FSE-studenten willen dat meer colleges worden opgenomen

FSE-studenten willen dat meer colleges worden opgenomen

Bestuur wil docenten niet verplichten

25-05-2021

MAASTRICHT. Enkele studenten uit de raad van de faculteit Science and Engineering willen dat meer, zo niet alle colleges, digitaal beschikbaar komen. In de faculteitsraadsvergadering, vorige week, werd duidelijk dat menig WP-lid niets ziet in het verplichten van docenten om hun stof ook online aan te bieden. “Laat iedere docent zelf bepalen of het bij zijn vak past.”

Als het aan de studenten ligt komt er faculteitsbreed beleid en stelt het bestuur volgend academisch jaar targets op: een x aantal vakken mét audio- of videomateriaal. Hoewel decaan Thomas Cleij (meer) digitale colleges een “goed streven” noemt, zeker gezien het succes tijdens de coronacrisis, pleit ook hij voor vrijwilligheid. “Het werkt niet voor alles en iedereen. Sommige docenten kost het heel veel werk. Denk aan afbeeldingen die je niet zomaar kunt kopiëren uit boeken, omdat er copyright op rust. Dan moet je die dus zelf gaan maken, omdat ze wel belangrijk zijn bij de uitleg.”

De discussie werd aangezwengeld door Sergio Molino Aguado, student bij het Institute for Biobased Materials. Samen met drie medestudentraadsleden stelde hij een document op met de pro’s en contra’s van het opnemen van colleges (of slides waarbij wel de stem van de docent is te horen, maar niet zijn gezicht). Het thema speelt al jaren, en niet alleen in de raad van de faculteit Science and Engineering (FSE). Studenten zien online materiaal niet als vervanging van het fysieke college – hoewel dat handig is als je onverhoopt niet kunt gaan – , maar als toevoeging, om een en ander nog eens door te nemen voor de toets.

WP-raadslid Jeroen Moes, die net als collega-raadslid Burgert Blom goede ervaringen heeft met het opnemen van colleges, begrijpt dat het niet voor iedereen een uitkomst is. “Een docent die er graag mee werkt, doet dat al, want het past bij zijn manier van lesgeven, maar voor sommigen is dit niet de juiste tool.” Ook raadsvoorzitter Pietro Bonizzi aarzelt om er algemeen beleid van te maken. Hij is wel voor “het creëren van bewustzijn”, zodat de lesgevende staf weet dat studenten online materiaal erg waarderen.  

Daar sluit decaan Thomas Cleij zich bij aan. “We zijn van de individuele aanpak”, maar studenten kunnen zich wel roeren, bottom-up, meent hij: “Mobiliseer je studentleden in de opleidingscommissies om het kenbaar te maken bij programmadirecteuren en docenten.”