“Ik hecht niet aan status of roem, het gaat me om de zaak”

Prof. Albert Scherpbier neemt afscheid als decaan FHML, maar blijft nog een beetje

05-11-2020

MAASTRICHT. “Ik ben lief totdat mensen niet aardig zijn of niet luisteren. Dan kan ik hard en vervelend zijn.” “Ik ben een onorthodox type, loop graag buiten de gebaande paden en houd mijn mond niet.” “Ik kan nogal een driftkikker zijn.” “Het pubertje in mij is nooit ver weg.” Een greep uit de kwalificaties die Albert Scherpbier de afgelopen 29 jaar over Albert Scherpbier in Observant liet optekenen. Hij, de man die afgelopen vrijdag officieel afscheid nam als decaan van de faculteit Health, Medicine and Life sciences (FHML), luistert geamuseerd. Het klopt allemaal, zegt hij, al heeft hij die driftkikker met het stijgen der jaren redelijk onder controle gekregen.

Maar, vult hij aan: hij is voor alles een “verbinder. Ik ben gepassioneerd, wil samen met anderen bouwen. Samenwerken gaat me goed af. Het moet ook. De FHML mag dan de grootste speler binnen de UM zijn - we halen als enige een veelvoud van onze Rijksbijdrage via andere subsidiegevers binnen -, het is niet goed als één faculteit de machtigste is. We moeten het met zijn allen doen. Je moet elkaar helpen en van elkaar leren. Als het goed gaat met de hele universiteit, dan is dat voordelig voor iedereen.” Hij verwijst naar de nog jonge faculteit Science and Engineering. “Als het college van bestuur die niet had opgericht, dan had ik dat bij wijze van spreken zelf gedaan. Wij hebben die bèta’s, die data-wetenschappers, hard nodig voor ons eigen FHML-onderzoek. We hebben zelf al veel bèta’s in huis, maar het is fijn als er nog meer specialisten bij ons aanhaken en kennis uitwisselen. Hetzelfde geldt voor de psychologen. We hebben elkaar nodig.”

Scherpbiers veren

Hoe anders was de sfeer toen hij in 1991 naar Maastricht kwam om hoofd van het Skillslab – slecht georganiseerd, luidde toen zijn oordeel - te worden. De medici vonden dat de andere faculteiten alleen maar konden bestaan omdat geneeskunde voor de kosten opdraaide. Scherpbier: “Dat was toen de opvatting en dat is nog steeds zo. Maar toen lagen de verhoudingen anders: eigen belang stond voorop, er werd ruzie gemaakt, mensen werden afgezet, er was gedoe.” En ja, de macht van de FHML is nog steeds groot. Al vindt hij ‘macht’ niet het juiste woord. “Het gaat om invloed, in plaats van dat ik zeg ‘ik wil dit en dus gaan we linksaf’, probeer je de anderen te overtuigen met inhoud, met gezond redeneren. Je neemt ze mee, doet het met hen. Je probeert een voorzetje te geven en hoopt dat een ander ermee wegloopt.” Die mag vervolgens met Scherpbiers veren pronken? Lachend: “Ja, dat vind ik geweldig. Het gaat me om de zaak. De rest interesseert me niet, ik hecht niet aan status of roem.”

Dat status hem weinig doet, toonde hij al in zijn tijd als directeur van het onderwijsinstituut. Er moest in die jaren herhaaldelijk bezuinigd worden en Scherpbier weigerde uiteindelijk om opnieuw in het onderwijs te snijden. Hij zou opstappen als de korting doorging. Toenmalig decaan Harry Hillen liet weten dat hij dan ook zijn hoogleraarstitel zou verliezen. Dat liet hem koud. Scherpbier hield voet bij stuk en won.

Vleugels

We spreken elkaar de dag voor zijn officiële afscheid dat op vrijdag 30 oktober in de aula van de Minderbroedersberg gepland staat. In aanwezigheid van slechts dertig genodigden. “Het is kaal, niet wat ik had gehoopt en waarop ik me had verheugd. Maar ik wilde het niet nog een keer uitstellen, dan hoeft het bijna niet meer”, klinkt het. De eigenlijke datum was op 15 mei 2020 met meer dan driehonderd belangstellenden. Nu dus een bijna lege zaal met veel mondkapjes en gepaste afstand, maar ook, zo blijkt uit de livestream, met veel mooie woorden en grappen over de eeuwige sigaret van onder anderen zijn “maatje” in het faculteitsbestuur prof. Nanne de Vries, rector Rianne Letschert en collegevoorzitter Martin Paul. Die reikt hem de Tanspenning uit vanwege zijn vele verdiensten maar vooral omdat “de UM mede dankzij jou wereldwijd bekend is om de kwaliteit van ons onderwijs”. De voorzitter van de raad van bestuur van het MUMC+, Helen Mertens, overhandigt hem even later de Maastricht UMC+ Award. Gevolgd door een van zijn eerste promovendi, Debbie Jaarsma, inmiddels hoogleraar in Groningen, van wie hij een zilverkleurige beker - model sporttrofee - krijgt namens alle promovendi: “Omdat jij mensen vleugels geeft.”

Hoofdpijndossiers

Vraag hem naar zijn belangrijkste wapenfeit, dan noemt hij geheel in lijn met bovenstaande zijn bijdrage aan die cultuur van samenwerken – in de faculteit, in de universiteit, met het ziekenhuis (nu samen met de faculteit het MUMC+) en daarbuiten. Daartegenover staan de hoofdpijndossiers waaraan geen enkele bestuurder ontkomt. “Dat gaat om individuele problemen met medewerkers. Wij hebben het bestaande systeem doorbroken dat we iets ‘om het probleem heen organiseren’. We gaan niet meer schuiven met mensen, andere functies verzinnen. Nee, we leven niet meer in de vorige eeuw, we gaan het gesprek aan. De tijd dat een hoogleraar zijn eigen koninkrijkje had, is voorbij. Je wordt hoogleraar dankzij de anderen, het draait om het team. Wij vragen nu: wat draag jij bij? Hoeveel promoties lever jij af? Dat kunnen wij ook zeggen, want Nanne (de Vries, red.) en ik begeleiden zelf ook promovendi. Zou ik dat zelf niet doen, dan is zo’n gesprek een stuk moeilijker.”

Verlicht despoot

Daarnaast waren er de bezuinigingen en reorganisaties. “Het is altijd lastig als je mensen moet vertellen dat ze minder tijd voor onderzoek krijgen. We moesten om het onderzoeksinstituut Caphri weer gezond te maken vervelende gesprekken voeren. Dat kon niet anders. Ik ben door een van de onderzoeksdirecteuren in die tijd een ‘verlicht despoot’ genoemd - dat was vriendelijk bedoeld - omdat ik doorpakte.” En ja, soms was hij “te fel” en heeft hij in het vuur van de strijd mensen “onbedoeld beledigd of onheus bejegend. Dat spijt me. Ik kan alleen maar sorry zeggen.”

Dokter die zich op onderwijs stort

Albert Scherpbier is al lang niet meer alleen ‘de dokter die zich op onderwijs stort’. Die titel verwierf hij toen hij na zijn studie geneeskunde – het zou een tijdelijke baan zijn, tot er een opleidingsplaats tot chirurg vrijkwam - onderwijscoördinator bij chirurgie in Groningen werd, om in 1991 hoofd van het Skillslab van geneeskunde (bedoeld voor het aanleren van praktische medische vaardigheden) in Maastricht te worden en een paar jaar later directeur van het Onderwijsinstituut van FHML. Uiteindelijk was hij niet alleen betrokken bij de opleiding tot basisarts in Maastricht, maar ook die tot medisch specialist in Nederland (hij schreef mee aan landelijke rapporten die zijn naam droegen: Scherpbier 1.0, Scherpbier 2.0), en exporteerde hij samen met Mundo (het UM-bureau voor ontwikkelingssamenwerking) en SHE Collaborates (School of Health Profession Education, onderdeel FHML) het Maastrichtse medisch onderwijs naar het buitenland. “Het is een belangrijke manier om andere landen te helpen. Wij helpen, nemen het niet over. Het mooiste voorbeeld is Noord-Ghana. Daar zijn we met een kleine medische faculteit begonnen, ondergebracht in een agrarische faculteit. Daar staat nu een campus met verschillende gezondheidszorgopleidingen, er zijn winkels, een netwerk van ziekenhuizen, onze studenten lopen er via het Mustangh-project stages.”

Ranglijst

Dat grote hart voor onderwijs kon niet voorkomen dat de studie geneeskunde, die jaren op nummer één stond in de Keuzegids, voorbij werd gestreefd door zusterfaculteiten en al tijden niet meer op de hoogste trede staat. En dat veel opleidingen binnen gezondheidswetenschappen en biomedische wetenschappen ook niet de hoofdprijs halen. “Ik heb daar geen echte verklaring voor. De onderlinge verschillen in het land zijn vaak klein en vernieuwingen in het curriculum leveren niet altijd meteen een positief oordeel op. Medewerkers moeten wennen, studenten ook. Het duurt een tijd voor zich dat vertaalt in betere cijfers. Maar belangrijker is hoe de rankings van de Keuzegids sporen met onze eigen evaluaties. Wij werken met grote aantallen, de Keuzegids baseert zich meer dan eens op de mening van kleinere groepen. Ik heb gezegd: ga op onze eigen evaluaties af. Daarin zien we wèl de invloed van verbetertrajecten.”

Dokter die veel meer doet

Sinds hij in 2011 decaan werd is zijn speelveld sterk verruimd. Naast onderwijs, was er onderzoek, contacten met de industrie, focus op de regio. “Ik pleit voor meer contact met het bedrijfsleven. Wij moeten naar de markt, niet om winst te maken maar om te laten zien wat onze onderzoekers voor waarde toevoegen. Dat is onze maatschappelijke verantwoordelijkheid.” Dat gebeurt onder andere via InSciTe, een internationaal onderzoeks- en kennisinstituut voor biobased en biomedische materialen gevestigd in Maastricht, waar medisch vindingen via bedrijfjes naar de patiënt worden gebracht. Scherpbier is nog tot 2022 bestuursvoorzitter.

Interim-directeur UM-Sport

Het is niet de enige taak die na zijn pensioen doorloopt. “Ik doe nog een aantal grote dingen, ik ben zo’n 3,5 dag per week bezig.” Zo is hij behalve directeur van het Maastrichtse centrum voor imaging Scannexus (“dat is meer op afstand, ik doe alleen de grote lijnen”) sinds augustus interim-directeur van UM-Sport. “Daar zijn in korte tijd veel mensen ontslagen of uit eigen beweging vertrokken. Dat is slecht voor een organisatie. Ik vind het leuk om als een crisismanager zaken op te lossen. Ik doe dat altijd via de menselijke route. Ik luister, geef hen de ruimte om dingen kwijt te kunnen en betrek ze bij de plannen. Ik wil er samen met hen een platte organisatie van maken waarin het personeel fatsoenlijke aanstellingen heeft (er zijn nu veel kleine banen, red.) en de inschaling professioneel is.” Om te vervolgen: “Het is een mooie locatie maar het is er op bepaalde delen van de dag te rustig. Die willen we vullen met klanten van buiten, denk aan de geweldige markt voor senioren. Of het personeel van bedrijven in de buurt. We willen ook meer voor UM-medewerkers gaan doen.”

Schenen schoppen

Hij mocht graag tegen de schenen van bestuurders schoppen, was ook niet bang om zijn mond open te trekken, maar sinds zijn decanaat is de rebel in hem naar de achtergrond gedreven. “Je moet als decaan op je effectiviteit letten, schoppen is dan vaak niet handig. Ik heb mijn rebelse gedrag ondergeschikt moeten maken aan de organisatie.” Die rebel in decaanskleren, eenmaal volbloed bestuurder geworden, deed ook steeds vaker tijdens faculteitsraadsvergaderingen de deur dicht voor het publiek en zeker ook voor de universitaire pers, lees Observant. De lijst met vertrouwelijke punten was regelmatig langer dan de agenda voor het openbare deel. “Ik zocht naar commitment bij de F-raad. Ik wilde ze in een vroeg stadium informeren over nieuwe plannen zodat ze konden meedenken. We hadden vaak constructieve discussies, die moeten in vertrouwelijkheid gebeuren, niet in de openbaarheid.” Dat zo de rest van de faculteit verstoken bleef van informatie en niet mee kon praten, nam hij op de koop toe.

Nacht en ontij

Heeft hij nog een advies voor de nieuwe decaan, Annemie Schols? “Ja, twee. Blijf vooral jezelf, dat is het enige wat werkt. En twee: zorg voor een balans tussen werk en privé. Doe ook andere dingen.” Zelf was en is hij regelmatig in de sportschool te vinden, hakte en hakt hij nog steeds menige boom tot handzame open haardstukjes, kluste hij en wandelde met zijn (inmiddels overleden) honden. Soms bij nacht en ontij. Of zoals zijn promovenda Debbie Jaarsma verklapte tijdens het afscheid, nadat ze hem had geprezen als “warme, betrokken altijd bereikbare” promotor. “Het enige waar wij ons wel zorgen over maakten was het tijdstip waarop de feedback naar onze mailboxen was gestuurd: tussen 4.30 en 7.00 uur ’s ochtends.”

Albert Scherpbier (Kerkrade, 1954)

1972 Studie geneeskunde in Groningen

1980 Onderwijscoördinator chirurgie Groningen

1991 Hoofd Skillslab UM

1997 Promoveert in Maastricht op onderzoek naar medisch vaardigheidsonderwijs

1999 Wetenschappelijk directeur Onderwijsinstituut Geneeskunde

2007 Directeur Onderwijsinstituut Faculty of Health, Medicine and Life Sciences, FHML (na de fusie tussen de faculteiten geneeskunde en gezondheidswetenschappen) en hoogleraar kwaliteitsbevordering medisch onderwijs

2008 Prodecaan Onderwijs FHML

2011 Decaan FHML en vicevoorzitter Raad van Bestuur MUMC+

Albert Scherpbier heeft meer dan 340 internationale publicaties - vooral over medisch onderwijs - op zijn naam staan. Hij begeleidt nu de laatste vijf van in totaal 67 promovendi.

Hij is getrouwd, hij heeft vier kinderen, zijn vrouw een, samen hebben ze 11 kleinkinderen

“Ik hecht niet aan status of roem, het gaat me om de zaak”
foto Albert