De prangende vraag naar het eigen profiel

31-03-2011

Universiteiten die een sterker profiel willen, moeten hun hele masteraanbod op de schop nemen, vindt staatssecretaris Zijlstra. Een paar extra onderzoeksmasters maken het verschil niet.

In juni zal de staatssecretaris zijn langetermijnvisie voor hoger onderwijs, onderzoek en wetenschap presenteren. Die ‘strategische agenda’ zal geen centraal plan bevatten dat de universiteiten in een bepaalde richting duwt, beloofde hij vorige week. Maar dan moeten de universiteiten wel serieus gaan nadenken over de functie en het profiel van hun masteropleidingen.

Zijlstra sprak de conferentie toe die accreditatieorganisatie NVAO had georganiseerd over onderzoeksmasters. Hij prees die als effectief instrument om onderzoekstalent te ontdekken. De tweejarige opleidingen passen volgens hem ook goed bij het advies van de commissie-Veerman om instellingen een scherper onderwijsprofiel te laten kiezen.

Verdwenen is volgens de staatssecretaris de vanzelfsprekendheid van vroeger, dat elke doctoraalopleiding allrounders aflevert die in het onderzoek en daarbuiten aan de slag kunnen. Voor alle masteropleidingen ligt de vraag naar het eigen profiel “als een hete pannenkoek op tafel”.

Hij riep de universiteiten daarom op na te denken over hun totale masteraanbod. Ze zouden ook masterstudies voor andere academische beroepen kunnen aanbieden. Ze leiden immers niet alleen op voor het wetenschappelijk onderzoek, maar ook voor andere carrières.

Het staat voor de staatssecretaris “als een paal boven water” dat het hoger onderwijs scherpe keuzes moet maken. En dat het – net als de commissie-Veerman adviseerde – verstandig is om bestaande masteropleidingen samen te voegen tot bredere opleidingen. Dat maakt het aanbod overzichtelijker voor studenten en werkgevers. Hij pleit voor een “gecoördineerde clusteroperatie”, net zoals die vorig jaar voor de geesteswetenschappen is uitgevoerd.

 

HOP

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.