaan boren.

De Europese commissaris voor handel, Cecilia Malmström, verzekerde ons onlangs dat ISDS al lang en breed van tafel is, en dat er inmiddels gepraat wordt over een juridisch meer solide systeem, een zogenoemd Investment Court. De finesses daarvan laat ik graag aan de juristen over. Zolang onze Europese commissaris in de verdragstekst laat vastleggen dat Europees milieu- (en ander) beleid voor zowel Europese als Amerikaanse bedrijven leidend blijft, kan ik u als econoom verzekeren dat u van TTIP niets te vrezen hebt. Natuurlijk blijft het nog even wachten tot de definitieve tekst van het verdrag gereed is, zodat onze parlementariërs kunnen controleren of dat het geval is. Tot het zover is, houd ik mijn hemd aan, en ik raad de lezer aan hetzelfde te doen.

Waar ik als econoom wél wantrouwend over zou zijn, is een vrijhandelsverdrag waar ontwikkelingslanden bij betrokken zijn. Een TTIP tussen Europa en Afrika, zeg maar. Hoewel de kortetermijnvoordelen van vrijhandel ook in zo’n geval gelden, moeten ontwikkelingslanden bevreesd zijn voor de langetermijneffecten. Vrijhandel versterkt de sectoren waar landen al sterk in zijn (bijvoorbeeld landbouw), maar maakt het moeilijker om sectoren (bijvoorbeeld industrie) die op de lange termijn meer economische welvaart brengen, te ontwikkelen. In voetbaltermen: de deelnemers aan TTIP stellen een gezamenlijk elftal samen met hun sterkste spelers. Een ontwikkelingsland brengt jeugdspelers mee, en daar zou best een Lionel Messi in de dop bij kunnen zitten. In het gezamenlijke TTIP-elftal komt die jonge Messi misschien in de verdediging terecht, waar zijn ontwikkeling zal achterblijven. Door een tijdje langer in het jeugdelftal te blijven spelen kan Messi zich ontwikkelen tot een spits van wereldformaat. Om dat te realiseren heeft hij bescherming nodig, geen blootstelling aan de wereldmarkt.

Vrijhandel is goed, maar soms maakt het meer kapot dan je lief is. TTIP is daarop de uitzondering.

Bart Verspagen, directeur UNU Merit

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Enter the code shown above: