Bijzondere natuurhobby's

11-06-2020

Observant ging in het afgelopen jaar met drie UM-medewerkers mee tijdens het uitoefenen van hun bijzondere hobby in de natuur: Myrtle Brongers is imker, Cécile Luijten is jager en Eric Bleize is fotograaf. 

Da’s pech, koningin weg

Er is lichte paniek, de koningin is kwijt. “Ze moet erbij zitten”, zegt Myrtle Brongers, officemanager aan de UM en een van de imkers van de Beecollective, een groep van Maastrichtse stadsimkers. “Er is namelijk open broed geconstateerd, dat zijn eitjes die kort geleden zijn gelegd.”

We staan deze dinsdagavond halverwege mei bij de zeven meter hoge sky-hive van de club in het Lage Frontenpark, achter de Q-Parkparkeerplaats. Via een elektronisch systeem worden de twee bijenkasten van de hive naar beneden getakeld. “In de kasten zitten twee verschillende volken”, legt Brongers uit. “We gaan controleren of er voldoende broed is, of er nog voer is en of er genoeg honing is gehaald.” De ramen waar de honing in zit nemen ze mee naar het centrum voor natuur- en milieueducatie in het Jekerdal, waar ze in de ‘slinger’ gaan: “Een machine die hard ronddraait en de honing zo eruit slingert.”

Op de grond gaat als eerste het beschermzeil van de kasten af, zodat de verschillende verdiepingen met bijenramen bereikbaar worden. “Dat vinden ze niet fijn”, zegt Brongers. “Het is alsof je lekker in bed ligt en iemand er de dekens aftrekt.” Pierre, de vaste en meest ervaren imker van de club, spuit daarom wat rook door de ‘bijenflat’. “Daar worden ze rustig van”, klinkt het. Pierre is de enige die zonder bescherming met de diertjes werkt, de rest van de groep draagt een pak.

“Niet iedereen hoeft er elke keer bij te zijn”, zegt Brongers. “Alleen Pierre is er altijd. Voor de rest is het redelijk laagdrempelig. Bij ons heb je geen cursus nodig, het is learning by doing. Het leuke aan bijenhouden is dat je er helemaal in opgaat. Door het gezoem hoor je niets anders, je denkt nergens anders aan. En je houdt er een lekker product aan over.”

De vermiste koningin wordt deze avond niet gevonden. Na een zoektocht van een dik half uur, stoppen ze. Brongers: “Het is op het randje qua temperatuur vandaag.” Het is zo’n zestien graden, maar er staat een frisse wind. Het wordt te koud. Morgen verder.

 

“Het is niet schieten om te schieten”

De instructies vooraf waren duidelijk: stevige wandelschoenen, warme – maar geen krakende kleding – en vooral geen deodorant, after shave of parfum. “De dieren ruiken dat en komen dan al helemaal niet in de buurt”, zegt Cécile Luijten, afdelingssecretaresse bij Fasos. En jager. 

Het is zes uur in de ochtend, we zitten op een uitkijktorentje bij een veld ergens net buiten Maastricht. Op het houten bankje bovenin is net genoeg plek voor twee personen. Het is koud en we moeten stil zijn, anders horen de dieren ons misschien. Op de achtergrond klinken alleen de bladeren in de wind. Met een infraroodkijker controleren we af en toe of er iets in het veld loopt, tevergeefs. Het is wachten op de zonsopgang, dan is de kans het grootst dat we iets treffen.

Het gaat om wilde zwijnen, reeën en vossen. Dat zijn de dieren die op dit moment (begin november) geschoten mogen worden, zegt Luijten. In het aangrenzende veldje zitten honderden ganzen. “Dat gebied valt buiten mijn vergunning en in deze tijd van het jaar mag ik geen ganzen schieten.” Alsof ze het weten. Het is inmiddels acht uur, buiten de ganzen zien we niets vandaag. “Misschien ga ik vanavond nog even. Ik zit liever twee uurtjes hier dan thuis voor de televisie.”

We lopen naar een eenpersoons uitkijktorentje tegen een boom aan de andere kant van het veld. Luijten – 51 jaar en klein van stuk (ongeveer 1,65m) – draagt haar scherpschutterswapen op haar rug en in haar handen heeft ze een hagelgeweer. Ze draagt hoge, warme laarzen. Onder haar pet komt een lange paardenstaart vandaan. Niet het eerste beeld dat in je opkomt bij het woord ‘jager’.

Er zijn meer misvattingen over jagen. Het gaat niet over het schieten van dieren voor de lol, benadrukt Luijten meermaals. “We beschermen gewassen en beheren het wild. We doden bijvoorbeeld vossen om de fazantenpopulatie te laten toenemen. En vossen eten ook reekalveren.”

Luijten heeft sinds een jaar haar jachtakte, vertelt ze als we bij haar thuis opwarmen met een kop koffie. De hobby begon met haar hond, die er vandaag niet bij was. “Een puppycursus was voor hem te saai. Na drie keer zitten zag je hem denken: ‘Je hebt het toch gezien?’ Ik was op zoek naar meer. Het is een jachthond en de trainer van de cursus raadde aan om eens een jachttraining te proberen. Hij deed het goed, we gingen nog eens mee, en nog eens.”

In die tijd werkten ze mee als drijvers – om het wild richting de jagers te drijven. Na twee jaar twijfelen schrijft Luijten zich in voor een cursus om zelf haar jachtakte te halen. Ze legt een stapel klappers en papier op tafel naast de koffie. “Dit was de theorie. Drie maanden lang, twee avonden per week had ik les.” ‘Weidelijkheid’ is een begrip dat in de cursus centraal staat. “Het gaat over respect voor de dieren, de natuur en de (ethische) regels van de jacht. Ganzen mag je bijvoorbeeld alleen schieten als ze vliegen en als je op een dier schiet, probeer je het in een keer te doden. Lukt dat niet en loopt het weg? Dan zoek je totdat je het gewonde dier hebt gevonden.”

Luijten: “Als je na je theorie- ook je praktijkexamen hebt gehaald, heb je nog altijd geen jachtakte. Er komt zo veel papierwerk bij kijken: een verklaring omtrent gedrag, verzekeringen, familie wordt nagetrokken en er zijn verschillende controles om te kijken of je wapenkluis in orde is. Zelfs mijn eigen man mag niet weten waar de sleutel is. En ook als de akte er is, zijn er strikte regels. Ik moet mijn vergunningen elk jaar verlengen en elke keer als ik erop uit ga, moet ik het melden bij de meldkamer van de politie.”

 

Niet bang om vies te worden

“Ik neem aan dat onze afspraak morgenvroeg, ondanks corona, nog steeds staat?”, vraagt Eric Bleize, roostermaker en beheerder van de elektronische leeromgeving bij de Faculty of Arts & Social Sciences, op woensdagavond 18 maart. Het is de eerste week dat de universiteit gesloten is en er hoofdzakelijk vanuit huis gewerkt wordt. De ernst van de situatie is nog niet echt doorgedrongen. We besluiten om de afspraak door te laten gaan. We gaan de natuur in om kikkers te fotograferen.

Het is half zeven ’s ochtends, de zon komt net op. We zijn in de Meertensgroeve, een voormalige zand- en grindgroeve bij Vilt. Onderin heeft zich in de loop der tijd een aantal waterpoelen gevormd. Er zit dauw op het gras en er hangt een laagje ochtendmist. Kikkers zijn koudbloedig, dus vroeg op de dag, als ze nog weinig zon hebben gehad, blijven ze beter zitten voor een mooi kiekje.

Bleize legt zijn statief en zijn rugzak met camera-apparatuur in het gras midden in de groeve. “Er leven hier veel verschillende dieren. In de zomer ga ik hier regelmatig naartoe om libellen en andere insecten te fotograferen. Ik heb er zelfs al eens een ree gezien, maar was helaas te laat. Ik was er net; mijn camera zat nog in de tas.”

“Ik kijk altijd wat zich voordoet. Als we geen kikkers vinden is er vast een mooi mosje of een paddenstoel die we kunnen fotograferen. Het is de combinatie van fotografie en de natuur die het zo mooi maakt. ’s Ochtends ben ik altijd de enige, het is alsof de zon alleen voor mij opkomt.”

Bleize loopt rustig rondom de verschillende plassen en speurt geconcentreerd de waterkant af. “Hier warmen ze ’s morgens in het zonnetje op.” Kikkerdril te over, maar de ouders zijn in de verste verte niet te bekennen.

Op de toppen van het gras tussen de poelen zitten op verschillende plaatsen gevleugelde insecten. Ze verroeren zich niet. Dood? Een tweede blik leert dat de beestjes onder de dauw zitten (zie foto). Als het zonlicht hen bereikt beginnen ze hard met hun vleugels te klapperen om het water van zich af te schudden. Niet veel later vliegen ze weg. “Nog nooit gezien, zo zie je elke keer weer iets nieuws. Thuis even opzoeken hoe dat precies zit.”

Tijdens een rondje om het water dat het verst van de ingang vandaan ligt vindt Bleize een donker glibberig diertje op de punt van een rietstengel. Een kikker? “Dit is een vuurbuiksalamander”, zegt hij met volle overtuiging. Hij gaat languit op zijn buik liggen:een fotograaf moet niet bang zijn om vies te worden.

Natuurfotografie is slechts een van de onderdelen van het vak die hij mooi vindt. Op de kunstacademie in Maasmechelen leert hij over nagenoeg alle vormen en stijlen, tot Japanse straatfotografie (met veel korrelige en onscherpe vlakken) aan toe, vertelt hij op de terugweg. Voor een online muziekmagazine gaat hij wel eens naar concerten en festivals. “Bijvoorbeeld van Miss Montreal, of het reggaefestival in Geel. De mensen zijn daar heel relaxed, laten zich graag op de foto zetten. Gewoon op straat is dat niet altijd vanzelfsprekend.”

Bijzondere natuurhobby's
Bijen1
Jagen 1
Jagen 2
k Fotograferen 1
k fotograferen 2
Auteur: Yuri Meesen

Bijenfoto: Loraine Bodewes (Myrtle Brongers staat zelf niet op de foto)

Jagen & Fotograferen van Eric Bleize en Observant

Tags: bijzondere hobby,natuur

Reacties

A. Schouten

Leuk stuk Celine 👍🏻

Voeg reactie toe

privacy link