Ik herken ‘m, hij is de inbreker!

Winnaar masterscriptieprijs rechten: Choënne Straatman

03-05-2021

Choënne Straatman (26) heeft er al een master op zitten, forensic science, aan de Universiteit van Amsterdam. Bovendien werkt ze als adviseur voor de rechtbanken van Maastricht en Roermond. Hoe sterk is het DNA-bewijs in een zaak? Hoe verhouden de DNA-sporen zich tegenover het pathologische bewijs? Welke vragen zou de rechter hierover kunnen stellen aan de verdediging?

Om zich te verdiepen in het strafrecht heeft ze onlangs aan de UM de master forensica, criminologie en rechtspleging afgerond. In haar scriptie Even lachen naar het vogeltje! zoomt Straatman in op gezichtsvergelijking en -herkenning. 

Gezichtsvergelijking gebeurt door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) in Den Haag. Daarbij wordt een actuele foto van de verdachte vergeleken met een beeld van bijvoorbeeld een bewakingscamera. Ook de Nationale Politie vergelijkt gezichten, en wel behulp van het zogeheten CATCH-systeem. Dat werkt via een algoritme, dat opsporingsfoto’s door een database van bestaande gezichtsafbeeldingen haalt. Daaruit rolt vervolgens een catch, oftewel een lijstje van mogelijke verdachten. 

Iets anders is gezichtsherkenning, zegt Straatman. Hierbij herkennen agenten een verdachte, omdat ze hem al een keer eerder hebben gezien. Rechters nemen dit bewijs uiterst serieus. Het Hof Amsterdam meende in 2018: “[…] Het gezicht is immers uit zijn aard uniek en de meeste mensen zijn uitstekend in staat gezichten te herkennen.” 

Dat is nogal kort door de bocht, zegt Straatman, zeker als je kijkt wat de wetenschap hierover zegt. “Het maakt veel uit of de agent de inbreker op de beveiligingscamera kent van één enkele aanhouding, of dat hij hem elke week in de wijk tegenkomt. In het laatste geval zit de agent meestal goed. Niet als hij de verdachte één keer heeft aangehouden, en helemaal niet als de verdachte één van de dertig mensen was die de agent op die dag aanhield. 

Rechters moeten volgens Straatman beter doorvragen bij dit soort gezichtsherkenning, ook waar het de opsporingsfoto’s en camerabeelden betreft. Heeft de agent de beelden vaker gezien? Kwamen ze dagelijks voorbij op een monitor in de kantine van het bureau? Is er onder collega’s over gepraat? Is daarbij de bekende kruimelaar Harry over de tong gegaan?

Zo ja, dan is de kans groter dat de agent vooringenomen was. De beelden en de gesprekken kunnen zijn beoordeling hebben gekleurd (waardoor hij Harry meende te herkennen). “Rechters vragen ook hierover niet altijd door. Ze willen de indruk vermijden dat ze twijfelen aan de vakbekwaamheid van de agent. Wat nergens voor nodig is omdat zo’n zogeheten confirmation bias onbewust is.”

Hierover zou Straatman graag een debat willen aanzwengelen. Daarom werkt ze nu delen van haar scriptie om tot een artikel, dat ze wil aanbieden aan een juridisch vakblad. Ze denkt aan het Nederlands Juristenblad.

500 euro

Elk jaar worden de studenten met de beste bachelor- en masterscripties in het zonnetje gezet tijdens de Dies. Dit evenement kon vanwege corona niet doorgaan, maar desondanks kregen 27 gelukkigen (18 bachelorscripties en negen masterscripties) een geldbedrag van 500 euro plus een certificaat. Observant koos acht scripties uit; de komende weken verschijnen de verhalen op deze site. 

Ik herken ‘m, hij is de inbreker!
Choënne Straatmans