College van bestuur verzacht oordeel over hoogleraar

"Geen schending wetenschappelijke integriteit, wel bedenkelijk gedrag"

19-01-2021

MAASTRICHT. Heeft een Maastrichtse cardiologiehoogleraar de wetenschappelijke integriteit geschonden of niet? Het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI) vindt van wel. Althans op één van de vele punten die zijn ingebracht door de klaagster, een promovenda. Het college van bestuur legt het advies naast zich neer. Wel spreekt de rector van “bedenkelijk gedrag”.

Een promovenda benaderde in de zomer van 2019 de daarvoor aangewezen Maastrichtse Commissie Wetenschappelijke Integriteit (CWI) met een hele lijst van dubieuze onderzoekspraktijken. Ze beschuldigde haar promotor, een cardiologiehoogleraar, onder andere van het aandikken van subsidieaanvragen door beeldmateriaal te manipuleren en opzettelijk een verkeerde techniek te noemen. Ook zou de prof de regels rond auteurschap hebben geschonden. Conclusie van de jonge onderzoekster: dit zijn geen incidenten, deze hoogleraar fraudeert aan de lopende band. De klaagster vertelde haar verhaal, op eigen initiatief, aan de redactie van Observant, gestaafd met e-mails en andere documenten. Dit uit vrees dat het anders onder het tapijt geschoven zou worden. Ook meldde ze zich bij het Huis van de Klokkenluiders; deze landelijke instantie heeft haar officieel als klokkenluider aangemerkt.

Niet over het randje

De CWI deed onderzoek en concludeerde: soms had de hoogleraar een fout gemaakt, was ze slordig, maar opzet was niet in het spel. Slechts op één punt is er sprake van “een bedenkelijke onderzoekspraktijk”, namelijk als het gaat om de regels voor auteurschap. Het gaat hier over een artikel dat is verschenen in een proefschrift (waarvoor de cardiologieprofessor verantwoordelijk was). De klokkenluider is een van de vele coauteurs en volgens haar heeft noch zij, noch een andere coauteur de definitieve versie van het manuscript goedgekeurd. Bovendien bleek een van hen, een Duitse professor, helemaal van niets te weten. Hij prijkte zomaar op het lijstje. Onaanvaardbaar, maar niet over het randje van de wetenschappelijke integriteit, vond de CWI vorig jaar.

Second opinion

De klaagster nam geen genoegen met dat advies. Ze trok naar het LOWI dat als een soort landelijke beroepsinstantie fungeert en is ingesteld door verschillende wetenschapsorganisaties, waaronder de universiteiten. Die second opinion is onlangs online gepubliceerd. Het LOWI ziet net als de CWI geen hoogleraar die opzettelijk fraudeert en manipuleert, maar noemt haar werkwijze op meerdere punten onzorgvuldig. Waar het echter aankomt op de kwestie van het auteurschap is het LOWI wél veel strenger: hier is de wetenschappelijke integriteit geschonden.

Onderzoekscultuur

Waar zit ‘m nu dat belangrijke verschil in? Waarom noemt de CWI het ‘slechts’ bedenkelijk gedrag, terwijl het LOWI het als integriteitsschending kwalificeert? De CWI houdt rekening met verzachtende omstandigheden, namelijk “de onderzoekscultuur waarin het proefschrift tot stand is gekomen” en het feit dat het hoofdstuk (artikel) nog niet in een wetenschappelijk tijdschrift is gepubliceerd. Het LOWI vindt dat onzin: “Zo laten eventuele problemen binnen de onderzoekscultuur (…) onverlet dat betrokkene als corresponding author verantwoordelijk moet worden gehouden voor deze ernstige overtreding van de regels over auteurschap.”
Volgens de cardiologiehoogleraar was het echter geen opzet; ze wilde het hoofdstuk ná de verdediging klaarmaken voor publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift en de coauteurs er vanaf dat moment bij betrekken en hun toestemming voor het manuscript vragen.

Op de blaren

In het definitieve besluit doet het college van bestuur “een uitzonderlijke zet”, zoals de rector zelf zegt. Het college wijkt af van het advies van het landelijk adviesorgaan, het LOWI, en volgt de Maastrichtse CWI. Ja, de hoogleraar schoot op sommige punten tekort, was niet altijd zorgvuldig, en ja, ze had de coauteurs eerder in de gelegenheid moeten stellen om commentaar te leveren en de Duitse professor op de hoogte moeten stellen, maar voor deze fout hoeft de wetenschapper “niet haar hele carrière op de blaren te zitten”. Daarom blijft het bij “bedenkelijk gedrag”, zegt Letschert. “We nemen de adviezen van het LOWI heel serieus, maar hier vinden we dat het tot een disproportioneel nadeel leidt voor de beklaagde.”

Gedragscode

Letschert verdedigt de keuze op basis van de nieuwe gedragscode die de Nederlandse wetenschappelijke wereld in 2018 in het leven heeft geroepen en waar ook de CWI de beschuldigingen aan heeft getoetst.
Opvallend is dat het LOWI echter de oude gedragscode als uitgangspunt neemt (die kwam in 2004 tot stand en werd in 2014 aangepast). Want redeneert men: de subsidieaanvragen en artikelen waarover de klokkenluider klaagt, dateren van vóór 1 oktober 2018 (van voor de inwerkingtreding van de nieuwe code).
Maar volgens Letschert zijn de nieuwe gedragsregels er niet voor niets gekomen. De universiteiten hadden volgens haar behoefte aan uitgebreidere ‘wegingscriteria’, zodat niet meteen het zwaarste vonnis hoeft te klinken bij lichtere overtredingen. (Zie tweede kader voor meer uitleg).
En uitgaand van “de ruimte die het overgangsrecht biedt wanneer de oude gedragscode onbedoeld disproportioneel ongunstige consequenties met zich meebrengt”, maakt het college van bestuur in deze casus zijn eigen afweging. Verschillende criteria zijn meegenomen in het besluit. Zo noemt Letschert bijvoorbeeld de ervaring van de hoogleraar, “ze is jong”, en eventuele eerdere misstappen. “Die heeft ze niet gemaakt.”

Geen fraai beeld

Het dossier suggereert niettemin een ander beeld, gezien de lange lijst met klachten, verspreid over verschillende jaren. Van vermeende vervalsing in subsidieaanvragen tot datafalsificatie in een proefschrift. En hoewel het vaak om een fout of onzorgvuldigheid ging, maakt het opgeteld toch geen fraaie indruk. Letschert: “Mensen maken fouten, ook wetenschappers, en het is heel goed om de vinger aan de pols te houden, het is goed dat er een Commissie Wetenschappelijke Integriteit bestaat.” Maar volgens Letschert moeten we voorkomen dat jonge onderzoekers geen fouten meer durven maken, “dat ze onzeker worden en het lab niet meer in durven.”

Prestatiedruk

Daarom houdt de rector ook de eigen instelling een spiegel voor. Werkt de hoogleraar in een onderzoekscultuur, binnen een traditie, waarbij dit vaker kan gebeuren, waarbij het misschien wel ‘gewoon’ is om coauteurs er pas op een later moment bij te betrekken? Een cultuur waarin jonge onderzoekers gebukt gaan onder een enorme prestatiedruk? De rector wil een “zuiver oordeel” krijgen en heeft naar aanleiding van deze casus al eerder besloten om de gang van zaken binnen de betreffende faculteit en onderzoeksschool nader te (laten) bekijken.

Sancties

Of, en zo ja welke sancties zijn opgelegd aan de hoogleraar, houdt de rector voor zichzelf. Hoewel het hele relaas van het LOWI geanonimiseerd is, zou openheid over eventuele disciplinaire maatregelen “vanwege de privacywetgeving” niet mogen, zo laat ze weten.
Wel is duidelijk dat de professor al bijna een jaar out of office is, gezien haar automatische antwoorden sinds die tijd. Of ze de druk niet aankon en daarom thuis is, is niet duidelijk.

Geen reactie

De cardiologieprofessor heeft afgelopen jaar via haar secretariaat meegedeeld (nog) niet te willen reageren. Dit vanwege de vertrouwelijkheid die wordt gevraagd in zowel de CWI- als LOWI-procedure. Op de laatste uitnodiging van Observant – er ligt nu immers een definitief besluit – is tot nu toe geen reactie gekomen.
De klaagster, de promovenda, wijzigde eind 2019 haar houding ten opzichte van Observant. Ze beweerde dat de redactie onder één hoedje speelde met de promotor en het college van bestuur. Sinds dat moment onthoudt ze zich van ieder commentaar.
 

Deskundige ingehuurd door CWI mocht anoniem blijven

De Commissie Wetenschappelijke Integriteit (CWI) van de Universiteit Maastricht, die zich in het najaar van 2019 boog over beschuldigingen van dubieuze onderzoekspraktijken aan het adres van een Maastrichtse cardiologiehoogleraar, deed een beroep op een externe deskundige. Die naam is nooit bekend gemaakt. Iets waar de klaagster zich vervolgens over heeft beklaagd bij het LOWI, het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit, een soort beroepsinstantie. Want hoe kon zij dan zijn statuur en zijn onafhankelijkheid beoordelen?

De drie leden van de CWI, allen emeriti-hoogleraren, Harry Struijker Boudier (farmacologie), Cees Flinterman (mensenrechten) en Wiel Kusters (letterkunde), haalden er een externe deskundige bij omdat de moleculaire biologie een complex vakgebied is.
Waarom is zijn naam niet bekend gemaakt? De deskundige wilde zelf anoniem blijven, zo blijkt uit de stukken die onlangs online zijn gepubliceerd door het LOWI. Hij wilde niet “verder in het conflict” worden betrokken. De promovenda was namelijk niet alleen een wetenschappelijke integriteitsprocedure gestart aan de universiteit, maar ook een arbeidszaak bij de rechtbank. Haar verhaal vertelde ze daarbij niet alleen aan Observant, maar in een later stadium ook aan andere media. Bovendien verstuurde ze op Twitter de ene na de andere beschuldigende tweet aan (zijdelings) betrokkenen, onder wie rector Rianne Letschert, en organisaties als onderzoeksfinancier NWO. De toon daarvan was de ene keer woedend, de andere keer sarcastisch, dan weer diep wantrouwig. Ze schroomde daarbij niet om de naam van de beklaagde te noemen.

Dat ze de zaak met de rest van de wereld deelde, krijgt ze nu als een boemerang terug. Hoewel het LOWI van mening is dat een deskundigenrapport, zeker als het zo belangrijk is voor een oordeel, “op zijn eigen merites (moet) worden beoordeeld” en dat daarvoor de identiteit van de deskundige relevant is, wegen in dit dossier de omstandigheden zwaar en is er begrip voor de keuze om anoniem te blijven. Wel geeft het LOWI de CWI mee dat ze beide partijen hadden moeten inlichten over de reden voor de anonimiteit. En dat ze in de toekomst beter een deskundige kunnen zoeken die er geen problemen mee heeft dat zijn naam bekend wordt gemaakt.

 

Oude versus nieuwe gedragscode

“Wetenschappelijke integriteit en reputatie zijn het belangrijkste wat je hebt als wetenschapper, zeg ik altijd. Aan de hand van de nieuwe code kunnen we zorgvuldiger bepalen wat de consequenties zijn voor iemands carrière”, aldus rector Rianne Letschert, wijzend op de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit uit 2018 die de oude code van 2004/2014 heeft vervangen.
De nieuwe code kent uitgebreidere ‘wegingscriteria’, zegt Letschert. Denk bijvoorbeeld aan de omvang van de ‘fout’, de gevolgen voor de waarde van het onderzoek, of het om een wetenschappelijke publicatie of onderwijsmateriaal gaat, de positie en ervaring van de onderzoeker, of hij vaker is tekortgeschoten, maar ook of de instelling zelf tekort is geschoten in haar zorgplicht.

Maar mag je ‘oude’ beschuldigingen (de onderdelen waarover is geklaagd dateren van voor 1 oktober 2018) toetsen aan nieuwe regels? Het LOWI, het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit, zegt van niet. Het hanteert in zijn onderzoek naar het reilen en zeilen van de cardiologiehoogleraar dan ook de oude regelgeving.

Is er ruimte om desondanks toch de nieuwe gedragscode toe te passen? Volgens de letterlijke tekst van de overgangsbepalingen niet. Artikel 19 vermeldt expliciet dat onderzoek dat is voltooid voor de inwerkingtreding van de code op 1 oktober 2018 onder het regime van de oude regeling valt. Dat was hier het geval, de klachten betroffen werk dat toen al was afgerond. Letschert maakt gebruik van een “juridische argumentatie” ten aanzien van de toepassing van “overgangsrecht” en meent dat toetsing aan de nieuwe gedragscode wel is toegestaan, zelfs gewenst in deze situatie.

De redactie heeft ervoor gekozen om in dit artikel zowel de naam van de beklaagde hoogleraar als de promovenda niet te noemen. In eerdere artikelen (begin vorig jaar) is de naam van de klaagster wel genoemd, omdat zij destijds zelf de openbaarheid opzocht via Observant, andere media en Twitter. Nu ze er al maanden voor heeft gekozen om in de luwte te blijven, wil de redactie die anonimiteit respecteren.

College van bestuur verzacht oordeel over hoogleraar
integriteit1
Auteur: Wendy Degens

Simone Golob

Tags: promovendi,integriteit,gedragscode,cardiologie,promotor,auteurschap,schending

Reacties

g.van eys

Dit is een trieste casus waarbij reputatie en integriteit van beide actoren door emotioneel gedrag geschaad werd. Meestal ligt (wederzijds) onbegrip aan de basis van zo'n arbeidsconflict.
Er twee punten die meer aandacht behoeven. Ten eerste, auteurschappen dienen beperkt te worden tot de individuen die direct en wezenlijk bij het onderzoek/project betrokken zijn. Ik verras niemand als ik stel dat dat te weinig het geval is. Co-auteurschappen worden vaak als cadeautjes uitgedeeld, of om iemand te lijmen dan wel om als tegenprestatie co-auteur bij artikelen te worden en op die manier de lijst van publicaties uit te breiden, nodig door de publicatiedwang van o.a. de universiteit. Komisch is dat tegenwoordig alle relevante tijdschriften vragen een formulier te tekenen waarin de (co-)auteur bevestigd wat hierboven gesteld is.
Een tweede punt is de mode om tegenwoordig heel jonge onderzoekers als hoogleraar te benoemen. Dat legt een druk op schouders die daar (nog) niet geschikt voor zijn. Het schijnt voor de universiteit belangrijk te zijn dit te doen, waarbij men voorbij gaat de belangen van de jonge onderzoeker. De universiteit en de onderzoeker zijn er bij gebaat als men een meer duurzaam en geleidelijk traject bewandeld. En dat kost tijd. Maar het geeft ook tijd om via begeleiding de onderzoeker in de tenure-track feed-back te geven, te vormen, cursussen aan te bieden. De onderzoeker van zijn/haar kant zal bij kritiek minder snel de hakken in het zand zetten. Kortom een win-win benadering.

Voeg reactie toe

privacy link