Wat was de opdracht aan de externe evaluatiecommissie en wat stond er in haar rapport?

04-11-2015

De opdracht aan de commissie was vaag. Zoals ze zelf in haar rapport schrijft: het “evalueren van de gang van zaken en daarop te reflecteren”.

De vier leden, aangezocht door FHML-decaan Scherpbier, zijn allen gepokt en gemazeld in de proefdierenwereld: Merel Ritskes-Hoitinga is Nijmeegs hoogleraar proefdierkunde, Martje Fentener van Vlissingen is directeur van het proefdierencentrum aan de Erasmusuniversiteit, Harry Blom is proefdierdeskundige aan de Universiteit Utrecht en de onofficiële voorzitter Frans Stafleu is (dier-)ethicus aan diezelfde instelling. Volgens de laatste komen de leden “wel uit dezelfde hoek, maar het zijn kritische mensen, het was geen ‘veilige’ keuze”.

Dat geldt aanwijsbaar voor iemand als Ritskes-Hoitinga, die regelmatig betoogt dat proefdieren vaak onnodig worden ingezet.

De commissie heeft alle relevante documenten rond het labradoronderzoek bekeken, gepraat met betrokkenen (van bestuurders tot onderzoekers en proefdierverzorgers) en de faciliteiten van de UM bezocht, inclusief de “prachtige speelweide” van de honden.

De conclusies zijn helder en vooral positief: het onderzoek als zodanig, door een “internationaal gerenommeerde groep”, is belangrijk voor de vele patiënten die vanwege een hartafwijking baat hebben bij een pacemaker. Dat daarbij (grote) honden nodig zijn “is goed onderbouwd”. En de dierexperimentencommissie (DEC) die alle dierproeven aan de UM beoordeelt, heeft “proefdierkundig geen dingen over het hoofd gezien” en heeft haar “ethische afweging voldoende onderbouwd”.

Toch is er ook kritiek. Het belangrijkste punt betreft de “reactieve” en “defensieve” manier van communiceren tijdens de ophef over de proeven met labradors, herfst 2014. De commissie beveelt dringend aan om voortaan “openheid tot norm te verheffen”. Stafleu mondeling: “Wees duidelijk, leg je filosofie uit. Dat doet de UM veel te weinig.”

Verder werd de keuze voor uitgerekend labradors niet overtuigend gevonden. Het ras is hier van belang omdat het de gezelschapshond bij uitstek betreft, en dat creëert op zijn minst PR-risico’s maar verscherpt ook de ethische problematiek, schrijft de commissie, die haar rapport de titel Het hart van de hond meegaf. Ze wijdt er een aparte paragraaf aan. Daarin worden twee conflicterende “werelden” geschetst. In de ene staat de zorg voor de mens centraal en is de dierproef een noodzakelijk kwaad. De tweede gaat uit van een vertrouwensband tussen mens en dier, en zeker een labrador, waarbij de hond een gezinslid is en een dierexperiment puur verraad. Die twee werelden vinden elkaar alleen in het zoeken naar alternatieven voor dierproeven, maar als die er niet zijn, botst het. En dat “lijkt in Maastricht plaats te hebben gevonden”.

Auteur: Wammes Bos
Categoriëen:

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.