Het zal mensen die onlangs het ziekenhuis, de huisarts of de fysiotherapeut hebben bezocht bekend voorkomen: het verzoek om even een vragenlijst in te vullen. “Het is een trend in de zorg, de patient reported outcome measure, men gebruikt het zelfs als een zelfstandig naamwoord, de PROM”, zegt Sandra Beurskens, bijzonder hoogleraar doelgericht meten in de dagelijkse zorgpraktijk en lector bij Zuyd Hogeschool.
Het doel is om te weten te komen hoe de patiënt een behandeling ervaren heeft. “Neem een knieoperatie. Vroeger zeiden artsen: de nieuwe knie zit erin, dus de operatie is geslaagd. Nu kijkt men ook naar het ervaren effect op het functioneren van de patiënt. Wat kon hij vooraf niet en nu weer wel? Misschien dat de operatie weliswaar gelukt is, maar iemand nog steeds veel pijn heeft en moeilijk loopt. Een ingreep is niet altijd de beste oplossing. Het is ook afhankelijk van wat iemand nog wil kunnen doen. Dit soort uitkomsten helpen andere patiënten bij de beslissing om wel of niet te opereren.”
Het probleem met deze ontwikkeling is dat er heel veel vragenlijsten zijn en men vaak niet weet welke vragenlijst geschikt is voor welk doel. “Er zijn honderden van deze zogeheten ‘PROM’-lijsten. Men ziet dat een lijst ‘valide’ is en gaat ervan uit dat het goed is. Mensen denken dat validiteit een statisch begrip is, maar de definitie is dat je meet wat je wil weten in de juiste context. Dat laatste is heel belangrijk, zonder dat is de lijst niet valide. Je moet er van tevoren goed over nadenken: waarom wil je iets meten, wat wil je precies meten, wat ga je doen met de uitkomsten, hoe kunnen die je helpen de kwaliteit van de zorg te verbeteren?”
Als projectleider van Limburg Meet (LIME), een Brightlands innovatieprogramma van Zuyd Hogeschool, de UM en Provincie Limburg met als doel slimmer te meten en efficiënter data te verzamelen voor een betere zorg, komt Beurskens vaak voorbeelden tegen waar iets mis is gegaan. “Dan zijn de vragen bijvoorbeeld veel te algemeen. Het lijkt alsof dat de lijst breed inzetbaar maakt, maar bij sommige aandoeningen wil je weten of de patiënt specifieke klachten ervaart. Neem die patiënten met knieklachten, dan wil je niet alleen weten of ze zich algemeen fitter voelen, maar vooral of ze nog last hebben met bukken en traplopen.”
Een ander veel gemaakte fout is dat een vragenlijst die is ontwikkeld voor wetenschappelijk onderzoek in de praktijk belandt. “Die is daar vaak veel te ingewikkeld en lang voor. Sowieso moet je goed je doelgroep voor ogen houden bij het formuleren van de vragen. Bij mensen met afasie of een verstandelijke beperking kan het bijvoorbeeld handiger zijn om met pictogrammen of foto’s te werken.”
In het uitzetten, afnemen en verwerken van vragenlijsten gaat veel tijd zitten voor zowel de patiënt als de professionals. “Dan is het heel vervelend als er geen bruikbare informatie uit komt.” Hoe dat te voorkomen? “Blijf altijd kritisch, lees de vragen goed door. Als ze al niet duidelijk zijn voor jou en je collega’s, zijn ze dat waarschijnlijk ook niet voor patiënten. Je moet ze dan niet gebruiken. En haal er zo nodig een expert bij. Meten is echt een vak apart, daar zit een hele wereld achter.”