Wat wil Omtzigt met het hoger onderwijs?

Wat wil Omtzigt met het hoger onderwijs?

Hij maakt zich vooral druk over de verengelsing van opleidingen en de toestroom van internationale studenten

21-08-2023 · Nieuws

NEDERLAND. Met zijn partij Nieuw Sociaal Contract gaat Pieter Omtzigt meedoen aan de verkiezingen. Dat kan flinke gevolgen hebben voor de internationalisering van het hoger onderwijs.

Volgens een recente peiling zou Omtzigt 43 zetels in de Tweede Kamer kunnen veroveren, al gelooft hij zelf niet dat het zover komt. Maar één ding is duidelijk: zijn partij kan een factor van belang worden.

Op het gebied van het hoger onderwijs maakt hij zich vooral druk over de verengelsing van opleidingen en de toestroom van internationale studenten. Belangrijk voor de komende coalitieonderhandelingen: daarin stond hij zeker niet alleen.

Nederlands

Begin dit jaar diende Omtzigt een motie in die met ruime meerderheid werd aangenomen. Van de grote partijen stemde alleen D66 ertegen. Die motie ging over het Nederlands als voertaal van opleidingen.

“Bij bepaalde opleidingen in Nederland wordt alleen Engels gesproken, is bijna niemand die daar zit meer van Nederlandse komaf en wordt er ook vaak onderwezen door een zeer internationaal gezelschap”, verklaarde Omtzigt in het debat. “Nou zijn dat soort zaken allemaal zeer welkom, maar het is wel de vraag of je dat vanuit de staatskas wilt financieren.”

Er komen wat hem betreft te veel buitenlandse studenten hierheen. Hij wil terug naar de situatie “van een jaar of vijf geleden, namelijk dat er wel studenten komen, maar niet in deze getalen”.

In dat licht zou hij graag zien dat opleidingen minder vaak Engelstalig zijn. Daartoe wil hij meer helderheid over de uitzonderingsgronden in de wet die anderstalig onderwijs mogelijk maken.

Uitzonderingen

Volgens de wet moet het onderwijs in principe Nederlandstalig zijn, maar gastdocenten mogen bijvoorbeeld in het Engels lesgeven. Ook zijn er uitzonderingen toegestaan wanneer de ‘specifieke aard’ van een opleiding daarover vraagt. Die laatste uitzonderingsgrond blijkt in de praktijk de poort wijd open te zetten voor anderstalig onderwijs.

Dat is Omtzigt een doorn in het oog. Zijn motie (ingediend met SGP, SP, JA21 en PVV) bepleit ‘heldere normen’ voor anderstalig onderwijs, die meteen gehandhaafd moeten worden. Met name voor de bachelorfase wilde hij haast maken.

Eerder had hij een radicaler voorstel. De regering zou met de universiteiten een plan moeten maken om het Nederlands binnen vier jaar weer de voertaal bij bacheloropleidingen te laten zijn. Hooguit 20 procent zou daarvan af mogen wijken, vond hij. Maar die motie haalde het niet.

Grip op toestroom

Het was nooit de bedoeling dat zoveel opleidingen anderstalig werden, erkende D66-minister Robbert Dijkgraaf dit voorjaar, maar hij kan er nog weinig aan veranderen. De instellingen houden zich namelijk aan de huidige wet. Wel heeft hij allerlei plannen om meer grip te krijgen op de toestroom van internationale studenten.

Het is de vraag of die plannen ver genoeg gaan voor de toekomstige coalitie van partijen, zeker als Nieuw Sociaal Contract daartoe gaat behoren. “De maatregelen zijn vooralsnog wat mager”, was de eerste reactie van Omtzigt. “Er zijn 115 duizend buitenlandse studenten. Veertig procent van de instroom in het wetenschappelijk onderwijs is nu internationaal. Dat zijn belangrijke en dure plekken die gefinancierd worden uit Nederlands belastinggeld om Nederlandse jongeren kansen te bieden.”

Zijn weerzin tegen de grote toestroom van buitenlandse studenten klinkt ook door in zijn kritiek op de studiefinanciering. Buitenlandse studenten kunnen die krijgen als ze een bijbaan van een à twee dagen in de week hebben. Hij vraagt zich af waarom Nederland voor hen zou moeten betalen. Bovendien kunnen ze ook stiekem in eigen land financiering aanvragen, want Nederland wisselt met buurlanden geen gegevens uit om dit te controleren. Het kan leiden tot “een nog grotere stormloop” op het hoger onderwijs.

Overig

Soms roerde Omtzigt zich op andere gebieden die studenten, onderwijs en wetenschap raken. Hij pleit bijvoorbeeld voor grotere openheid rond de financiering van leerstoelen. Dat onderwerp heeft een lange geschiedenis en het zou kunnen dat de opkomst van Omtzigt daar een nieuwe slinger aan geeft.

Ook zocht hij een compromis toen het kabinet geen energietoeslag van 800 euro aan uitwonende studenten wilde geven. Geef ze bijvoorbeeld 250 euro, was zijn voorstel. Maar dat kwam er niet doorheen.

HOP, Bas Belleman

Auteur: Redactie

Foto: TweedeKamer.nl

Tags: omzigt,tweede kamer,verkiezingen,internationalisering

Reacties

Rene van Lierop

Als het gaat om de wensen van Omtzigt en Dijkgraaf ten aanzien van het taalbeleid aan de Nederlande universiteiten, wordt vaak gemakkelijk beweerd dat beiden "tegen Engelstalig onderwijs" zijn. Dat is onzin. Het gaat Omtzigt en Dijkgraaf niet om het Engels per se, maar om het behoud van Nederlands- of meertalig onderwijs. Waar zij voor pleiten, is dat universitaire opleidingen in principe --zonder bijzondere redenen die een uitzondering rechtvaardigen-- Nederlandstalig of meertalig zijn. In het geval van meertalig onderwijs is er in een opleiding naast het onderwijs in de landstaal (hier het Nederlands) ook ruimte voor onderwijs in andere talen (dat kan het Engels zijn, maar evengoed het Duits, Frans of Spaans). Het voorstel is om hierbij de verhouding 2/3 en 1/3 aan te houden: 2/3 van een opleiding zou in het Nederlands moeten worden gedoceeerd (daarbij is de instructietaal Nederlands, maar mag het studiemateriaal uiteraard wel in andere talen worden aangeboden) en 1/3 in het Engels (waarbij het Engels als instructietaal wordt gehanteerd). Aan de master- en PHD-opleidingen verandert niets; die mogen volgens het nieuwe wetsvoorstel van Dijkgraaf geheel in het Engels worden blijven verzorgd. En natuurlijk hebben Omtzigt en Dijkgraaf niets tegen uitwisselingsonderwijs aan Nederlandse universiteiten dat in het Engels (of in een andere taal) wordt gegeven. Er blijft in de plannen van Omtzigt en Dijkgraaf dus volop ruimte voor het Engels (of voor andere moderne vreemde talen) en voor internationalisering! Maar, zo hoor je velen dan vragen; waarom zo vasthouden aan het Nedelands in het universitair onderwijs als het wetenschappelijk onderzoek toch al volledig Engelstalig is? Dit is een typisch Nederlandse vraag. In andere Europese landen spreekt het maatschappelijk en cultureel belang van universitair onderwijs in de landstaal (wel of niet gecombineerd met een andere taal) voor zich. In Nederland, daarentegen, moet het worden verdedigd. Nou goed, hier nog even de belangrijkste redenen waarom in alle Nederlandse universitaire opleidingen (en dan vooral in alle bacheloropleidingen) ook de Nederlandse taal een vaste plek zou moeten hebben: 1. Universitair onderwijs in het Nederlands zorgt voor een meer vanzelfsprekende en natuurlijke verbinding tussen het universitair onderwijs en andere onderwijssectoren (en tussen universitair onderwijs en samenleving in het algemeen), 2. Universitair onderwijs in het Nederlands is nodig voor een goede voorbereiding op de Nederlandse arbeidsmarkt waar het overgrote deel van de studenten uiteindelijk werkzaam zal zijn en waar hoge academische lees-, spreek- en schrijfvaardigheden in het Nederlands van elementair belang zijn (denk aan het werk in ondermeer gezondheidszorg, bestuur, onderwijs, recht, journalistiek). 3. Er zijn sterke wetenschappelijke aanwijzingen dat onderwijs in de landstaal (hier het Nederlands) gecombineerd met onderwijs in een andere taal, het conceptuele denken verscherpt. Alleen Engelstalig onderwijs zou deze positieve werking niet hebben. 4. Universitair onderwijs in het Nederlands maakt het mogelijk het Nederlands als taal voor wetenschap, cultuur, analyse en nuance te behouden en verder te ontwikkelen. Andersgezegd; het voorkomt dat het Nederlands alleen als taal voor het dagelijks leven of voor informatie-overdracht wordt gebruikt. 5. Universitair onderwijs in het Nederlands maakt het mogelijk om specifieke thema's in de Nederlandse samenleving en cultuur te bestuderen; deze thema's zouden snel worden geschrapt in een curriculum voor enkel Engelstalige buitenlandse studenten 6. Onderwijs in het Nederlands zorgt voor meer inclusie; met name voor studenten met een lagere sociaal-economische achtergrond, is gebleken dat het Engels een belangrijke drempel vormt. 7. Universitair onderwijs in het Nederlands gaat dalende uitdrukkingsvaardigheden in het Nederlands onder studenten tegen; uit onderzoek van de Taalunie blijkt dat het niveau van Nederlandse taalvaardigheden onder studenten rap afneemt. En dat is niet verwonderlijk, als men zich realiseert dat aan de universiteiten nauwelijks nog serieus aan de Nederlandse uitdrukkingsvaardigheden van studenten wordt gewerkt, zo'n 20% van de VWO'ers het examen Nederlands niet haalt en dat 25% van de vijftienjarigen in Nederland functioneel analfabeet is en Nederland daarmee tot de Europese ondermoot behoort (zie PISA-onderzoek).
Waarom tonen universiteiten niet meer verantwoordelijkheid ten aanzien van het maatschappelijke en culturele belang van het Nederlands als instructie-taal voor het onderwijs? En dat geldt bij uitstek voor de Universiteit Maastricht (UM); juist in het streven van de UM naar inclusie, meertaligheid en internationalisering, zou een plek voor ook het Nederlands als onderwijstaal (naast een andere taal als het Engels, Frans of Duits) in alle bachelor-opleidingen (uitzonderingen daargelaten) vanzelfsprekend moeten zijn.

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.