“Als deze raad in het Nederlands zou zijn, zou ik er niet in zitten”

“Als deze raad in het Nederlands zou zijn, zou ik er niet in zitten”

Discussie in universiteitsraad: wat betekent het om een tweetalige universiteit te zijn?

24-05-2022

MAASTRICHT. Mag straks iedereen tijdens een raadsvergadering in de taal spreken – Nederlands of Engels – die hij of zij prettig vindt? En zo ja, wat zijn de consequenties? De afgelopen maanden discussieerde een commissie van de universiteitsraad (tot twee keer toe) en de universiteitsraad zelf over de vraag: wat betekent het om een tweetalige universiteit te zijn? 

Het was collegevoorzitter Rianne Letschert die begin april deze vraag tijdens de commissie Strategie opwierp. De vraag is op zichzelf niet nieuw, en ook al eerder beantwoord: jaren geleden besloot de U-raad dat wie liever Nederlands sprak, dat kon blijven doen. In de praktijk bleef dat een dode, en naar nu blijkt, vergeten letter.

Op dit moment buigt een werkgroep van Academic Affairs zich over dit onderwerp en zal in juni of juli met een advies naar buiten komen. In de tussentijd blijven politici in Den Haag aandringen op meer Nederlandstalige curricula, het behoud van het Nederlands als academische taal, en een stop op de verengelsing van het hoger onderwijs.

Letschert: “Toen ik lid was van de Jonge Akademie in Amsterdam moest iedereen Nederlands kunnen lezen - vanwege de beleidsstukken - en verstaan. Spreken mocht in het Engels of Nederlands. Dat was de regel. Ik heb niet het antwoord voor de Universiteit Maastricht, maar als we onszelf een tweetalige universiteit noemen, dan moeten we ook tweetalig zijn en kijken welke consequenties dat heeft.”

Ze wees erop dat bijna alle raadsvergaderingen in het Engels zijn (“Wat betekent dat voor de Nederlandstaligen?”), maar ze beseft tegelijkertijd dat het leren van de Nederlandse taal voor veel buitenlanders vaak lastig is, veel lastiger dan het verbeteren van de Engelse taal voor Nederlanders. Met dat laatste was Vanessa LaPointe, raadslid namens het wetenschappelijk personeel, het volledig eens. Wat zou het betekenen voor de raden als iedereen in zijn ‘eigen’ taal mag spreken?, vroeg ze zich bezorgd af. “Als deze raad in het Nederlands zou zijn, zou ik er niet in zitten.”

Geen taalpolitie

Het hoeft niet one size fits all te zijn, benadrukte Letschert. “Er is een verschil tussen staf en studenten. De laatste groep is tijdelijk in Maastricht, de staf meestal langer. Mag je dan een grotere inspanning vragen?” En er zijn verschillen tussen faculteiten. Zo heeft de faculteit Health, Medicine and Life sciences een heel andere studentenpopulatie – lees: meer Nederlanders – dan bijvoorbeeld de School of Business and Economics.

En nee, zo benadrukte ze later nogmaals in de plenaire vergadering van de U-raad, eind april: “Er wordt niemand gestraft als het niveau niet in orde is, we stellen geen taalpolitie in. We willen het verbeteren van de talenkennis zo faciliteren dat de staf zich daar goed bij voelt. Tegelijkertijd: het is ook geen prettig gevoel als je de taal niet goed genoeg beheerst.” 

Als tweetaligheid nu echt de norm wordt, dan horen daar middelen en tijd bij om de talenkennis (er worden nu al gratis cursussen gegeven aan studenten) op te krikken, zei een studentraadslid begin april. Daar was Letschert het volkomen mee eens. “We hebben nog geen besluiten genomen, alles is nog onderwerp van discussie. Ik hoop studenten te stimuleren om de Nederlandse taal te leren, zeker als ze hier aan een bachelor beginnen. Je voelt je dan beter thuis en het is makkelijker om in de regio te blijven, mocht je dat willen.” Zuid-Limburg is een regio die veroudert, wil groeien en jong talent graag wil behouden. Los daarvan is taal een goede manier om te integreren in de samenleving, voegde Letschert toe.

Werkdruk

Wat betreft de herhaaldelijk geuite zorgen van de U-raad over de nog verder oplopende werkdruk - de staf moet immers taallessen onder werktijd volgen als het niveau niet voldoet: “Ik kan mij die zorgen voorstellen, maar ik denk niet dat heel veel stafleden op taalles zullen moeten. Maar als dat zo is, dan faciliteren we dat."

Tijdens de commissievergadering van begin april vroeg Letschert expliciet naar de mening van de aanwezige Nederlandstalige raadsleden. Twee stafleden (ondersteunend personeel), Collin Prumpeler en Nathalie Dirks, merkten op (in het Engels) dat een automatische switch naar het Engels als een buitenlandse collega aanschuift in een team soms tot irritaties leidt. Waarom moet een groep van vijftien mensen zich aanpassen aan één persoon? Zeker als je weet dat een aantal zich minder makkelijk in het Engels uitdrukt. De oplossing - het ging om een echte casus - werd meteen gegeven: de nieuweling ging op talencursus, verstaat inmiddels het Nederlands en spreekt zelf in het Engels terug.

Taalbeleid aan de UM

Het taalbeleid dateert al van 2018, past naadloos in het nieuwe strategisch plan, en is verlengd tot 2024. Wie onderwijs geeft in het Engels moet die taal uitstekend beheersen. En dat is op dit moment ook het geval, zo blijkt uit diverse onderzoeken. In bijvoorbeeld de Keuzegids gooien Maastrichtse docenten qua beheersing van de Engelse taal hoge ogen. Ze zijn al jaren de besten van Nederland. Maar omdat ook het Nederlands nog steeds een officiële voertaal is aan de UM en “communicatie, consultatie en documentatie” daarom in het Engels òf Nederlands kan plaatsvinden, is het zaak dat iedere medewerker “noodzakelijke” (afhankelijk van de functie) kennis heeft van beide talen, aldus de nota. Niet alleen om goed te kunnen werken, maar ook om zich beter thuis te voelen in de UM-gemeenschap, stad en regio. Om diezelfde reden biedt de universiteit studenten bijvoorbeeld de kans om gratis basiscursussen Nederlands te volgen. Of de talenkennis van de staf voldoet aan de eisen die passen bij de functie, wordt op dit moment geëvalueerd.