Copyleft

Copyleft

Mag OpenAI krantenartikelen gebruiken om ChatGPT te verbeteren?

08-01-2024 · Column

Je steelt geen auto. Je steelt geen tasjes. Je steelt geen film. Piraterij is een misdrijf. Deze slagzinnen roepen eerder nostalgie dan angst op. Weinigen die illegaal films downloadden vonden de parallel tussen een digitaal bestand en een materiële auto overtuigend.

Maar vandaag lijkt niet de kleine gebruiker de piraat, maar de grote bedrijven. Rond kerstmis kwam het bericht binnen dat The New York Times OpenAI, het bedrijf achter ChatGPT, aanklaagt. OpenAI zou miljoenen artikelen zonder toestemming gebruikt hebben om de chatbot te verbeteren. Het is niet de eerste rechtszaak tegen OpenAI rond auteursrechten. Eerder spande een reeks auteurs, waaronder Jonathan Franzen, John Grisham en George R.R. Martin, een proces aan. 

Maar het debat moet verder gaan dan auteursrechten. Gelukkig biedt de geschiedenis van digitale technologie meer dan nostalgie. Die geschiedenis is een lang gevecht over het recht om digitale producten van een ander te kopiëren, aan te passen of te delen. Als alternatief op copyright kwam de techniek van copyleft: licenties zoals de GNU ‘General Public’ licentie of de ‘Creative Commons’ licentie, die delen toelaten en zelfs aanmoedigen.

Vanuit dit perspectief is het probleem met ChatGPT niet dat het bedrijf ‘steelt’, maar dat het niets teruggeeft. Het creatief hergebruiken van andermans ideeën is op zich geen probleem, enkel de manier waarop dat gebeurt. Wikipedia neemt ook informatie uit andere bronnen over, maar geeft ze transparant weer en hanteert een Creative Commons licentie. Wikipedia is geen poortwachter, maar een uitnodiging verder te klikken.

Het probleem met OpenAI is niet het roven van het werk van een ander, maar de machtsongelijkheid. Door zijn schaal wordt ChatGPT voor snelle resultaten de makkelijkste optie, en zoekt men niet meer verder. Je ziet hetzelfde bij Google gebeuren: nog zelden stuurt de zoekmachine je naar andere websites. Je hoeft niet meer door te klikken, want uitgelichte antwoorden worden op de eigen pagina weergegeven. Zo krijgt Google alle data, terwijl de content creators in de kou blijven staan.

Massimiliano Simons,  filosoof bij de faculteit cultuur- en maatschappijwetenschappen