Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Over een Bosatlas en super-diversiteit

Over een Bosatlas en super-diversiteit

Medewerkerscolumn

Een paar weken geleden verscheen de Bosatlas van Amsterdam. “Sla hem open op een willekeurige pagina”, zo schreef Het Parool, “en je komt iets te weten wat je waarschijnlijk nog niet wist. Pagina 225: inwoners van Noord hebben verreweg de meeste bromfietsen en scooters. Pagina 127: elke dag rijden er 1259 trams over het Leidseplein”. Zo zit het vol met facts & figures. Wetenschappelijk gezien niet allemaal verklaringsvragen of (ver)gezichten oproepend, maar vaak wel aardig en informatief. Je kunt echter ook geconfronteerd worden met een feitelijkheid, die wel tot nadenken leidt. Dat was de bevinding dat uit 180 van de 196 officiële landen één of meer Amsterdammers komen. Ah, dacht ik, super-diversiteit, een begrip geïntroduceerd door Vertovec in 2007. Het vraagt aandacht voor de gewijzigde aard en compositie van migratie- en integratiepatronen. Neem Nederland. Van een relatief beperkte differentiatie naar migrantengroepen (met langere tijd vooral aandacht voor Turken, Marokkanen, Surinamers en Antilianen, later en ook heden ten dage aangevuld met specifieke vluchtelingengroepen en met migranten uit Bulgarije, Polen en Roemenië), gaat het bij super-diversiteit om het verschijnsel dat migranten in de 21e eeuw uit alle delen van de wereld komen, en onderling sterk in sociaaleconomische positie, in migratiemotieven en in verblijfsstatus verschillen. In haar werkprogramma schrijft de WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) er dit over: “In 2007 was Amsterdam met 177 nationaliteiten even de meest diverse stad ter wereld, met Antwerpen met 164 nationaliteiten op de tweede plaats en New York met 150 op de derde plaats.” Het WRR-onderzoek naar wat super-diversiteit (SD) inhoudt en wat de (maatschappelijke en beleidsmatige) gevolgen ervan kunnen zijn, loopt inmiddels en wordt samen met het WODC (Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum) uitgevoerd.

Dit concept heeft verschillende functies: het beschrijft aard en compositie van migratie- en integratiepatronen en het prikkelt om tot krachtige indicatoren te komen over de mate van ‘SD’ van landen of steden. Tegelijkertijd heeft het ook een signaalfunctie: ‘super’ is goed, mooi en ‘cool’. En zo voelt het ook. Met terugwerkende kracht zou ik mijn ervaring van het eerste bezoek met een schoolvriend in 1968 aan Londen zeker als zodanig duiden. Lyrisch waren we over de (super) combinatie van de Beatles’ Apple Boutique en hun opnamestudio aan 3 Savile Row, de tulbanden in de Tube, de knoflookluchten uit de restaurants, de Lords in hun glimmende lakschoenen en de Cockney-Londenaren met hun ordinaire Engels. Toch zit juist in deze signaal-functie ook een groot gevaar: verwarring van de empirische werkelijkheid met een normatief-emotionele. Daar zouden we voor moeten waken. Immers, als dat niet gebeurt, dan zal dit diversiteitsconcept gemakkelijk hetzelfde lot beschoren zijn als wat met ‘multi-culti’ gebeurd is: lange tijd door velen ‘omhelsd’, nu steeds meer ‘going to the dogs’.

Frans L. Leeuw , hoogleraar Recht, Openbaar Bestuur en Sociaal-wetenschappelijk Onderzoek en directeur van het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum (WODC)

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)