“Ik werk niet in de zorg, er ligt niemand wakker van als ik dit jaar wat minder publiceer”

De tweede golf: Esther Versluis

01-12-2020

Voor de zomer heerste er een Yes We Can-mentaliteit binnen de capgroep politieke wetenschappen (Fasos). “Wij gingen laten zien dat we ons onderwijs op een goede manier online konden voortzetten. Iedereen werkte veel te hard”, zegt capgroepvoorzitter Esther Versluis. Inmiddels heeft de vermoeidheid toegeslagen.

Al in de eerste week na de zomervakantie merkte Esther Versluis (45), hoogleraar European Regulatory Governance én sinds de zomer van 2019 voorzitter van de capgroep politiek wetenschappen: de vijftig medewerkers waren niet uitgerust. Of ze nu op vakantie waren geweest of niet. En ze bemerkte ook ongerustheid: wat gaat dit nieuwe academische jaar ons brengen? Nu de tweede golf een feit is, blijkt de vermoeidheid zijn tol te eisen: “Mensen zijn sneller geïrriteerd, de veerkracht is stukken minder. Je komt elkaar niet op de gang of bij de koffie tegen, alles gaat via de mail of zoom. Een misverstand is zo geboren.”

Bang om ziek te worden

En ja, een deel van haar staf is bang om ziek te worden. “Het lijkt alsof die angst cultureel bepaald is. Nederlanders relativeren veel, maar collega’s uit bepaalde regio’s zijn angstiger. Zij willen liever niet naar de faculteit komen, en dat kan. Tot nu toe zijn er genoeg stafleden die wel on campus een onderwijsgroep - onze studenten zijn een keer per week op de faculteit – kunnen geven. Maar als ik niet genoeg mensen heb, dan houdt dat op. Ik ben het eens met het motto: on campus als het kan, online als het moet. Maar ik ga geen docenten dwingen om te komen.”

Zelf is ze niet echt bang om besmet te raken. “Misschien ten onrechte, maar ik val niet in de risicogroep. Ik zie wel, als het komt. Vooraf druk maken heeft geen nut, ik houd me aan de regels, we zien heel weinig mensen, maar ik ben pragmatisch. Ik laat mijn kinderen zoveel mogelijk hun ding doen. Mijn dochter zit in de tweede klas van de middelbare school, ze zijn met zes vriendinnen die elkaar de hele dag op school zien. Zonder mondkapje, niet op anderhalve meter. Nu willen ze samen Sinterklaas vieren, ze hebben al lootjes getrokken. Maar dat zou volgens de coronaregels niet mogen. Nou, dat doen we dus wel, hebben we met de andere ouders afgesproken.”

Stok achter de deur

Sommige zaken zijn makkelijker in de online- en thuiswerk-wereld, vindt ze. “Ik schrijf samen met collega’s in het land een boek. Vóór corona kwamen we vaker in het midden van het land bij elkaar, dat was heel gezellig, maar nu doen we dat online. Dat scheelt een hoop reistijd.” Al vond ze de internationale conferentie die ze onlangs online bezocht, “helemaal niks. Ik verheugde me altijd op die jaarlijkse conferentie, een paar dagen voor mezelf, dat is bijzonder met kleine kinderen thuis. En het was ook altijd een stok achter de deur om een onderzoek af te hebben. Ik ben heel benieuwd of we dit straks nog gaan doen. Ook met het oog op de klimaatimpact, de halve wereld over vliegen voor drie dagen.”

Huisje op de Veluwe

Over onderzoek gesproken: daar komt ze op dit moment niet aan toe. “Ik heb in september een artikel afgemaakt toen ik vijf dagen alleen - op zondag heb ik mijn gezin naar huis gestuurd - in een huisje op de Veluwe zat. Dat was het laatste. Mijn aandacht en motivatie zijn anders, ik ben sneller afgeleid of gewoon heel moe, ik zie dat ook bij anderen. Ik ben aan het aftellen tot de kerstvakantie. Natuurlijk hoort onderzoek bij onze taak, maar nu gaat het onderwijs voor.”

Ze zorgt goed voor zichzelf, vindt ze, “ik ga overdag lopen, eet gezond, en het leven is logistiek gezien minder hectisch. Voorheen had ik afschuwelijke dagen: om zes uur ’s avonds vanaf de faculteit rennend naar de bso, dan thuis ontdekken dat we te weinig eten in de koelkast hebben terwijl een kind naar de sportclub moet. Ik ga nu op een makkelijker tijdstip boodschappen doen en heb meer tijd om te koken. Ik laat me niet gek maken. Ik heb natuurlijk makkelijk praten met een vaste aanstelling als hoogleraar. Maar ik heb nooit meer dan veertig uur gewerkt. Ik zit ’s avonds en in het weekend niet achter mijn bureau. Ik neem ook vier weken vakantie in de zomer. Ik probeer dit heel erg uit te stralen.” Grinnikend: “Zo kun je dus ook hoogleraar worden.” Dan nuchter: “Ik kan mijn werk relativeren, ik werk niet in de zorg, er ligt niemand wakker van als ik dit jaar wat minder publiceer. We laten ons veel te veel opjagen door de ratrace in de wetenschap.”

Kwartiertje

Soms is het online werken “te efficiënt”, klinkt het. “Onze capgroepvergaderingen duren ongeveer 1,5 tot 2 uur. De mededelingen en de discussies in break out teams, dat gaat goed. We snijden nu ook persoonlijke onderwerpen aan: hoe blijf je mentaal gezond in deze tijd? Hoe bewaak je je onderzoekstijd?” Maar er gaat ook veel verloren. “Ik was er altijd een kwartiertje eerder en bleef achteraf nog even hangen. Mensen kwamen dan met kleine dingetjes, niet groot genoeg voor een e-mail: ik ben gevraagd voor dit, zal ik dat doen? Of: ik heb het nu erg druk en wil daarom dat even laten rusten. Dat bespreek je niet online, je wisselt deze zaken niet meer uit, je praat niet even informeel bij.” En ook ingewikkelde functioneringsgesprekken of bijpraten met collega’s die problemen hebben; dat gaat online eigenlijk niet, zegt Versluis.

Blije studenten

“Ik hoop dat we in september 2021 weer redelijk normaal aan het werk kunnen. Eerder lijkt me niet reëel. Misschien kunnen we dit voorjaar, als het vaccin er is, wat meer op de faculteit doen, maar ik verwacht dat wij tot de laatste groepen horen die gevaccineerd worden. Bovendien zijn veel studenten niet hier. Ik heb nu twee tweedejaars groepen European Studies (ES), een op de campus, een online. Bij die laatste zitten studenten uit Georgië, Italië, Spanje en Nederland. Een deel zit thuis, ze kunnen niet naar Nederland komen, sommige ouders willen dat ook niet, ze vinden dat te spannend. Mijn on campus-groep is iedere week weer een feestje, studenten zijn zo blij om elkaar te zien en op de faculteit te zijn. Online is de sfeer echt anders, het onderwijs is online sowieso moeilijker.”

Veerkrachtige studenten

Versluis is ook mentor van dertien eerstejaars studenten ES. “Vorige week woensdag had ik een afspraak met ze, om de beurt. Ik bereidde me voor op een zware dag, maar ik werd positief verrast. Elf van hen sprak ik live, twee online. Ik vond ze bijzonder veerkrachtig, zo volwassen. Je zult maar aan een nieuwe studie in een nieuw land beginnen en dan zo beperkt worden. Tien van mijn studenten hebben het goed voor elkaar. Ze zijn tevreden over het onderwijs, hebben ondanks alles nieuwe vrienden gemaakt die ze binnen de marges van wat kan ook proberen te zien. De twee studenten die thuis in Duitsland zitten, hebben het duidelijk zwaarder. De regels zijn daar ook strenger. Je zult maar als achttienjarige vooral binnen moeten zitten, bij je ouders. Je wilt toch je vleugels uitslaan en de wereld in. Tenminste: dat wilde ik op die leeftijd. En dat deed ik ook.”

Serie: De tweede golf
Onderzoekers, docenten, receptionisten, roosteraars, personeel bij de universiteitsbibliotheek, HRM, UM-Sport en de facilitaire dienst: hoe houden zij zich staande gedurende deze tweede golf? Zijn ze er na de eerste perikelen in het voorjaar aan gewend om veel thuis te werken, te zoomen en hybride onderwijs voor te bereiden? Missen ze collega’s en studenten meer dan ooit? Is de keukentafel eindelijk ingeruild voor een degelijk bureau? Loopt de werkdruk nog meer op, of is er juist ruimte? Kortom: hoe gaat het met ze? Observant vraagt het hen.

“Ik werk niet in de zorg, er ligt niemand wakker van als ik dit jaar wat minder publiceer”
tweede golf
Esther Versluis.JPG