InSciTe helpt onderzoekers hun bevindingen om te zetten in een product

11-01-2021

Hoe los je het tekort aan hoornvliesdonoren op? Hoe ontwikkel je een materiaal voor implantaten dat het lichaam niet afstoot? Vijf jaar geleden richtte de Universiteit Maastricht samen met vier andere partijen kennisinstituut Chemelot InSciTe (Institute for Science and Technology) op. Precies een jaar geleden verhuisde het instituut naar Maastricht, vlakbij het MUMC+ en de universiteit. Hier werken experts uit verschillende vakgebieden aan dit soort vragen, met als uiteindelijk doel om een product op de markt te brengen. Het biomedische programma van InSciTe is eind 2020 door Interreg Europe verkozen tot Europees voorbeeldprogramma voor ontwikkeling van medische innovaties. Observant licht er twee projecten uit.

Het biomedische programma van InSciTe richt zich op betaalbaar vitaal ouder worden binnen drie thema’s: orthopedie, cardiovasculair en oogheelkunde. De Maastrichtse hoogleraar oogheelkunde Henny Beckers leidt twee projecten op het laatste gebied. Ze zoekt naar een oplossing om mensen met glaucoom beter te behandelen. “Glaucoom is een ziekte waarbij de oogzenuw degenereert. Hierdoor valt langzaam een steeds groter gedeelte van het gezichtsveld uit. Dit gaat sluipend en wordt vaak pas opgemerkt als mensen slechter beginnen te zien. Dan is het helaas al te laat; de opgetreden gezichtsveldschade kan niet meer ongedaan gemaakt worden.”

Het is de meest voorkomende oorzaak voor onomkeerbare blindheid en er is nog geen behandeling voorhanden. Het enige wat men op dit moment kan doen, is proberen de oogdruk te verlagen, de belangrijkste risicofactor voor glaucoom. “Dat kan met medicatie, een laser, of, als dat niet werkt, met een operatie.” Bij dat laatste maakt men een kleine opening in de oogbol. Hierdoor ontstaat een klein kunstmatig kanaal, waardoor een vloeistof, genaamd kamerwater, over de oogbol kan wegstromen.

Een andere optie is het plaatsen van een kunststof implantaat. Daarbij krijgen patiënten een permanente drain ingebracht, die de vloeistof uit het oog afvoert. “Maar al deze ingrepen kennen complicaties. De drainageopening groeit vaak dicht door littekenvorming. Ook kan er bij een kunststof drain, omdat je vreemd materiaal in het lichaam aanbrengt, irritatie en ontstekingen ontstaan. Dit kan weer voor extra littekenweefsel zorgen, met verdere kans op blokkade van de afvloeiing. De patiënt is dan soms weer terug bij af en daarom kiezen veel patiënten (en oogartsen) liever niet voor deze operaties.”

Beckers en haar team ontwikkelen een implantaat van een nieuw materiaal, dat beter door het lichaam geaccepteerd wordt. En dat de oogvloeistof niet alleen afvoert, maar ook reguleert. InSciTe helpt hen om het product daadwerkelijk op de markt te brengen. “Ze hebben ons bijvoorbeeld in contact gebracht met een Amerikaans bedrijf dat het materiaal dat wij willen inzetten al eerder heeft gebruikt, onder andere voor een cardiostent (een klein buisje dat een ader open kan houden, red.). Dit soort samenwerking versnelt het proces enorm. Hun product is al goedgekeurd, en omdat wij voor hetzelfde materiaal kiezen, kan ons prototype straks ook sneller goedgekeurd worden. Denk aan vijf jaar voordat we kunnen gaan testen op mensen, in plaats van tien jaar.”

Het hoornvlies als raam

Onderzoeker Matthew Baker is co-projectleider van een ander oogheelkundeproject. Zijn team wil iets doen aan het tekort aan hoornvliezen. Wanneer het hoornvlies door een ziekte of ongeluk wordt aangetast, is er geen andere oplossing dan een transplantatie. “Het hoornvlies regenereert nauwelijks. Je moet het zien als een soort raam. Dat kun je ook niet makkelijk herstellen, je blijft het zien.”

Aan donoren is een tekort, daarom proberen Baker en zijn team met behulp van stamcellen en menselijk weefsel meer hoornvliesweefsel te maken. “Nu helpt een donatie één patiënt, wij hopen dat hoornvlies te gebruiken om er meer weefsel van te maken, zodat er tien of misschien wel twintig mensen mee geholpen zijn.”

Het team van Baker is het eerste in Europa dat hoornvliescellen buiten het lichaam heeft weten te produceren, op basis van donor hoornvliezen. Een belangrijke ontwikkeling, maar het betekent niet dat de oplossing er van vandaag op morgen is. “Ook al gebruiken we als basis de bestaande hoornvliescellen, om het probleem volledig op te lossen moeten we nieuw weefsel ontwikkelen. Dit vereist het ontwerp van nieuwe slimme materialen die het zelfherstellend vermogen van het lichaam activeren. Dus het zal nog zeker tien tot twintig jaar duren voordat we het echt kunnen gaan toepassen”, zegt Baker.

Andere taal

InSciTe is dus al in een vroeg stadium betrokken bij innovaties. Het instituut richt zich op (min of meer) bewezen concepten, en wil die versneld ontwikkelen om ze voor patiënten beschikbaar te maken en op de markt te brengen. “Wij vragen ons bij ieder projectvoorstel af: is er een mogelijkheid om een product te maken?”, zegt Filip Maes, projectleider van de biomedische trajecten. “Is er een kans op succes? Het zal ook wel eens niet lukken, dat risico nemen we. Daarin verschillen we van commerciële bedrijven. Zij willen dat risico juist het liefst uitsluiten en verlangen meer data over het mogelijke product, misschien al een prototype. Maar om dat prototype te kunnen maken, heb je weer investeringen nodig. Wij proberen dat gat te overbruggen.”

De teams worden altijd samengesteld met mensen uit verschillende vakgebieden, niet alleen wetenschappers van de verschillende universiteiten, maar bijvoorbeeld ook experts van DSM. “Je moet niet onderschatten hoe waardevol dat is”, zegt oogarts Beckers. “Een dokter kijkt heel anders tegen een probleem aan dan een ingenieur. Ik kan je precies vertellen wat de patiënten volgens mij nodig hebben, zij kunnen me vertellen of dat ook technisch mogelijk is.”

Dat zou kunnen botsen, zegt Baker, die van huis uit chemicus is en ook aan het MERLN Institute for Technology-Inspired Regenerative Medicine is verbonden. “We spreken in zekere zin een andere taal. Maar door InSciTe zitten we bij elkaar in de ruimte en leren we van elkaar.”

InSciTe moedigt onderzoekers ook aan om meer als ondernemers te denken. Ze kunnen cursussen volgen of hulp krijgen bij het starten van hun eigen bedrijf. “Zo worden er ieder jaar honderd mensen opgeleid”, zegt Baker. “Dat is mooi, zeker als je bedenkt dat er hier veel twintigers werken, die aan het begin van hun carrière staan. Zij zijn degenen die het grondwerk doen, die op deze manier met elkaar werken, de nieuwe mogelijkheden zien.”

Meer over InSciTe

  • Chemelot InSciTe is opgericht door de Universiteit Maastricht, het Maastricht UMC+, de TU Eindhoven en DSM met steun van de Provincie Limburg.
  • Naast de biomedische tak, heeft het instituut ook een biobased programma. Hier ontwikkelt men nieuwe materialen, die ervoor moeten zorgen dat de chemische industrie duurzamer wordt. Denk bijvoorbeeld aan het gebruiken van biomassa zoals graanafval in plaats van fossiele brandstoffen als grondstof voor het maken van plastic.
  • InSciTe heeft zestien projecten lopen, met in totaal 37 partners.  
  • In 2020 kreeg oogarts Mor Dickman, die ook bij het hoornvliesproject betrokken is, een Veni-beurs van 250 duizend euro van wetenschapsfinancier NWO.
  • Het biomedische programma van InSciTe is eind 2020 door Interreg Europe verkozen tot Europees voorbeeldprogramma voor ontwikkeling van medische innovaties.
InSciTe helpt onderzoekers hun bevindingen om te zetten in een product
EyeSciTe 1
Auteur: Cleo Freriks

archief InSciTe

Categoriëen: Wetenschap
Tags: FHML,MUMC,chemelot,merln,brightlands,inscite,kennisinstituut,oogheelkunde

Voeg reactie toe

privacy link