Nieuw UM-lid De Jonge Akademie wil artsen warm maken voor onderzoek

26-01-2021

Hoe krijg je én hou je jonge artsen enthousiast voor het onderzoek? Daar wil longarts en onderzoeker Lizza Hendriks zich mee bezighouden, nu ze als derde Maastrichts lid is toegetreden tot De Jonge Akademie. “Veel artsen dragen bij aan onderzoek, maar slechts weinigen zetten zelf onderzoek op.”

De Jonge Akademie – onderdeel van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen (KNAW) – is een platform van jonge, getalenteerde onderzoekers die een brede belangstelling koesteren voor wetenschap en beleid. Eind november 2020 schaarden ze zich achter het nieuwe ‘erkennen en waarderen’ aan Nederlandse universiteiten. Hendriks wil zich in het bijzonder richten op het loopbaanbeleid voor arts-onderzoekers.

“Het werk in de (poli)kliniek gaat altijd voor”, zegt Hendriks. “Dan volgt de onderwijstaak. Wetenschap is vaak iets wat je erbij doet. Ik wil uitdragen dat het leuk is. Ik wil zoeken naar best practices en vandaaruit een plan opstellen om meer ruimte aan onderzoek te geven.”

Zelf denkt ze dat een goede mentor erg belangrijk is. “Ik wilde tijdens mijn studie al graag onderzoek doen. Daar ben ik ook mee begonnen, maar mijn hoofdbegeleider had weinig tijd voor mij en ik durfde daar niet voldoende iets van te zeggen. Toen ben ik ermee gestopt en heb ik mijn specialisatie bewust in een perifeer ziekenhuis gedaan, ik wilde even niets met wetenschap te maken hebben. Na een tijdje begon het weer te kriebelen, vooral omdat een andere arts-onderzoeker erg enthousiast was. Begeleiders moeten zich realiseren dat ze een voorbeeldfunctie hebben en jongeren mee moeten nemen in onderzoek. In onderzoek lukt ook vaak iets niet. De opzet blijkt niet te werken, een beursaanvraag wordt afgewezen. Daarom is het belangrijk om het enthousiasme levend te houden. Daar is tijd en aandacht voor nodig.”

Want het is belangrijk dat artsen onderzoek doen, vindt Hendriks. “We slaan een brug tussen het lab en de praktijk. Wij zien de problemen, en als we de stap naar het lab zetten, kunnen we samen met de mensen daar kijken naar oplossingen.”

Hendriks blijft naast haar lidmaatschap, dat vijf jaar zal duren, druk met haar eigen onderzoek. Ze probeert onder andere te voorspellen welke longkankerpatiënten uitzaaiingen in de hersenen krijgen. “De huidige voorspelmodellen zijn helaas niet goed genoeg. Het lijkt erop dat cellen van de primaire tumor stoffen uitscheiden die andere organen voorbereiden op uitzaaiingen. We denken dat die uitzaaiingen al aanwezig zijn, op microscopisch klein niveau, en hun omgeving voorbereiden op verdere groei.”

Welke organen worden aangetast, verschilt per kanker. Bij longkanker gaat het vaak om de hersenen. “Dat is lang niet altijd te zien op een MRI-scan. Van de patiënten met een ‘schone’ MRI, heeft 20 procent na twee jaar alsnog uitzaaiingen in de hersenen. Ik hoop met mijn onderzoek, met geavanceerde beeldvormende technieken (genaamd radiomics, red.) te kunnen voorspellen wie uiteindelijk uitzaaiingen zal ontwikkelen.”

Het is een vooruitzicht dat veel invloed heeft op de kwaliteit van leven. “Mensen zijn er bang voor. Ze vragen zich af of hun persoonlijkheid zal veranderen, of ze nog wilsbekwaam zullen zijn.” Het kan helpen om preventief te bestralen. “We bestralen dan de hele hersenen met een lage dosis bestraling. Dat heeft ook nadelen. Een deel van de mensen heeft daarna geheugen- en concentratieproblemen. Momenteel kunnen we ook niet goed voorspellen wie deze neurocognitieve klachten krijgt, ook hier loopt onderzoek naar. Ik hoop dat we gepersonaliseerde therapie kunnen ontwikkelen, waarbij we de uitzaaiingen in de hersenen optimaal (preventief) kunnen behandelen, zonder de neurocognitieve bijwerkingen.”  

Nieuw UM-lid De Jonge Akademie wil artsen warm maken voor onderzoek
Lizza-7 (2)