Mythe: Echte poëzie is diepgaand en complex

Naar het rijk der fabelen

08-02-2017

Wie aan juridisch taalgebruik denkt, zal niet snel aan poëzie denken. Toch werden in vroeger tijden wetten op deze manier kenbaar gemaakt, vaak zingend of ritmisch voorgedragen. “, Kennis moest mondeling worden overgedragen”, zegt literatuurwetenschapper Annette de Bruijn. “Er waren specifieke vormen die aan bepaalde regels moesten voldoen. Dat maakte het makkelijker om te onthouden.”

De wet was niet de enige plek waar je poëzie tegenkwam, ook op straat, in liederen en verhalen die mensen aan elkaar vertelden. Poëzie, kortom, was overal en voor iedereen. En dat is nog steeds zo, zegt De Bruijn. “Er zijn poetry slams, je ziet het op muren, op YouTube – er zijn verschillende poëziekanalen, in rap- en popsongteksten, in interactieve apps,  er is zelfs QR-code poëzie. Dat deze populaire tegenwoordig weer erkend worden, bleek kort gelden nog toen Bob Dylan de Nobelprijs voor de Literatuur kreeg.” Toch hebben veel mensen nog steeds het idee dat échte poëzie alleen in een boek kan staan, dat het complexe teksten moeten zijn die lang niet iedereen kan begrijpen. “Ik hou me in mijn onderzoek vooral bezig met kinderpoëzie en in bijna ieder artikel gaat het over the fear of poetry.”

Dat idee is volgens De Bruijn vooral terug te leiden naar maatschappelijke en literaire ontwikkelingen die in de achttiende en negentiende eeuw zijn ingezet. Dankzij technologische ontwikkelingen werden boeken goedkoper en dankzij betere scholing konden meer mensen lezen en schrijven. “Je had kranten en romans, waarom had je nog poëzie nodig? Er werd gezocht naar een nieuw bestaansrecht. In de Romantiek werd het neergezet als de vorm om de diepste individuele emoties uit te drukken, in contrast met de Realistische roman. Tijdens het Modernisme zie je een nieuwe omslag, toen werden gedichten abstracter, complexer en vervreemdender.” In de waardering van poëzie kwam de autonome tekst, ‘the words on the page’, kwam centraal te staan. Close reading  – het zorgvuldig bestuderen en analyseren van een gedicht – werd noodzakelijk gevonden. “Welke vormen, welke technieken en stijlfiguren kenmerken de taal van het gedicht? Daardoor werd complexiteit nóg meer gewaardeerd, anders was het de moeite niet waard om er zoveel tijd aan te besteden.”

Op deze manier naar poëzie kijken, is achterhaald, vindt De Bruijn. “En het is maar één perspectief, één methode. Je kunt op heel veel verschillende manieren naar poëzie kijken. Maar op middelbare scholen – en ook al op de basisscholen waar iets aan poëzie wordt gedaan – wordt meestal alleen deze manier gedoceerd. Kleuters die spontaan beginnen mee te stampen met een ritmisch gedicht, dat mag nog net, maar vanaf groep 4 wordt kinderen verteld dat ze aandachtig moeten luisteren. Ze krijgen het idee dat je poëzie alleen rustig in een boekje kunt lezen, terwijl de beleving, de emotie en het ritme juist heel belangrijk zijn.”

Nog zo’n misvatting is dat goede poëzie een moeilijk onderwerp moet hebben. “Niet te letterlijk, niet te voor de hand liggend en zonder humor. Maar het ontstaat juist vaak uit het dagelijks leven en kan heel grappig zijn. Mensen schrikken daar bijna van: ik lach om een gedicht, dat kan toch niet? Ik hou zelf van nonsense poetry, dat heeft soms helemaal geen betekenis, bestaat uit verzonnen woorden, en is vaak juist heel grappig – Jabberwocky van Lewis Carroll is het bekendste voorbeeld.”

Meer oog hebben voor andere opvattingen over poëzie, voor andere perspectieven, zou volgens De Bruijn helpen om de ‘angst voor poëzie’ tegen te gaan. “Laat kinderen juist uitvinden hoe divers poëtische vormen  en functies  kunnen zijn, zowel voor de maker als voor de ontvanger. Ga niet op zoek naar een alomvattende definitie van goede poëzie, want die is er niet.”

Dit is een serie waarin wetenschappers misvattingen op hun vakgebied naar het rijk der fabelen verwijzen

Mythe: Echte poëzie is diepgaand en complex
Literatuurwetenschapper Annette de Bruijn