“We overwegen een fusie op 1 september 2021”

MSM samen met UM: poging zeven

07-04-2021

MAASTRICHT. Opnieuw wordt er gesproken over integratie van de Maastricht School of Management (MSM) in de Universiteit Maastricht, en dit keer lijkt de kans op succes groter dan ooit. Het was decaan Peter Møllgaard die onlangs in de faculteitsraadvergadering van de School of Business and Economics vertelde dat er een fusie aan zit te komen. MSM zou intrekken bij de SBE op Tapijn. Het college van bestuur houdt zich vooralsnog op de vlakte.

Al minstens zes keer eerder probeerden de Universiteit Maastricht en de Maastricht School of Management samen te werken. Telkens liep het spaak, telkens werden de verhoudingen er niet beter op. Een enkele keer waren ze er bijna. In 2013 werd het nieuws wereldkundig gemaakt in een persbericht: “De Universiteit Maastricht (UM) en de Maastricht School of Management (MSM) zijn voornemens hun krachten te bundelen.” Maar toen, net als in 2015, haalde het project niet de eindstreep.

In 2018 schoof men opnieuw aan tafel. Nick Bos, vicevoorzitter van het college van bestuur sprak toen (een stuk voorzichtiger) van “positieve intenties” en “een verkennend gesprek over nadere samenwerking”. Ook nu laat Bos weten dat hij het nog te vroeg vindt om vooruit te lopen op de uitkomst: “We hebben veel vooruitgang geboekt, maar zijn nog in gesprek.” Over verschillende onderdelen en details wordt nog gediscussieerd.
SBE-decaan Peter Møllgaard en directeur Pien Versteegh klonken in de faculteitsraadvergadering van half maart echter een stuk stelliger. Møllgaard: “We komen dichter en dichter bij elkaar, het wordt steeds concreter; we overwegen een fusie op 1 september 2021.”  Versteegh had het over “de laatste fase” waarin ze zich bevinden. “Er is al een oplossing voor alle grote problemen.”

Gezien de vele pogingen moet de UM goede redenen hebben om samen te willen werken met MSM. Waarom? De business school (60 fte) is behalve aanbieder van (post)academisch onderwijs, zoals een voltijdse en deeltijdse Master in Business Administration, vooral sterk in tailor-made-trainingen en consultancyprojecten in Afrika, Azië, het Midden-Oosten en Latijns-Amerika. In ontwikkelingsgebieden en opkomende economieën trainen ze managers en professionals. Het zijn gebieden waar de UM summier of helemaal nog niet actief is. Bovendien zou de MSM een mooie aanvulling kunnen zijn voor UMIO, de commerciële tak van de SBE die managementonderwijs en cursussen voor professionals organiseert.

Andersom biedt de UM de groeimogelijkheden die de MSM nu niet heeft, vertelt Léon Frissen, voorzitter van de raad van toezicht van de MSM. “We zijn klein, dat is onze zwakte. We hebben te weinig fte om meters te maken.” Bovendien is de Triple Crown accreditatie die de SBE geniet zeer interessant; drie prestigieuze internationale keurmerken bepalen dat de Maastrichtse faculteit in de wereld als een der beste business schools geldt. Er was lange tijd overigens sprake van het ‘in gevaar komen’ van die accreditaties als MSM – een niet door al deze instanties goedgekeurde partner – zich zou willen verbinden aan de SBE. Maar dat lijkt inmiddels geen probleem meer te zijn.

Volgens Frissen is “de integratie van de MSM en de UM in volle gang, hopelijk kunnen we handtekeningen zetten in de zomer.” Wordt het dan een fusie, zoals Møllgaard zei? Of een overname? Wordt MSM ingelijfd? De MSM wilde dat laatste nooit. Men wilde voor vol worden aangezien en het liefst een autonome eenheid blijven met eigen ICT, personeelsbeleid en financiën. “De UM neemt de MSM over”, zegt Frissen. “Ingelijfd, nee”. Dat is te negatief, wil hij zeggen. “De MSM heeft een specifieke deskundigheid en daar kan de UM haar voordeel mee doen.” De MSM zal geen stichting blijven, zoals nu, maar wel “een onderwijskundige entiteit” binnen de SBE. “Medewerkers zullen in dienst komen van de UM.”
De SBE heeft overigens meer ‘entiteiten’ in huis, instituten die voorheen elders binnen de UM waren ondergebracht, zoals het Maastricht Sustainability Institute (MSI), de School of Governance en UNU-Merit.

Ook het gebouw van de MSM in Randwyck en de bijbehorende hotelaccommodatie voor buitenlandse cursisten gaan “mee over”, zegt Frissen. “Het geld en de stenen gaan naar de UM.” Wellicht dat de universiteit een andere bestemming geeft aan het huidige pand op de hoek van het Endepolsdomein, suggereert Frissen.

Frissen is vol vertrouwen en heeft “goede hoop”, en dat in het volle besef van de complexiteit van het dossier. “Ik ben al jaren lid van de Raad van Toezicht van de MSM, maar pas sinds een tijdje voorzitter; ik vind het spijtig hoe het is gegaan.” Hij wil er niet veel over kwijt, maar spreekt wel van “onverenigbare humeuren tussen de UM en Naudé.” Wim Naudé is de voormalige dean van de MSM en werd volgens bronnen gezien als (een van de) dwarsliggers bij eerdere pogingen. Naudé stopte in 2018 als dean en ging op onderzoekssabbatical. Inmiddels is hij helemaal vertrokken en hoogleraar aan Cork University Business School in Ierland.

“We overwegen een fusie op 1 september 2021”
MSMUM
Auteur: Wendy Degens

Simone Golob

Categoriëen: Nieuws, Achtergrond
Tags: msm

Reacties

Han Aarts

Het lijkt me goed de langlopende fusiegesprekken met de MSM van enige historische context te voorzien. De MSM is oorspronkelijk een van de zogenaamde instellingen voor Internationaal Onderwijs (IO). Die instellingen werden, na de onafhankelijkheid van Indonesië, begin jaren ’50 in Nederland opgezet, veelal door uit het voormalig Nederlandsch Indië terugkerende wetenschappers. De ambitie was in Nederland onderwijs te gaan aanbieden voor onderdanen uit het nieuwe onafhankelijke Indonesië, en al snel uit vele andere ‘nieuwe’ landen die in de dekolonisatiegolf in de jaren ’50 en ‘60 zelfstandig werden. Het idee was voor die landen het kader op te leiden dat nodig was voor hun zelfstandige ontwikkeling. Naast de MSM, toen overigens nog Researchinstituut voor Bedrijfswetenschappen (RvB) geheten en in Delft gevestigd, werden met ditzelfde idee in die periode onder meer het beroemde Institute of Social Studies in Den Haag, het geografisch en karteringsinstituut ITC in Enschede en ook de Nuffic in Den Haag opgericht. Gezamenlijk vormden zij binnen het Nederlandse hoger onderwijsbestel, naast het WO en het HBO een derde poot, het IO. De IO instellingen leidden in beginsel uitsluitend buitenlanders op, met Engelstalig onderwijs. Aan universiteiten was daarvan nog geen sprake.

In de jaren ’80 kwam door velerlei ontwikkelingen, de toenemende Europese integratie voorop, aan de universiteiten echter een brede internationalisering op gang. Zoals ook, vanaf 1988 met de aanname van een internationaliseringsbeleid, aan onze eigen universiteit. Het was Jo Ritzen die als minister van onderwijs in de jaren ’90 al constateerde dat daardoor het IO als derde HO sector naast het WO en HBO een anachronisme was geworden. Hij zette doelbewust een proces in gang dat ertoe moest leiden dat alle IO instellingen bij de universiteiten zouden worden ondergebracht. Begin deze eeuw had dat proces al goeddeels zijn beslag gekregen. Het ISS was ondergebracht bij de Erasmus Universiteit, het ITC bij de Universiteit Twente, de verschillende IO instellingen op landbouwgebied bij de Universiteit Wageningen, en zo voort. Alleen de MSM, al sinds eind jaren ’80 in Maastricht gevestigd, had nog geen partner, behalve dan op papier, en dat was niet de UM maar aanvankelijk de Universiteit Twente en later de Open Universiteit. Dat mocht vreemd genoemd worden voor een instelling die een andere universiteit als letterlijke overbuur had. Begin deze eeuw werd daarom alsnog een serieuze poging in gang gezet om de MSM bij de UM onder te brengen. Die gesprekken leverden echter toen niets op. En daar begint zo ongeveer het bovenstaande artikel.

Overigens rept Wendy Degens in haar stuk, wanneer ze de aktiviteiten van de MSM beschrijft, van ‘gebieden waar de UM summier of helemaal nog niet actief is’. Daarmee lijkt ze, ik neem aan onbedoeld, te suggereren alsof de UM niet of nauwelijks actief is in ontwikkelingslanden. Misschien is dat zo op het gebied van (bedrijfs)management, en in dat opzicht lijkt de MSM mooi complementair aan de UM. Maar op andere terreinen heeft de UM de afgelopen decennia een omvangrijke track van samenwerking met partners in ontwikkelingslanden opgebouwd, ik denk aan onderwerpen als health professions education, health promotion, migratie, internationaal recht, technologische innovatie, en dan ben ik niet compleet. In het kader van de nieuwe instellingsstrategie krijgen deze aktiviteiten aandacht met als doel dit alles meer zichtbaar te maken en verder uit te bouwen, onder de noemer ‘global engagement’. De MSM kan daar, naast en met velerlei andere partijen binnen de UM, een belangrijke bijdrage aan leveren.

Han Aarts

Het lijkt me goed de langlopende fusiegesprekken met de MSM van enige historische context te voorzien. De MSM is oorspronkelijk een van de zogenaamde instellingen voor Internationaal Onderwijs (IO). Die instellingen werden, na de onafhankelijkheid van Indonesië, begin jaren ’50 in Nederland opgezet, veelal door uit het voormalig Nederlandsch Indië terugkerende wetenschappers. De ambitie was in Nederland onderwijs te gaan aanbieden voor onderdanen uit het nieuwe onafhankelijke Indonesië, en al snel uit vele andere ‘nieuwe’ landen die in de dekolonisatiegolf in de jaren ’50 en ‘60 zelfstandig werden. Het idee was voor die landen het kader op te leiden dat nodig was voor hun zelfstandige ontwikkeling. Naast de MSM, toen overigens nog Researchinstituut voor Bedrijfswetenschappen (RvB) geheten en in Delft gevestigd, werden met ditzelfde idee in die periode onder meer het beroemde Institute of Social Studies in Den Haag, het geografisch en karteringsinstituut ITC in Enschede en ook de Nuffic in Den Haag opgericht. Gezamenlijk vormden zij binnen het Nederlandse hoger onderwijsbestel, naast het WO en het HBO een derde poot, het IO. De IO instellingen leidden in beginsel uitsluitend buitenlanders op, met Engelstalig onderwijs. Aan universiteiten was daarvan nog geen sprake.

In de jaren ’80 kwam door velerlei ontwikkelingen, de toenemende Europese integratie voorop, aan de universiteiten echter een brede internationalisering op gang. Zoals ook, vanaf 1988 met de aanname van een internationaliseringsbeleid, aan onze eigen universiteit. Het was Jo Ritzen die als minister van onderwijs in de jaren ’90 al constateerde dat daardoor het IO als derde HO sector naast het WO en HBO een anachronisme was geworden. Hij zette doelbewust een proces in gang dat ertoe moest leiden dat alle IO instellingen bij de universiteiten zouden worden ondergebracht. Begin deze eeuw had dat proces al goeddeels zijn beslag gekregen. Het ISS was ondergebracht bij de Erasmus Universiteit, het ITC bij de Universiteit Twente, de verschillende IO instellingen op landbouwgebied bij de Universiteit Wageningen, en zo voort. Alleen de MSM, al sinds eind jaren ’80 in Maastricht gevestigd, had nog geen partner, behalve dan op papier, en dat was niet de UM maar aanvankelijk de Universiteit Twente en later de Open Universiteit. Dat mocht vreemd genoemd worden voor een instelling die een andere universiteit als letterlijke overbuur had. Begin deze eeuw werd daarom alsnog een serieuze poging in gang gezet om de MSM bij de UM onder te brengen. Die gesprekken leverden echter toen niets op. En daar begint zo ongeveer het bovenstaande artikel.

Overigens rept Wendy Degens in haar stuk, wanneer ze de aktiviteiten van de MSM beschrijft, van ‘gebieden waar de UM summier of helemaal nog niet actief is’. Daarmee lijkt ze, ik neem aan onbedoeld, te suggereren alsof de UM niet of nauwelijks actief is in ontwikkelingslanden. Misschien is dat zo op het gebied van (bedrijfs)management, en in dat opzicht lijkt de MSM mooi complementair aan de UM. Maar op andere terreinen heeft de UM de afgelopen decennia een omvangrijke track van samenwerking met partners in ontwikkelingslanden opgebouwd, ik denk aan onderwerpen als health professions education, health promotion, migratie, internationaal recht, technologische innovatie, en dan ben ik niet compleet. In het kader van de nieuwe instellingsstrategie krijgen deze aktiviteiten aandacht met als doel dit alles meer zichtbaar te maken en verder uit te bouwen, onder de noemer ‘global engagement’. De MSM kan daar, naast en met velerlei andere partijen binnen de UM, een belangrijke bijdrage aan leveren.

Voeg reactie toe

privacy link