De winst van digitaal werken

De winst van digitaal werken

Medewerkerscolumn

18-01-2022 · Column

Bijna twee jaar in coronatijd maken we allemaal de balans op van de effecten van het digitaal werken. Voor onze studenten heeft het vooral nadelen, denk ik, en grote nadelen ook: geen fysieke ontmoetingen tussen docenten en studenten, en tussen studenten onderling, dat is simpelweg niet goed voor de kwaliteit van het onderwijs.

Voor ons onderzoek zijn de beperkingen die corona met zich meebrengt in diverse opzichten ook groot. Geen conferenties, of in elk geval geen wandelgangen van (digitale) conferenties om bij te praten met vakgenoten; geen observatie van politieke processen, in ons geval in gemeenten, want de vergaderingen zijn veelal digitaal en de publieke tribune is sowieso gesloten; interviews zonder smalltalk over het weer – ‘u ziet eruit alsof het hard regent’ – om het ijs te breken; het viel niet mee om het geplande onderzoek in de afgelopen twee jaar volgens plan uit te voeren.

Toch zie ik persoonlijk ook grote voordelen. Met mijn onderzoek in het Nederlandse lokaal en regionaal bestuur was standplaats Maastricht altijd een nadeel. Al die treinreizen naar startgesprekken, interviews en presentaties van rapporten overal in het land, dat was toch een enorme investering. Eerlijk gezegd snap ik nu, na twee jaar, niet goed meer hoe ik het deed. Ging ik echt helemaal op en neer naar Amsterdam of Amersfoort voor een interview?

De digitale bespreking en het digitale interview hebben mijn professionele leven in veel opzichten enorm vergemakkelijkt, en mijn productiviteit enorm vergroot. Het afgelopen half jaar deed ik onderzoek naar het uitkeringsstelsel voor gemeenten en provincies, en samen met collega’s heb ik in korte tijd tientallen mensen in politiek Den Haag maar vooral ook overal in het land kunnen interviewen en raadplegen, veel meer dan ooit mogelijk was geweest vóór het digitale vergadertijdperk. Dat is zonder meer goed geweest voor de kwaliteit van ons onderzoek en de aanbevelingen. 

Enorme winst was ook het intensieve contact dat we als onderzoeksteam hadden: met twee collega’s vanuit Groningen en één uit Amsterdam was dat voorheen natuurlijk ongekend. Tot twee jaar geleden zouden we met veel moeite een paar keer in Utrecht hebben afgesproken, terwijl we nu in de laatste weken bijna dagelijks een uurtje vergaderden over de laatste hete hangijzers. Ik heb dat als een geweldig voordeel ervaren, en weet zeker dat dit een blijvende innovatie is. De vraag die mij nu af en toe bekruipt is: waarvoor stap ik dan voortaan nog wel in de trein? Wie of wat is eigenlijk 6 uur reistijd waard? Vooralsnog hoef ik die vraag niet te beantwoorden, maar dat gaat wel komen natuurlijk. En ik weet echt het antwoord niet.

Klaartje Peters, bijzonder hoogleraar lokaal en regionaal bestuur bij Fasos

Auteur: Redactie

Foto: Archief KP

Categoriëen: Columns en opinie
Tags: klaartje

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.