"Ik heb het gevoel dat er meer ruimte is op een dag"

De tweede golf: Jessica Alleva

09-11-2020

De tweede golf van de coronapandemie is gaande. Hoe is het met de medewerkers van de Universiteit Maastricht? Het thuiswerken bevalt Jessica Alleva, universitair docent bij de faculteit psychologie en neurowetenschappen (FPN), eigenlijk wel prima. Nadat haar schoonvader afgelopen voorjaar wekenlang op de IC lag met corona besefte ze nog maar eens wat er vooral toe doet in het leven: familie. “Het gaat er niet om hoeveel artikelen ik heb gepubliceerd.”

We spreken elkaar half september, buiten is het zo’n 15 graden. Jessica Alleva heeft zich in een tuinstoel genesteld voor een Zoom-sessie. Twee vliegen in een klap: haar slapende zoontje wordt niet gestoord en zij krijgt frisse lucht. Niet onbelangrijk in deze tijd waarin we vooral aan de computer gekluisterd zijn.

Zelda
Al sinds de lockdown in maart werd afgekondigd, werkt zij met manlief, ook onderzoeker aan de FPN, vanuit huis. “Het bevalt me heel goed. Ik begin de dag met veel minder stress. Geen gehaast omdat ik ons zoontje naar de opvang moet brengen om vervolgens naar de faculteit te spurten. Sem gaat nog steeds twee dagen per week naar de opvang, maar ik heb het gevoel dat er meer ruimte is op een dag. Misschien doordat er minder ruis is. Hoe fijn het soms ook kan zijn op kantoor – even social talk met collega’s – thuis zit ik toch sneller in een flow. Mijn man en ik hebben strikte afspraken over onze werktijd en de uren dat we bij Sem zijn. Dat schept helderheid. ’s Avonds probeer ik zoveel mogelijk voor mezelf te houden, om te schilderen of op de Nintendo te spelen, haha, ja ik ben groot fan van Zelda. Even wegduiken in een andere wereld.”

Stress
Wat haar ook goed doet: “Geen stress van de academische gemeenschap. Op de faculteit hoor en zie je veel meer. Je zit toch in een sfeer van presteren, publiceren en subsidieaanvragen. En ja, ik kon daar weleens onzeker van worden.” Nu ze daarvan ‘verlost’ is, volgt ze nog meer haar eigen gevoel. “Wat vind ik waardevol op onderzoeksgebied? Ik heb intensief contact met onderzoekers op mijn vakgebied, vaak mensen van buiten Maastricht die mijn visie delen. Dat geeft energie. Ook collega’s van de faculteit spreek ik zo nu en dan buiten vergaderingen om.” Even een ontmoeting in de achtertuin toen het nog goed weer was, koffiedrinken via Zoom, of al wandelend een telefoongesprek voeren. Wel geeft ze toe dat ze bewustere keuzes maakt met wie ze afspreekt. “Er moet een klik zijn. Met mijn roomy Katrijn heb ik die bijvoorbeeld.”

Raar
Na de zomer reisde menig medewerker weer regelmatig naar de universiteit voor een vergadering of een onderwijsgroep. Alle gebouwen zijn coronaproof met instructieposters, looprichtingen en desinfectiespul; er zijn zelfs corona-stewards ingezet om studenten en medewerkers op de vingers te tikken bij ‘overtredingen’.
Alleva worstelde ermee. “In het voorjaar was het helder: de universiteitsgebouwen waren dicht, het onderwijs ging volledig online, iedereen bleef thuis. Maar toen het kabinet de regels versoepelde waardoor mensen weer gingen reizen, had ik vaak het gevoel dat ik raar was, omdat ik liever thuiswerkte en geen gezondheidsrisico’s wilde nemen. Het is nooit expliciet gezegd, maar ik merkte het wel. Een tijd terug werd gevraagd wie er bezwaar had tegen een fysieke bijeenkomst. Ik was een van de weinigen die zei: ‘Ik kom liever niet’. Ik wil daar eerlijk in zijn. Misschien dat ik de weg kan vrijmaken voor anderen die erg twijfelen, maar er niet voor durven uitkomen.”

Overigens heeft Alleva niet altijd de vrije keuze. Onderwijsgroepen tijdens haar ‘eigen’ blok self regulation, in de eerste periode van het academisch jaar, vonden fysiek en online plaats, waarbij ze vrij was om als tutor vanuit huis te zoomen. Maar op het University College Maastricht, waar ze nu het blok social psychology geeft, wordt van tutoren verwacht dat ze minstens een keer per week aanwezig zijn. “Het heeft niet mijn voorkeur, maar het is niet anders.”

Doodziek
Alleva’s schoonvader lag afgelopen voorjaar drie weken op de intensive care met Covid-19. “Je beseft dan weer hoe belangrijk het leven is en wat er belangrijk is. Voor mij is dat familie. En daarbij horen ook vragen als: wie wil ik zijn, wat voor moeder, vrouw, onderzoeker? In mijn eigen familie zijn veel mensen op jonge leeftijd overleden. Ik heb daardoor sowieso altijd al het gevoel gehad dat het leven kort is, dat je tijd moet maken voor de dingen die ertoe doen. Je denkt toch niet aan al je publicaties als je op je sterfbed ligt?”
Haar schoonvader had geen onderliggend lijden, en toch maakte corona hem doodziek. “Het was een vreemde situatie; je weet dat hij daar aan de beademing ligt, maar we konden hem niet opzoeken, niet met hem spreken.” Gelukkig heeft hij het gered. “Nu gaat het naar omstandigheden hartstikke goed met hem.”

Stoppen
De nieuwe manier van werken, zoomen, online onderwijs: het vraagt veel van de staf, beseft ze. “Bovendien is onze faculteit flink gegroeid, zowel qua bachelor- als masterstudenten. Automatisch krijgt iedereen meer op zijn of haar bordje. Dan is het belangrijk om te zeggen: tot hier en niet verder. En ja, dat lukt me aardig.” Alleva heeft altijd al haar grenzen bewaakt. “Ik weet over het algemeen erg goed wanneer ik moet stoppen. Soms heeft je lichaam rust nodig.” Dat ze zich daar zo van bewust is, is geen toeval. Alleva doet wetenschappelijk onderzoek naar het beeld dat mensen hebben van hun lichaam.

Onlangs blogde ze in de online-versie van Psychology Today (een Amerikaanse psychologietijdschrift) over een van haar recente studies naar de relatie tussen lichaamsbeeld en het reflecteren op de dood. Mensen die een levensbedreigende situatie hebben overleefd, zoals kanker of een heftig auto-ongeluk, kijken meer naar zichzelf, ze koesteren wat ze hebben en worden gedreven door intrinsieke waarden in plaats van wat anderen van hen verwachten. Dat heet post-traumatische groei. Zouden ze ook positiever naar hun lijf kijken als ze de dood in de ogen hebben gekeken, wilden Alleva en collega’s weten. Ja dus, zo blijkt uit een labexperiment met bijna 160 vrouwen. “Stilstaan bij de eindigheid van het leven zet in die zin allerlei onzekerheden over je lichaam in perspectief. Zeker in deze coronatijd is zo’n onderzoek heel relevant."

Nieuwe serie: de tweede golf
Onderzoekers, docenten, receptionisten, roosteraars, personeel bij de universiteitsbibliotheek, HRM, UM-Sport en de facilitaire dienst: hoe houden zij zich staande gedurende deze tweede golf? Zijn ze er na de eerste perikelen in het voorjaar aan gewend om veel thuis te werken, te zoomen en hybride onderwijs voor te bereiden? Missen ze collega’s en studenten meer dan ooit? Is de keukentafel eindelijk ingeruild voor een degelijk bureau? Loopt de werkdruk nog meer op, of is er juist ruimte? Kortom: hoe gaat het met ze? Observant vraagt het hen.

 

tweedegolfvrouw
alleva