“Havo is vaak het hoogst haalbare in hun vaderland”

Foundation Programme bereidt internationale studenten voor op bachelor

16-11-2020

MAASTRICHT. Sommige (potentiële) studenten van buiten de Europese Unie halen met vlag en wimpel hun middelbare schooldiploma, maar hebben net niet de juiste papieren voor een studie aan de Universiteit Maastricht. Voor hen die dat toch willen is er het Foundation Programme. In dit eenjarige studieprogramma worden de deelnemers voorbereid op een bachelor aan de UM. Eind oktober begon de lichting 2020/2021.

Het programma bestaat sinds 2013 en waar er in het begin negen studenten op afkwamen zijn het er dit academsich jaar 44, zegt Andrew Oringer, coördinator marketing van het programma en een van de docenten. “Vorig jaar waren het er zelfs 62. Waarschijnlijk zijn het er nu minder vanwege corona.” De deelnemers uit onder andere China, Nigeria en de Verenigde Staten zijn allemaal jongeren die het goed hebben gedaan op de middelbare school, maar van wie het diploma door het Nuffic – de Nederlandse organisatie voor internationalisering in onderwijs – niet als vwo-equivalent wordt ingeschaald. “’Havo’ is vaak het hoogst haalbare in hun land.”

Bij de start van het programma in 2013 stroomden deelnemers door naar vijf bachelors, onder meer ‘European Public Health’ en ‘International Business’. Inmiddels zijn er dat twaalf, zegt Oringer. ‘Digital Society’ en het ‘Maastricht Science Programme’ zijn bijvoorbeeld aan het rijtje toegevoegd. “En naarmate de UM groeit, komen er steeds meer bij.” Voor aanvang van het programma staat al vast welke bachelor de buitenlanders gaan doen. “Ze worden al toegelaten tot de bachelor onder de voorwaarde dat ze het foundation programme goed afronden.” Ze krijgen vakinhoudelijke introductiecursussen, en vaardigheidstrainingen als ‘academisch schrijven’, ‘presenteren’ en ‘feedback geven’. Bovendien kennen ze aan het einde van het jaar het probleemgestuurd onderwijs op hun duimpje, zegt Oringer. Voor deelnemers die het Engels nog niet goed genoeg beheersen zijn ook taallessen onderdeel van het programma.

Gevaarlijk fietsverkeer
De UM’ers in spe komen uit alle uithoeken van de wereld. Een greep uit de landen: Iran, Oekraïne, Kazachstan, Saudi-Arabië, India, en China. Uit dit laatste land komt jaarlijks de grootste groep, zegt Oringer. “Nu is dat ongeveer 30 procent.” Een van hen is Lesley Li (19). Volgend academisch jaar wil ze International Business gaan doen. Voor haar is het niet nieuw om zo ver van huis te zijn, vertelt ze. “Ik heb mijn middelbare school in Zwitserland gedaan. Het Chinese onderwijssysteem is erg stressvol. Je werkt toe naar een berucht algemeen examen en als je dat niet goed maakt kun je niet meer naar goeie scholen.” Kort gezegd: je toekomst valt of staat met die ene toets. “Ik kon heel slecht met die stress omgaan en wilde China verlaten. Ik mocht naar Zwitserland van mijn ouders omdat ik daar bij een gastgezin kon gaan wonen.”
Op het moment van het interview is ze drie dagen in Maastricht. “De mensen zijn hier heel goed in Engels”, valt haar op. Een ding is zeker: “Ik ga geen fiets kopen.” Het fietsverkeer ziet er veel te eng uit, zegt ze. “Ik woon in het centrum, dus ik kan overal te voet komen. Misschien volgend jaar.”
Het sociale leven ligt door corona een beetje op zijn gat, maar vooralsnog is dat geen probleem. “De afgelopen twee maanden heb ik ongeveer elk feestje in Peking bezocht”, lacht ze. “Dat kan daar allemaal weer; er zijn geen coronabesmettingen meer. Er was een strenge quarantaine. Misschien zijn Chinezen beter in luisteren?”

"Verliefd" op Global Studies
Haar Amerikaanse klasgenoot Lilli Dejordy (19) heeft een fiets, maar betwijfelt of ze hem veel zal gebruiken. “Er is zo veel verkeer: auto’s, fietsers, voetgangers. Wie heeft er voorrang?” Zij houdt het eveneens bij de benenwagen voorlopig. De Amerikaanse heeft net als haar klasgenoot al wat ‘Europa-ervaring’. Afgelopen jaar ging ze een paar maanden naar een middelbare school in Denemarken. Daar hoorde ze over de UM en werd “verliefd” op de bachelor Global Studies. In 2021/2022 wil ze daaraan beginnen. “Ik ben geïnteresseerd in diplomatie. Hopelijk kan ik ooit aan de slag op een ministerie in de VS.” Ze is laaiend enthousiast over de studie. Dat het sociale leven door corona een beetje stil ligt vindt ze daarom niet heel erg. Dan is er meer tijd om te studeren.
Ze doet eerst het foundation programme omdat “mijn ‘high school’ diploma blijkbaar niets waard is in Europa. Ik had meer AP’s [Advanced Placements: speciale vakken op hoger niveau, red.] moeten doen.”
Engels is haar moedertaal, dus ten opzichte van haar klasgenoten heeft Dejordy extra tijd om te studeren.

Zes voet, op een goede dag
Koseku Ikpeazu (17) is nog in Nigeria. Zijn visum moest hij in Ghana ophalen, omdat het consulaat in Nigeria gesloten is vanwege corona. “Ik kom zo snel mogelijk naar Maastricht”, zegt hij via zoom. Zijn doel is de bachelor Data Science and Artificial Intelligence. Vooral het onderdeel kunstmatige intelligentie spreekt hem aan.
Nederland is compleet anders dan zijn thuisland, maar hij weet zeker dat hij er snel zal wennen. Europa is namelijk niet compleet nieuw. Hij was al eens op vakantie in onder andere België en Frankrijk, en hij ging op bezoek bij zijn oudere broer in Zwitserland.
Het afgelopen jaar nam Ikpeazu vanwege zijn jonge leeftijd een tussenjaar. Veel van die uren bracht hij door op verschillende basketbalkampen. Hoe lang hij is? “Zes voet [omgerekend 1,83m, red.] op een goede dag”, lacht hij. “Schrijf dat maar op, haha.” In Maastricht wil hij ook gaan spelen. “Als het weer kan met corona.” Nigeria doet het relatief goed op coronagebied, vertelt hij. “Ongeveer duizend doden  op een inwonersaantal van bijna tweehonderd miljoen.”

“Havo is vaak het hoogst haalbare in hun vaderland”
vrithof photo