Van crisis naar crisis: “We hadden al een klik, maar die is dit jaar nog sterker geworden”

Wynand Wijnen Onderwijsprijs voor hoofden bureau onderwijs

24-02-2021

“The Magnificient Seven, dat leek me wel een goede naam voor ons, ware het niet dat we met zijn zessen zijn”, grinnikt Roel Gilissen, refererend aan een Amerikaanse western uit 1960 (en 2016). “Maar dreamteam is ook een mooie.” Maar wie is eigenlijk de kapitein op dit schip, vraagt hij zich hardop af. Er klinkt een hoop gelach en gepraat via Zoom. “Er is niet één leider, we hebben een zeskoppige leiding. We zijn niet voor niets allemaal hoofd van het bureau onderwijs,” vindt Judith Buddenberg. “Met haantjes erbij zou het niet werken,” vult René Nijssen aan. “Dat gezamenlijke is juist onze kracht.”

Een interview plannen met zes mensen is meestal een crime, maar deze keer is het een makkie. De zes hoofden van de facultaire bureaus onderwijs (zie onderaan dit artikel voor korte bio van Catharien Kerkman (FPN), Collin Prumpeler (FASOS), Joël Castermans (SBE), René Nijssen (FHML), Judith Buddenberg (FSE), en Roel Gilissen (Rechten)) hebben het in een vloek en een zucht geregeld.

Zij wonnen dit jaar de Wynand Wijnen Onderwijsprijs. Normaal wordt die uitgereikt tijdens de diesviering in januari, maar vanwege corona is dat verzet naar de opening van het academisch jaar op 31 augustus. Ze zijn er niet minder trots op. Ze worden in het juryrapport “de machinekamer” van hun faculteit genoemd, zonder hen én - ze herhalen het steeds weer tijdens het interview - hun teams (gemiddeld 30 medewerkers per faculteit, alleen FHML heeft er zo’n 65) draait het onderwijs niet. Zij gaan over alles wat met onderwijs te maken heeft: de inschrijving, de roosters, de planning van toetsen, de examenadministratie, de servicedesk, canvas-ondersteuning, afstudeerceremonies, enzovoort. Kortom: zij loodsen studenten vanaf dag één tot en met hun diploma-uitreiking logistiek door de studie en zorgen ervoor dat docenten hun werk kunnen doen.

Hoogtepunt één

Die machinekamer stond het afgelopen jaar onder enorme druk. Het begon met de cyberaanval net voor kerst in 2019. Alle systemen lagen plat, niets werkte meer. Vanaf Tweede Kerstdag 2019 zaten de zes meer dan een week “opgesloten in een ruimte aan de Grote Looiersstraat”. Met maar één doel: het onderwijs op 6 januari van start laten gaan. Ze verdeelden taken: wie zoekt wat uit, en wat geven we prioriteit? Dat waren de roosters en het elektronisch communicatiesysteem EleUM. Al heel snel kreeg iedereen een eigen rol in het team: de een zat dieper in de IT, de ander was sterk in communicatie. Buddenberg: “We kennen elkaars sterke en zwakke punten, we vullen elkaar aan.” De lange dagen wierpen hun vruchten af: op 6 januari konden alle studenten weer gewoon naar hun onderwijsgroep. “Daar doe je het voor”, klinkt het eensgezind. Het was hun eerste hoogtepunt van 2020.

Hoogtepunt twee

Toen half maart het hele land vanwege de coronacrisis op slot ging, moesten de bureaus onderwijs, nog niet echt bekomen van de cyberhack, weer alles uit de kast halen om het onderwijs – uiteraard samen met de docenten – in een recordtempo online te krijgen. Ook dat lukte. Het tweede hoogtepunt. En daarna bleef het werk zich opstapelen: er kwam een zachte knip (derdejaars bachelors mogen, hoewel ze nog niet alle studiepunten binnen hebben, al door naar een masterstudie), het bindend studieadvies werd aangepast (lees: minder streng), daarna kwam in september het hybride onderwijs (half online, half on campus), enzovoort. Steeds moesten ze in korte tijd een totaal nieuw probleem oplossen. Achteraf was de hack een “blessing in disguise”, vinden ze. “Alles was anders, we konden niet op onze routine varen.” Die crisis deed een groot beroep op hun creativiteit en inventiviteit en bereidde hen, zonder dat ze het beseften, voor op wat komen ging.

Kaboutertjes

Dat alles is niet onopgemerkt gebleven. Ze zijn niet meer als de kaboutertjes, zoals Joël Castermans het lachend uitlegt, die onzichtbaar hun werk doen. De top van de UM beseft sinds de hack beter dan ooit tevoren wat er nodig is om het onderwijs te laten draaien, vult Collin Prumpeler aan. De waardering is groot, oekazes van bovenaf komen nauwelijks nog voor, zegt Catharien Kerkman. “Het is nu veel meer van onder naar boven.” De zes worden vaker geconsulteerd, denken mee over beleid en iedere veertien dagen, zo klinkt het verguld, schuift rector Rianne Letschert bij hun vergadering aan.

Dieptepunten

Er waren ook dieptepunten. Prumpeler (Fasos): “Eind november liep ik de faculteit binnen, de kerstboom stond er, de lichtjes waren aan maar er was niemand, ik werd overvallen door een intens gevoel van triestheid.” Kerkman (FPN): “Je zag en ziet je collega’s niet fysiek, alles gaat via Zoom. Je kunt minder doen voor je mensen.” Nijssen (FHML): “Soms weet je dat ze het moeilijk hebben, vanwege een ziek familielid, een overlijden, of de zorg voor hun kleine kinderen. Je wilt heel veel, maar mist de cohesie. Je kunt niet even binnenlopen en een praatje maken.” Buddenberg (FSE): “Het echte contact is er niet, je kunt een collega die het moeilijk heeft niet even een knuffel geven.” Gilissen (rechten): “Op sommige momenten wil je dicht bij je collega’s zijn. Dat kan niet.” Castermans (SBE): “Het spontane is weg. Je merkt aan mensen dat het leven nu zwaar is. Ik denk aan onze internationale staf die al heel lang hun familie niet hebben bezocht. Je wilt er voor ze zijn, maar vaak schiet het erbij in.”

Hecht

Ze hebben het afgelopen jaar heel hard gewerkt, net als hun teams. Dagen van 10 tot 12 uur waren normaal en zijn dat nog steeds. Soms loopt het de spuigaten uit. “We wijzen elkaar daarop, we proberen het binnen de perken te houden. We zijn allemaal heel gedreven, doen het werk graag, maar het is moeilijk om de balans erin te houden”, weet Gilissen. “Dit is geen korte sprint, maar een lange marathon”, zegt Nijssen, en die eist zijn tol. Ze kunnen bij elkaar terecht: als het even te veel wordt, als er iets in de privésfeer is gebeurd, als ze gewoon even willen spuien. De sfeer is heel open, beamen ze eensgezind, en er wordt veel gelachen, iets wat ook tijdens het interview regelmatig gebeurt.

Zij zijn een heel hecht team geworden, over de facultaire grenzen heen. Nijssen: “We hadden al een klik, maar door de hack werd die alleen maar versterkt. Waar we eerst nog wel eens alleen het wiel uit wilden vinden, doen we dat nu samen.” Dat betekent niet dat er geen stevige discussies werden en worden gevoerd. Juist wel, want iedere faculteit is anders. En soms - dat is wel eens lastig, ze zijn niet voor niets allemaal hoofd - moeten ze even hun mond houden.

 

Joël Castermans, sinds november 2015 hoofd bureau onderwijs School of Business and Economics

Welke karaktereigenschap was het afgelopen jaar goud waard?

“Mijn licht stoïcijnse inborst.”

En welke was juist niet zo handig? “Mijn humor, die wordt niet altijd begrepen, haha.”

Kent je partner/gezin/familie je nog terug na dit tropenjaar? “Jawel hoor, voor familie is er altijd wel tijd. Maar mijn wereld is wel kleiner geworden qua sociale activiteiten, al ligt dat waarschijnlijk meer aan alle corona-maatregelen.”

Wie was buiten de UM je grootste steun en toeverlaat het afgelopen jaar? “Mijn golfclubs. Toevallig had ik net voor corona mijn handicap-54 behaald. Het was heerlijk om naar buiten te (mogen) gaan en echt los te komen van werk gerelateerde besognes. Om me vervolgens groen en geel te ergeren aan mijn onkunde op golfgebied – maar dat hoort er naar het schijnt bij.”

 

Catharien Kerkman, sinds april 2016 hoofd bureau onderwijs faculteit Psychology and Neuroscience

Welke karaktereigenschap was het afgelopen jaar goud waard? “Mijn vermogen om oprechte aandacht en vertrouwen te kunnen geven.”

En welke was juist niet zo handig? “Mijn gedrevenheid, die kan leiden tot te veel druk zowel bij anderen als mezelf.”

Kent je partner/gezin/familie je nog terug na dit tropenjaar? “Zeker, we zijn veel bij elkaar geweest. Heerlijk met zoonlief aan de grote tafel in de serre, hij aan de studie, ik aan het werk. Wel een paar coronakilo’s bijgekomen en daarom gestopt met snoepen en meer gaan bewegen.”

Wie was buiten de UM je grootste steun en toeverlaat het afgelopen jaar? “Mijn wijze, evenwichtige echtgenoot Bert en mijn lieve, slimme zoon Pieter.”

 

René Nijssen, sinds mei 2017 hoofd onderwijszaken faculteit Health, Medicine and Life Sciences

Welke karaktereigenschap was het afgelopen jaar goud waard? “Mijn relativeringsvermogen.”

En welke was juist niet zo handig? “Mijn ongeduld als het over in mijn ogen onbenullige dingen gaat.”

Kent je partner/gezin/familie je nog terug na dit tropenjaar? “Zeker, we zaten met zijn allen min of meer samen opgesloten.”

Wie was buiten de UM je grootste steun en toeverlaat het afgelopen jaar? “Dat was zonder twijfel mijn partner Sacha.”

 

Collin Prumpeler, sinds september 2018 hoofd bureau onderwijs faculteit Arts and Social Sciences

Welke karaktereigenschap was het afgelopen jaar goud waard? “Dat ik mensen kan motiveren.”

En welke was juist niet zo handig? “Mijn zorg dat er iets fout zou kunnen gaan.”

Kent je partner/gezin/familie je nog terug na dit tropenjaar? “Sinds het thuiswerken sowieso. Mijn vrouw werkt ook in het onderwijs, dus die heeft er alle begrip voor als ik het druk heb. Ze is het gewend dat ik soms te hard en te veel werk.”

Wie was buiten de UM je grootste steun en toeverlaat het afgelopen jaar? “Mijn vrouw Elke, maar dat is al 28 jaar het antwoord.”

 

Roel Gilissen, sinds december 2008 hoofd bureau onderwijs van de faculteit Rechtsgeleerdheid

Welke karaktereigenschap was het afgelopen jaar goud waard? “Mijn zelfvertrouwen.”

En welke was juist niet zo handig? “Mijn ongeduld.”

Kent je partner/gezin/familie je nog terug na dit tropenjaar? “Ja hoor, gelukkig wel. Thuis vind ik vooral rust en ontspanning. Bovendien kan ik goed relativeren.”

Wie was buiten de UM je grootste steun en toeverlaat het afgelopen jaar? “Thuis, mijn gezin, mijn familie en mijn vrienden. Niet alleen het afgelopen jaar, maar feitelijk altijd.”

 

Judith Buddenberg, sinds 1 oktober 2020 officieel (ze vervult deze functie - niet officieel - al sinds 2009) hoofd bureau onderwijs faculteit Science and Engineering

Welke karaktereigenschap was het afgelopen jaar goud waard? “Humor en mijn ‘niet lullen maar poetsen’ mentaliteit.”

En welke was juist niet zo handig? “Soms mijn loyaliteit en vastberadenheid.”

Kent je partner/gezin/familie je nog terug na dit tropenjaar? “Gelukkig wel. Ik woon samen met mijn zonen en die riepen me gelukkig vaak tot de orde: ‘Doe eens rustig mama.’ Bovendien vormt mijn rustige partner (ook UM’er) genoeg tegenwicht tegen mijn drukke karakter. Hij gaf tijdig aan als ik over iets ander dan de UM moest praten.”

Wie was buiten de UM je grootste steun en toeverlaat het afgelopen jaar? “Mijn twee katten; de broertjes Nelson & Oliver (Brits Korthaar) die op 1 februari 2020 bij ons zijn komen wonen.”

Van crisis naar crisis: “We hadden al een klik, maar die is dit jaar nog sterker geworden”
De prijswinnaars