Tweederde promovendi werkt buiten de universiteit

30-11-2020

De ene UM-promovendus heeft een baan gevonden bij het CBS, de ander bij een HR-bureau en weer een ander bij het Centraal Planbureau. Twee derde van alle promovendi in Nederland werkt buiten de muren van de academie. Sommigen vertrekken met tegenzin, anderen houden het zelf voor gezien. Drie portretten.

Meer dan duizend stofjes heeft Dennis Dahlmans (31) op moleculair niveau getest om te achterhalen of diabetespatiënten er baat bij hebben. Of ze hen gevoeliger maken voor insuline, het hormoon dat de bloedsuikerspiegel regelt. En ja, een paar van die stofjes hadden het gewenste effect. Ondertussen had hij ook een paar grants binnengehaald, maar tegelijk wist hij: een vervolgonderzoek dan wel een vaste aanstelling zat er bij de Maastrichtse vakgroep humane biologie niet in. Jammer was het wel.

Dahlmans is niet de enige promovendus die zijn biezen moest pakken: twee van de drie PhD’s werkt buiten de academische wereld, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Ze werken vooral in het openbaar bestuur, hogescholen, algemene ziekenhuizen of andere behandelcentra.

Dahlmans heeft in 2018 een baan gevonden als statistisch onderzoeker bij het CBS, op de afdeling Verkeer, vervoer en transport. Daar heeft hij - samen met Rijkswaterstaat - een model gemaakt dat het wereldwijde transport van zeecontainers in kaart brengt. Dit op basis van een enorme berg data, onder meer afkomstig uit de Rotterdamse haven.

Ondertussen heeft Dahlmans via het CBS een korte opleiding tot datawetenschapper gevolgd en buigt hij zich dezer dagen over de effecten van globalisering op de economie. Wederom ontwerpt hij een model, nu om de productiviteit van bedrijven te schatten. Verfrissend vindt hij het, steeds weer iets anders doen. 

Ook privé zit Dahlmans niet op zijn handen. Hij runt een webshop voor kruidenmelanges, waar iedereen barbecuerubs, Indiase curry’s en mediterrane blends kan bestellen. “We mixen de kruiden en verpakken ze in een mooi doosje. We zijn twee maanden online en nu al is alles uitverkocht.”

Matchmaker

Philippe Nelissen (38) was tot 2018 promovendus en docent bij de vakgroep arbeids- en organisatiepsychologie. Voor zijn promotieonderzoek heeft de Belg, geboren in Riemst, vijftig supermarkten van Albert Heijn onder de loep genomen. Daar heeft hij vragenlijsten uitgedeeld onder het personeel, interviews gehouden en gepraat met de werknemers met een beperking. Want het doel van zijn onderzoek was: wanneer integreren mensen met een beperking wel en niet goed op de werkvloer? Het antwoord: als collega’s gemotiveerd zijn om te helpen en als er een inclusief arbeidsklimaat op de afdeling heerst.

Nelissen kon niet bij de UM blijven maar zag zichzelf ook niet nogmaals zo’n diepe duik in het onderzoek nemen. “Ik vond lesgeven en de omgang met studenten leuker.”

In 2018 kon hij aan de slag als matchmaker bij Motmans & Partners in Hasselt, een HR-bureau dat aan werving en selectie, assessment en development, en aan (loopbaan)begeleiding doet. En dan alleen voor de hogere functies. Als matchmaker - oftewel HR-consultant – zoekt Nelissen in opdracht van bedrijven kandidaten voor vacatures.

De theorieën over human resources, zoals hij die aan studenten uitlegde, brengt hij nu in de praktijk. “We werken volgens de regelen der kunst. De competenties van kandidaten meten we met wetenschappelijk verantwoorde testen, die ik goed ken. Overweegt een organisatie om met Motmans in zee te gaan, dan kan ik tijdens de intake de werking en betrouwbaarheid van de testen toelichten.”

Nelissen doet nu eigenlijk wat hij na zijn master voor ogen had. Alleen was in die tijd, in de crisisjaren vanaf 2008, nauwelijks werk te vinden. De PhD-vacature werd zijn redding. “De wetenschappelijke kennis draag ik als positieve bagage met me mee, maar ik zal me nooit aan een klant voorstellen als doctor. Daarmee kun je bij sommigen de indruk wekken van iemand die veel weet van wetenschappelijke theorieën, maar geen voeling heeft met de echte wereld.”

Verkiezingsprogramma’s

Cécile Magnée (27) heeft twee maanden geleden haar proefschrift verdedigd, terwijl ze eind 2019 al groen licht had van de leescommissie. Een fikse vertraging als gevolg van het coronavirus. Al kon ze na het groene licht meteen als wetenschappelijk medewerker beginnen bij het Centraal Planbureau (CPB).

Een carrière aan de UM lag vanaf het begin niet voor de hand: Magnée verhuisde, nog voordat ze aan haar promotieonderzoek begon, naar Utrecht om samen te wonen. Een universitaire loopbaan is ook niet wat ze op dit moment ambieert. “Ik had behoefte aan iets nieuws. En het voordeel van de beleidswereld is dat er met de uitkomsten vaak iets gebeurt, wat bij een wetenschappelijke studie niet altijd het geval is.” 

Bij het CPB houdt ze zich bezig met migratie en integratie en analyseert ze gegevens van een groot cohort van statushouders dat vanaf eind jaren negentig is gevolgd. Waar wonen ze? Hebben ze werk gevonden, en zo ja, waar? Via deze data valt te bezien of het huidige beleid rond onder andere bijstand en integratietrajecten nog adequaat is. “Bij het CPB laat je je vooral leiden door de vragen van ministeries, gemeenten of andere overheidsinstanties. Op een universiteit ben je vrijer om te onderzoeken wat je wilt.”

Magnée deed als promovenda onderzoek naar twee dingen: het effect van het onderwijsbeleid op schoolprestaties van migrantenkinderen, en het effect van familiestructuren op de persoonlijkheid. Een van de uitkomsten van de laatste studie was dat kinderen over een positievere persoonlijkheid beschikken als ze een zus hebben. Ze zijn dan onder meer socialer en hebben minder gedragsproblemen. Het maakt dan niet uit of je zelf een jongen of meisje bent. Het klinkt als een zuiver psychologisch onderzoek, maar de rol van persoonlijkheid in economische theorieën wordt steeds belangrijker.

Werkte ze op de universiteit vaak in haar eentje, bij het CPB maakt Magnée deel uit van een team. “Ik vind het fijner om te kunnen sparren met collega’s. Het migratieonderzoek doen we met z’n vieren, maar je kunt ook in grotere teams terechtkomen. De komende drie maanden wordt hier iedereen opgetrommeld om verkiezingsprogramma’s van de verschillende politieke partijen door te rekenen. Dat is een enorme klus, Je zit dan al gauw in een team van vijftig onderzoekers.”

Maurice Timmermans/HOP

Vrouwelijke PhD’s mogen vaker blijven

Met hun bul op zak zwaaien sommige gepromoveerden de universiteit meteen vaarwel. Anderen werken nog een poosje als postdoc of docent voordat ze toch iets anders gaan doen. Niet zo vreemd, want voor lang niet iedere doctor is er een baan binnen de academie.

Gepromoveerde vrouwen blijken vaker aan de universiteit te werken dan mannen, ongeacht de leeftijd. Het gaat om 38 tegen 32 procent. Dat is opvallend, want vrouwen hebben een achterstand aan de universiteit. Er zijn nog altijd veel meer mannen dan vrouwen hoogleraar.

Dat zou aan de vakgebieden kunnen liggen. Wie promoveert in onderwijs, kunst, talen en geschiedenis blijft veel vaker aan de universiteit werken (ruim 40 procent) dan wie de doctorstitel behaalt in de techniek, industrie of bouwkunde (nog geen 20 procent).

Het aantal promoties is sinds 1990 overigens sterk toegenomen van bijna tweeduizend in studiejaar 1990/91 naar zo’n vijfduizend in 2018/19. Met name vrouwen zijn veel vaker gaan promoveren.

Tweederde promovendi werkt buiten de universiteit