“Dat mijn ouders trots op me waren, dat hoorde ik via anderen”

“Dat mijn ouders trots op me waren, dat hoorde ik via anderen”

Als eerste in het gezin naar de uni

13-10-2021
  • Franziska Gassmann, 59 jaar
  • Studeerde International Economic Studies aan de Universiteit Maastricht van 1991 tot 1995
  • Hoogleraar Social Protection and Development bij UNU-Merit
  • Is geboren in Sankt Gallen en opgegroeid in Walchwil, Zwitserland met haar ouders

Het leven kan soms raar lopen. Was Franziska Gassmann haar man Willem niet tegengekomen, dan was ze waarschijnlijk nooit gaan studeren. Lag het niet in de lijn der verwachtingen voor de dochter van een chef-kok en gastvrouw in een restaurant?

Eigenlijk wel, Gassmann gaat als tiener naar het gymnasium. De universiteit lijkt een logische vervolgstap. “Maar niet voor mij”, grinnikt ze. “Mijn grote droom was om modeontwerpster te worden. Mode was mijn passie, ik maakte soms mijn eigen kleren, was bezig met knutselen en design. Ik weet nog dat ik in mijn dagboek schreef dat ik op mijn 30ste een kledingwinkel wilde hebben waar ik dan mijn eigen ontwerpen en ook kleding van anderen zou verkopen.”

Ze overweegt de kunstacademie (“Maar daar moet je voor kunnen tekenen, dat kan ik helemaal niet”), fysiotherapie en zelfs de Hogere Hotelschool. “Om in een groot hotel te werken. Ik wilde geen restaurant runnen zoals mijn ouders. Je moet zo hard werken. Als je daarnaast nog een gezin hebt, betaalt iets de prijs.”

Een baan voor het leven

Aan de universiteit denkt ze niet. “Ik had niet geweten wat ik moest studeren. Mijn vader zei niets, maar ik denk dat hij wel teleurgesteld was. Mijn moeder maakte het minder uit, die wilde vooral dat ik gelukkig was.” Uiteindelijk kiest ze voor de opleiding tot handwerklerares. “Een hbo-opleiding. Ik vond het makkelijk, maar heel leuk. Ik wilde nog steeds de mode-industrie in, al had ik de droom van stage lopen bij Dior in Parijs opgegeven. Hier leerde je over materialen, patronen maken, naaien en didaktiek. Als het in de mode niets wordt, kan ik altijd nog lesgeven, dacht ik heel pragmatisch.”

Lesgeven, dat gaat Gassmann na haar studie inderdaad doen. Voor twee jaar. Lachend: “Ik heb er het geduld niet voor, het was niet goed voor mij of de kinderen om ermee door te gaan.” Dus neemt ze ontslag. “Ik vertelde dit aan mijn ouders in een restaurant in Zurich, daar deed ik al mijn grote mededelingen. Ze dachten dat ik gek geworden was. Een baan voor het leven opgeven?!” 

Liefde op het eerste gezicht

Gassmann vindt een baan als assistent-inkoper bij een winkelketen. “Een soort Zwitserse Hema. Daar zat ik echt op mijn plek. Ik kreeg steeds meer verantwoordelijkheden en deed ernaast een kaderopleiding economie.” Ze was waarschijnlijk in de mode-industrie gebleven als ze haar man niet was tegengekomen. “Het was liefde op het eerste gezicht. Hij is Nederlander, dus na een jaar ga je denken: kom jij naar Zwitserland of ga ik naar Nederland?” Het werd het laatste, en weer liet Gassmann een bom vallen bij haar ouders.

“Dat was moeilijk voor ze. Ik ben enig kind en nu ging ik zo ver weg wonen. En toen vertelden we ook nog dat we gingen trouwen, maar heel klein; op het stadhuis met niemand erbij. Dat was even slikken, maar ze zeiden: ‘Is dit wat je wil? Dan is het goed’.”

In de disco op het Amorsplein

In Nederland begon Gassmann opnieuw. “Ik merkte al snel dat je hier zonder diploma’s niets kon. Dus besloot ik te studeren.” Het werd International Economic Studies aan de Universiteit Maastricht. Dat ze een eerste generatiestudent is, daar merkt ze niet veel van. Wel van het leeftijdsverschil. “Ik was 29, ik vond niet echt aansluiting, zeker in het eerste jaar. Ik ben een keer meegegaan naar een disco op het Amorsplein. Ik dacht: ‘Al die meiden hier zoeken een vriend en al die jongens een vriendin. Dat hoef ik niet meer te doen.’ Ik voelde me zo misplaatst. Later toen we meer gingen specialiseren werd het makkelijker, dan had je een gedeelde interesse.”

Wanneer haar scriptiebegeleider haar een baan aanbiedt als junior-onderzoeker bij een project van de Wereldbank in Letland, zegt ze meteen ja. Daarover schrijft ze ook haar proefschrift. “Niet omdat ik per se de wetenschap in wilde. Ik had stage gelopen bij de VN in New York, ik zag mezelf in zo’n internationale omgeving werken. Maar die organisaties vroegen allemaal om een proefschrift. Uiteindelijk heb ik een tijd als consultant gewerkt en ben ik later weer teruggekomen naar de universiteit. Maar ook nu nog gaat het me vooral om de impact die mijn onderzoek heeft. Dat is mijn motivatie, niet een publicatie in een tijdschrift.”

Trots

Haar ouders zijn supertrots, maar laten het niet merken. “Ik hoorde dat via anderen. Die waren bijvoorbeeld onder de indruk omdat ik werk voor de Wereldbank deed. Zo wist ik dat mijn ouders dat rondverteld hadden. Nadat ik mijn PhD had gehaald, zei mijn vader het voor het eerst tegen mij.”

Ook inhoudelijk zijn ze geïnteresseerd in Gassmann’s werk. “Ze waren heel nieuwsgierig en belezen. Wij hadden altijd drie kranten thuis en die werden allemaal gelezen. Mijn vader was politiek heel geïnteresseerd en ging graag in discussie. Mijn moeder sprak meerdere talen en heeft op latere leeftijd nog haar Spaans bijgespijkerd. Ook binnen hun eigen vak waren ze altijd op zoek naar vernieuwing en kennis.”

Bij haar inaugurele oratie als hoogleraar konden ze niet zijn. Reizen was fysiek te belastend. Een videoverbinding bood uitkomst. Gassmann glimlacht: “Op een gegeven moment moet ik heel erg lachen en zeg ik in het Zwitsers: ‘Jullie moeten stil zijn.’ Ik hoorde namelijk steeds Zwitsers gemompel op de achtergrond, dat waren zij.”

Voor deze serie interviewen we wekelijks studenten of wetenschappers die als eerste in hun gezin zijn gaan studeren aan een universiteit.

Auteur: Cleo Freriks

Foto: Joey Roberts

Categoriëen: nieuws_boven, Mensen
Tags: eerste generatie

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.