Zelfs Newton ging voor de bijl

Maastrichtse promovendus werpt nieuw licht op 18e-eeuwse krach

18-03-2010

Windhandelbubbel (1720), Tulpenmanie (1637), Spoorwegmanie (1850), Internetbubbel (1995). Ineenstortende aandelenkoersen zijn van alle tijden. Maar nooit zou de ongebreidelde hebzucht zo groot zijn geweest als tijdens de Windhandelbubbel. Dat klopt niet, beweert promovendus Rik Frehen op grond van unieke data uit 18e-eeuwse kranten.

Zo grillig als de aandelenkoersen verlopen, zo onvoorspelbaar is het leven. Stel, je bent aardig op stoom met je promotieonderzoek en op een dag belt een vriend uit New Haven – hij is verbonden aan Yale University. Of je zin en tijd hebt om een archiefstudie te doen over de Windhandelbubbel van 1720. Twee Yale-professoren schrijven daar namelijk een boek over maar hebben nauwelijks Nederlandse gegevens. Je zegt toe en al gauw haal je onbekende data boven water die een nieuw licht werpen op de beroemde crash. De professoren zijn blij verrast en nodigen je meteen uit. En ineens zit je met de kopstukken op je vakgebied om de tafel.

Dat overkwam Rik Frehen, die eind januari promoveerde aan de UM. Hij was eigenlijk met heel andere zaken bezig, zoals ‘het verbeteren van schattingsmethoden met behulp van een hiërarchisch Bayesiaans panel model’. Het betreffende hoofdstuk in zijn proefschrift ziet zwart van de tabellen en formules. Hoe dan een archiefstudie aan te pakken? Over de Windhandelbubbel is al aardig wat geschreven maar Frehen besloot om de bekende bronnen links te laten liggen en verdiepte zich in 18e-eeuwse kranten. “Mij leek dat een economische ravage van die omvang in de kranten aan bod moest zijn gekomen. De levens van velen waren verwoest. Menigeen was ten einde raad en had zelfmoord gepleegd.”

Steenwijk, Rotterdam, Den Haag, Gouda, en nog veel meer. Frehen is in tientallen steden het archief ingedoken om systematisch alle kranten door te ploegen. Zijn vader ging mee en maakte foto’s, die samen meer dan dertig gigabyte beslaan. “Toen ik de Leydse Courant in de Koninklijke Bibliotheek inkeek, wist ik dat ik goud in handen had. Ten eerste waren alle edities in de bibliotheek aanwezig, ten tweede schetst deze krant een gedetailleerd beeld van de krach. De Leydse Courant verscheen namelijk niet eens in de zoveel weken maar drie keer per week en vermeldde zelfs de hoogte van de aandelenkoersen. Voor het eerst was een nauwkeurige reconstructie van de bubbel mogelijk. Dat is belangrijk want er zijn nog steeds historici die het bestaan ervan ontkennen of bagatelliseren.”

 

Bubbelheer

Maar eerst: hoe ziet Nederland anno 1720 eruit? De Gouden Eeuw is voorbij. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden is niet meer een van de rijkste en belangrijkste landen ter wereld, zegt Frehen. Toch bloeit de handel nog steeds, vooral met Engeland. Daar ontstaat in 1719 het ingenieuze idee om een verzekeringsmaatschappij op te richten. Niet langer hoeft een handvol rijke kooplieden garant te staan voor één schip dat suiker of rum ophaalt bij een Surinaamse plantage, nu kan een maatschappij honderden schepen verzekeren met het geld van vele aandeelhouders. Het is de wet van de grote getallen van de Zwitserse wiskundige Bernoulli, die na zijn dood in 1713 is gepubliceerd.

Het idee slaat in als een bom. De ene na de andere verzekeringsmaatschappij opent de deuren; in Engeland The London Assurance, in Nederland Stad Rotterdam (die nog steeds bestaat als onderdeel van Fortis). Iedereen wil meeprofiteren en koopt aandelen. Handelt men gewoonlijk een paar uur per dag in de koffiehuizen, nu gaat men door tot diep in de nacht. Binnen de kortste keren slaan de koersen op hol. Een aandeel in de Londense verzekeringsmaatschappij is op 1 januari 1720 drie pond waard, negen maanden later is het opgeblazen tot 130 pond, om vier maanden later uiteen te spatten en te krimpen tot circa 10 pond.

Kort daarna verschijnt het beroemde prentenboek Het Groote Tafereel der Dwaasheid waarin iedereen die zich mee heeft laten slepen door de handel in wind, belachelijk wordt gemaakt. Het boek is waarschijnlijk door verschillende drukkerijen gezamenlijk uitgegeven en ligt ter inzage in de koffiehuizen. Op een van de prenten zit een ‘bubbelheer’ vastgebonden in een stoel, terwijl een geneesheer een snee maakt in zijn voorhoofd om hem te bevrijden van de waanzin. Ook wetenschapper Isaac Newton kon de verleiding niet weerstaan en schrijft: “Ik kan de bewegingen van hemellichamen berekenen, maar niet de gekheid van mensen.” Dus ook zijn eigen gekheid niet.

De Windhandel – de naam zegt het al – staat bekend als het toppunt van irrationaliteit, van gekte, van hebzucht. “Voor een deel klopt dat, maar tegelijk schiet deze verklaring te kort. Uit mijn analyse van de Leydse Courant blijkt dat mensen niet in het wilde weg aandelen kochten, maar gespitst waren op die van de verzekeringsbranche. De verzekeringsbubbel blijkt drie keer zo hoog als die van andere bedrijven.”

 

Zondebok

De promovendus betoogt dat zeepbellen zich beter laten verklaren door de innovatie bloot te leggen. Want elke run op aandelen, zo stelt hij, gaat gepaard met de ontdekking van iets nieuws. Dat wordt nog eens bevestigd door Frehens vondst dat niet alleen de verzekeraars in trek waren bij beleggers maar ook de bedrijven die handel dreven met Amerika. “In die sector was er ook sprake van iets nieuws: driehoekshandel. Men bracht wapens, metaal en textiel naar West-Afrika, laadde de lege schepen vol met slaven, verkocht die in de Cariben, waar men vervolgens cacao en suiker van de plantages inscheepte voor transport naar Nederland.”

Innovatie speelt ook een rol bij andere beroemde bubbels. Tijdens de Tulpenmanie van 1637 waren het nieuwe en zeldzame tulpensoorten die een hysterie veroorzaakten. Met als hoogtepunt de zogeheten Semper Augustus, een bol die in Haarlem voor zesduizend gulden over de toonbank ging. Net zo duur als een grachtenhuis.

In 1850 was er de spoorwegmanie. Met het succes van het nieuwe openbare vervoer en transport schoten de spoorwegmaatschappijen als paddenstoelen uit de grond. Iedereen wilde een graantje meepikken, zoals dat ook gebeurde tijdens de internethype in de jaren negentig. De koersen van de internetbedrijven stegen tot euforische hoogten, totdat ze en masse over de kop gingen.

Het patroon is steeds hetzelfde, zegt Frehen. “Er is een nieuwe ontdekking of toepassing, waar aanvankelijk flink over wordt gedebatteerd. Dan doemt verzet op van de gevestigde orde maar dat blijkt niet opgewassen tegen het algehele enthousiasme. Ondertussen is de onzekerheid groot. Er ontstaan een hoop nieuwe bedrijven maar niemand weet welke onderneming zal overleven. Iedereen vraagt zich af of hij het goeie aandeel heeft gekocht. Maar goed, zolang alle koersen stijgen is er niets aan de hand. Totdat iemand sceptisch wordt, aan de waarde van het aandeel twijfelt en begint te verkopen. De stemming slaat om en de bubbel spat uiteen. Iedereen wil van zijn aandelen af, er is geen houden meer aan. Tijdens de Windhandel verzonnen bedrijven van alles om de downfall te stoppen, aandelen terugkopen, een hoog dividend uitkeren, niets hielp.”

Vervolgens wordt een zondebok gezocht. “Nu zijn het de bankiers die door het slijk worden gehaald. In de 18e-eeuw moesten de investeerders en de grootaandeelhouders het ontgelden, dezelfden die een jaar eerder nog hoog in aanzien stonden en een reputatie genoten van slimme handelaren.”

Meestal richt de woede zich op een groep, soms op een enkeling. In Frankrijk was de Schotse econoom John Law de gebeten hond. “Hij had in Frankrijk geijverd voor papiergeld en voor de oprichting van een centrale bank. Beide maatregelen, waarvan men ten onrechte dacht dat ze deel van het probleem waren, werden na de krach meteen afgeschaft. De gevolgen waren desastreus. Frankrijk heeft honderd jaar lang geen centrale bank gehad.”

Dé les voor de toekomst is dan ook: de overheid moet geen overhaaste maatregelen nemen. Of beter: helemaal geen maatregelen nemen. “Het risico op onherstelbare schade is te groot. Bovendien missen die zogenoemde crisiswetten vaak hun doel omdat ze tot stand komen op het moment dat de crisis al voorbij is. Ook de parlementaire commissie De Wit, die onlangs alle hoofdrolspelers ondervroeg, is in dat licht een zinloze commissie. Je moet minstens een jaar of tien wachten, want dan sta je enigszins los van de tijdgeest en kun je vanaf een afstand bezien wat er moet gebeuren.”

 

De twee Yale-hoogleraren William Goetzmann en Geert Rouwenhorst waren verrukt over Frehens ontdekking en eisten dat hij dezelfde dag nog een cd met fotomateriaal naar de VS opstuurde. Toen maanden later het wetenschappelijke artikel, dat ze met zijn drieën hadden geschreven, klaar was, dook er slecht nieuws op. Nederlandse historici bleken ook de Leydse Courant te hebben ontdekt en stonden op het punt om over de zeepbel te publiceren. Hun conclusie: de Windhandelbubbel heeft nooit plaatsgevonden. Ten onrechte.

“Het probleem was dat ze niet over alle edities van de krant beschikten. In de universiteitsbibliotheek van Leiden, waar ze onderzoek deden, ligt maar een beperkt aantal exemplaren, zoals dat meestal het geval is met oude kranten. Daardoor wisten de historici niet wanneer de bubbel begon en konden ze moeilijk inschatten hoe groot die was.”

 

Maurice Timmermans

Zelfs Newton ging voor de bijl
337.jpg
Stock Exchange

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.